Bouwput Berlijn

Berlijn wordt een glanzende metropool waaruit alle verval is weggepoetst. Fotografe Ute Mahler legt de metamorfose vast. De Oost-Berlijnse schrijver Falko Hennig wandelde voor M door zijn geboortestad. 'Dat die uitlaatgassen niet gezond waren, nou ja, maar dat ze gestonken zouden hebben, dat wil er bij mij niet in.'

In mijn werkkamer hangt een grote zwartwitfoto van onze straat. Die heb ik tien jaar ge-leden gestolen op een tentoonstelling - ik was destijds een heel gewone, jeugdige crimineel van de Wende, geboren in Berlijn, hoofdstad van de DDR. Ik hield me niet aan de wetten van de vervagende DDR, en ook niet aan die van het Duitsland dat bezig was te ontstaan. Terwijl ik die foto bekijk, kan ik mijn kinderen in de kamer naast me horen stoeien.

Toen onze straat tien jaar geleden in bijzondere avondstemming werd gefotografeerd, waren onze kinderen hooguit een twinkeling in onze ogen. De auto's op de foto zijn vrijwel uitsluitend Trabantjes. Destijds stond een groot deel van de huizen in onze straat leeg, in de daken zaten gaten, uit de kapotte dakgoten van breekbaar rood plastic stroomde de regen langs de muren, zodat het cement uit de voegen werd gespoeld. In die tijd zijn we hier in dit huis gaan wonen, we richtten onze woning in op verrotte balken achter gebarsten ruiten. De wanden zaten vol schimmel, de plafonds vertoonden grote bruine watervlekken. De toiletten buiten de woningen lagen telkens een halve trap lager, bij vorst waren ze bevroren, badkamers waren er niet. Maar in één kamer stond een badkachel, die je met hout en steenkool moest stoken, zodat je een paar uur later kokend heet water had voor een bad.

Tegenwoordig hebben we warm water op ieder uur van de dag, elke woning heeft een badkamer en een inpandig toilet, voor verwarming draaien we gewoon aan de knoppen van de radiatoren. Massieve plafonds van gewapend beton hebben de vermolmde balken vervangen, ramen vanaf de vloer bieden uitzicht op de binnenplaats met zijn kastanje.

Wanneer ik mijn werkkamer uitga en de trap af loop, kom ik op de Lottumstrasse, en dan kan ik die vergelijken met de foto van tien jaar geleden. Toen waren de meeste gevels vuilgrijs en zwart. De kruidige geur van bruinkoolwalm hing in de lucht en blauwe wolken uitlaatgassen van de tweetaktmotoren getuigden nog minuten later van auto's die langs waren gekomen. Ik heb altijd van die geur gehouden. Dat die uitlaatgassen niet gezond waren, nou ja, maar dat ze gestonken zouden hebben, dat wil er bij mij niet in.

Gevels in pastelkleuren

Tegenwoordig zijn bijna alle huizen opgeknapt, nieuwe ramen, nieuw pleisterwerk. Juist dat pleisterwerk, waarmee al tijdens de bouw in de negentiende eeuw vroeger tijden werden geïmiteerd, is nu een imitatie van een imitatie, zou je kunnen zeggen. De nieuwe gevels zijn geverfd in pastelkleuren: lichtgroen, roze, wit. De daken hebben nieuwe pannen gekregen, de bovenste etages zijn tot bijzonder dure woningen verbouwd. De oude opschriften zijn voorgoed verwijderd.

Ik voel verlangen, heimwee naar de oude straatbeelden, zonder enige reclame, naar de bewoonde ruïnes van weleer. Misschien is die voorliefde te vergelijken met die van romantische bouwheren die hun parken door handige tuinlieden lieten verwilderen en architecten opdracht gaven de stoommachine in een Grieks aandoende, nieuw gebouwde ruïne te verbergen.

Onder geen voorwaarde wil ik de toenmalige toestand van de huizen of de uitlaatgassen verdedigen. Ik begrijp onmiddellijk de noodzaak van de sanering, alleen al om de gebouwen te redden. Maar die grauwe, gebarsten gevels kende ik, ik was groot geworden met afbrokkelend pleisterwerk, dat was mijn normale omgeving, mijn thuis. In de DDR had je alleen de keus tussen vervallen oude woningen en lelijke betonnen torenflats. Complete historische stadswijken zijn door dat soort verwaarlozing vernietigd. Niet in de laatste plaats door het daar huizende opstandige gespuis: getatoeëerde lieden met een gevangenisverleden, prostituees die officieel niet mochten bestaan, asociaal was eenieder die zijn inkomsten niet kon verantwoorden, en asociaal zijn was strafbaar. Men hoopte dergelijke lui in overzichtelijke woonkazernes beter in de gaten te kunnen houden.

Ik was gesteld op de huizen met sinds lang afgebrokkeld pleisterwerk, waar op daken en in goten kleine, slanke bomen groeiden. In de entree vond je geheimzinnige oude firma-namen, lang geleden overgeschilderd. Door het zonlicht van tal van zomers waren de kleuren van de muren verbleekt en wa-ren de oorspronkelijke opschriften weer leesbaar geworden, zoals gletsjers soms bevroren mensen uit een ander tijdperk prijsgeven. Ik liep door de binnenplaatsen, achter de kinderwagen aan, en keek uit naar iets interessants.

Voor het behoud van die oude stadswijken is de DDR nog net op tijd ingestort. Maar Berlijn is er niet mooier van geworden. Al is Berlijn ook nooit een mooie stad geweest.

De klassicistische grootheidswaan met die dertig meter brede straten, de afbraak van Middeleeuwse gebouwen - mensen die Berlijn rond de eeuwwisseling bezochten, deed de stad niet denken aan een 'Athene aan de Spree': Mark Twain noemde het the German Chicago. Met vernieuwing, met de wekelijkse vernieling van historische gebouwen - zo is de twintigste eeuw begonnen. De nationaal-socialistische stedenbouwkundige planning en de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog door geallieerde bommenwerpers waren slechts een voortzetting van wat al voor de Eerste Wereldoorlog en onder de Weimarrepubliek was begonnen. Vervolgens, na de deling: in West-Berlijn grote autowegen dwars door de woonwijken, in Oost-Berlijn pronk-architectuur in onmenselijke proporties - door dat alles is de lelijke stad er niet mooier op geworden.

En toch had het verval van Oost-Berlijn menige wijk een karakteristiek patina gegeven. De grootscheepse sanering van nu is voor mij iets als een oude vrouw van wie de fraaie gelaatstrekken gegrimeerd zijn voor een schrille talkshow, fel geschminkt, rimpels met pancake dichtgekit in een absurde waan van jong zijn.

Ik loop door mijn straat, de kwaliteit van de lucht is inmiddels verbeterd. Hoewel er nu veel meer auto's zijn, weten de viertaktmotoren het aroma van de Wartburgs, Trabanten en Barkas-transportwagentjes niet te evenaren. Nog maar een paar woningen worden met tegel-kachels en briketten verwarmd. Uit de meeste blinkend nieuwe schoorstenen stijgt een dunne, witte rook op die eerder aan waterdamp herinnert dan aan de roetige walm van weleer.

Verheerlijking van de DDR

Ostalgie, een term die is afgeleid van het woord nostalgie en verwijst naar een zekere verheerlijking van de DDR, met feestjes, een Honecker-imitator en pioniersliederen, vindt zijn oorzaak in de heel normale, menselijke behoefte het verleden vast te houden. Wie herinnert zich niet, in welk land ook, de zuurtjespapiertjes uit zijn kindertijd, het speelgoedtreintje, de merkwaardige zakjes puddingpoeder en de wonderlijke voertuigen die destijds rondreden? Samen bewijzen DDR-burgers met Nordh„user Doppelkorn en Club-sigaretten elkaar: Ja, daar hebben we echt gewoond, in dat land waarvan nog maar zo weinig over is.

Helaas werkt het geheugen selectief, en dus denkt men niet aan het vermoeiende dagelijks leven dat bestond uit in de rij staan, uit kapotte telefooncellen (privé-telefoons waren een zeldzaamheid), uit problemen met reserveonderdelen, een boosaardige gastronomie en overlast van geheime politie en Partij-functionarissen.

De DDR-Duitsers bewijzen zichzelf eerder dat ze vroeger ook plezier hebben gehad, gelukkig of ongelukkig zijn geweest, geheel zonder aanwijzingen van de Partij.

Elke dag ben ik in Berlijn op pad, meestal op de fiets, vaak met de tram en met de u- en de s-Bahn.

De snelheid waarmee gebouwd wordt, is waarschijnlijk het grootste verschil met vroeger tijden. Was het niet nog maar een paar weken geleden dat ik in de buurt de hoek om kwam? En nu staat daar dat huis dat ik nog nooit gezien heb, en ergens anders is meteen maar een compleet huizenblok verrezen. In de glazen koepel van de Rijksdag ben ik nog niet geweest, evenmin als op de Siegess„ule. Die onwetendheid verbindt me met de bewoners van andere wereldsteden - een echtpaar uit Athene heeft me eens verzekerd dat zij ook nooit op de Acropolis waren geweest.

Kleingeestige oppositie

Ik was er destijds tegen dat Berlijn de hoofdstad van Duitsland zou worden.

Daar in Bonn was de regering toch prima ondergebracht, daar hinderde het niemand wanneer helikopters met parlements-leden heen en weer vlogen, of wanneer enorme gebieden om veiligheidsredenen afgesloten moesten worden.

Berlijn daarentegen kwam mij voor als een grote stad die helemaal geen behoefte had aan nog meer lawaai. Mijn kleingeestige oppositie mocht geen enkel succes verwachten en de Berlijners verheugden zich op de inlossing van de belofte dat Berlijn hoofdstad zou worden. Nu worden elke dag straten afgesloten wanneer een corrupt staatshoofd of een dictator uit de Derde Wereld op staatsbezoek komt.

Een grappenmaker heeft gezegd dat Berlijn een combinatie is van de eigenschappen van een Duitse en een Amerikaanse provinciestad. Altijd wanneer ik uit andere steden terugkom, uit Hongkong, uit Shanghai, uit New York, Kairo of Londen, krijg ik het gevoel op het platteland te zijn aangekomen: die fraaie, brede straten, vrijwel geen mens op de trottoirs, weinig verkeer, alles zo rustig. Zo bezien is de toename van de drukte door toedoen van de Duitse regering niet zo heel erg - je krijgt de indruk dat de stad dat ook nog wel aankan.

Stad voor jongeren

We wonen nu tien jaar in ons huis, in onze straat, intussen zijn we boven de dertig en dus volwassen. Dat de jongeren van Duitsland naar Berlijn trekken, is wel bekend. Net als in elke grote stad in elk willekeurig land vinden de jongeren in Berlijn een plek waar ze kunnen schuilen voor hun ouders die in de kleine prefabwoningen zijn achtergebleven. Ze vinden er geestverwanten, of ze nu aanhangers zijn van ongebruikelijke seksuele praktijken of zich voor speciale films interesseren.

Interessanter zijn de redenen waarom beide stadshelften voor de val van de Muur zo aantrekkelijk waren voor jongeren. West-Berlijn was het eldorado van tegenstanders van de Bundeswehr. Alleen in Berlijn dreigde geen oproep voor militaire dienst, geen gewetens-onderzoek waarbij je aan stompzinnige militairen moest uitleggen waarom je liever zieke mensen wilde helpen dan leren hoe je andere mensen moest doden. Oost-Berlijn, destijds nog 'Berlijn, hoofdstad van de DDR', bood weliswaar geen bescherming tegen de dienstplicht, maar opende voor jongeren nieuwe vrijheden, in cultureel opzicht: bioscopen met speciale programma's, literaire tijdschriften, punkdisco's en zelfs bepaalde oppositionele instellingen zoals de milieu-bibliotheek onder de hoede van de kerk. Maar juist daardoor was Oost-Berlijn voor duizenden slechts een doorgangsstation geworden op de route naar West-Duitsland of West-Berlijn. De DDR was in feite al voor de val van de Muur aan het leegbloeden, de intellectuele elite verliet het land, de DDR-literatuur, de kunst. Intellectuele confrontaties vonden in West-Duitsland plaats.

Dat alles was door de val van de Muur onbelangrijk geworden. De jongeren van het Westen kwamen naar het oosten van Berlijn, vulden het vacuum dat was ontstaan nadat de

staatsmacht was opgeheven. Het opmerkelijke jaar 1990, die anarchistische zomer, toen men weliswaar al voor de eenheid had gekozen, hoewel de DDR nog bestond, met zijn politie die uit gepast besef van onrecht niet durfde in te grijpen.

Ook niet toen we domweg in ons huis waren getrokken, zonder vergunningen en toestemming van de autoriteiten.

We zijn niet ontevreden of ongelukkig, lijden niet onder de toestand in de wereld, onder de tijd waarin we leven. De prachtige cafés op elke straathoek zijn aangenaam en comfortabel, door grote ramen kijken we uit op de gevels van het nieuwe Berlijn, terwijl voor ons op tafel de laptops zoemen. We roeren in onze kopjes Milchkaffee en niets herinnert meer aan de stank van het verleden.

Van Falko Hennig verscheen in 1998 bij P. Wilson Verlag in Berlijn 'Gastronomie in der Krise. Kellnerstucke'. Vorig jaar publiceerde uitgeverij Maro in Augsburg zijn roman 'Alles nur geklaut'.

Fotoreportage

    • Falko Hennig
    • Vertaling Tinke Davids