De kater

In het kielzog van de Australische troepen kwamen in september vorig jaar de journalisten naar Oost-Timor om de overdracht aan de VN te verslaan. Dili was één geblakerde ruïne, links en rechts werd nog gemoord en gebrandschat. In die eerste chaotische dagen werd de Nederlandse journalist Sander Thoenes doodgeschoten, toen hij zich achterop een motor van een Timorees alleen de stad in waagde. Onze correspondent Frank Vermeulen was in Dili toen de moord gepleegd werd.

Vorige maand ging hij terug naar Timor. Om zijn verhaal af te maken en om Thoenes te gedenken. Hij trof Dili aan in desolate staat. Het is de bekende kater na de vrijheid. De stad ligt in puin, het VN-bestuur functioneert gebrekkig, de bevolking is werkloos en achterdochtig. De vrijheid is zoals gewoonlijk duur betaald.

Vermeulen komt er rond voor uit: de dood van Thoenes verdrong het verhaal waarvoor hij eigenlijk gekomen was. Dat vinden journalisten een nederlaag. Journalisten houden afstand. Voor alles willen ze vermijden dat 'the story' hun eigen leven binnendringt.

Maar in crisisgebieden en oorlogssituaties is dat bijna onvermijdelijk. Sommigen verdedigen zich met rationaliteit of cynisme, anderen zoeken hun heil in de drank. Iedere journalist is bang dat emotie zijn verhalen kleurt. Engagement is in de journalistiek een vies woord geworden. Hoed je voor drama. Eén verkeerd gekozen woord van machteloze woede kan een verhaal bederven.

En toch. Niets is zo moeilijk als persoonlijkheid te laten doorklinken in een horrorstory. Maar niets is zo dodelijk als een passieloos verhaal over rampspoed.

    • Laura Starink