Bazaar versus financieel centrum

,,Een volgende keer zouden we het weer precies zo doen'', zei de voorzitter van de ABN Amro Bank. Kan hij ook anders, met alle juridische claims tegen zijn Bank in het `World Online'-schandaal? Maar intussen is ook minister Gerrit Zalm aan het woord gekomen, en die kan gelukkig maatregelen nemen om een herhaling te voorkomen. Afgelopen zondag zei de minister in Buitenhof dat de overheid hard wil denken over regels voor de reclame bij de verkoop van nieuwe aandelen. Een verstandige stap, die de overheid moet nemen omdat de ABN Amro en haar klanten moeilijk zelf vrijwillig kunen afzien van advertenties en reclameborden. Een verbod maakt de markt ordelijker en is bovendien goed voor de beleggers. Immers, als de koers kunstmatig wordt opgefokt door propagandamateriaal, is zo'n effect toch maar van tijdelijke aard. Zakt de koers daarna in tot een waarde die niet meer afhangt van een reclamebureau maar van winst of verlies bij de onderneming, dan zijn de beleggers dubbel zuur. Eerst heeft `World Online' miljoenen van hun geld uitgegeven om de koers kunstmatig omhoog te krijgen, en daarna ontsnapt de `lucht' uit de koers en lijden zij verlies.

Een verbod op advertenties voor de beursgang maakt het leven ook makkelijker voor bonafide bedrijven die wel aandelen willen plaatsen maar het geld in de kas liever besteden aan nieuwe producten dan aan stunts in de publiciteit. De ABN Amro zou trouwens best ook voorstander kunnen zijn van de Amerikaanse regel dat niet wordt geadverteerd voor het eigen aandeel in de `stille periode' voor de beursgang. De uitlatingen van voorzitter Jan Kalff van de Bank dat beleggers zich meer bewust moeten zijn van de risico's van aandelen wijzen in dezelfde richting.

Minister Zalm zou nog een tweede maatregel kunnen nemen. Opnieuw een kwestie waar ABN Amro nu – ongetwijfeld op advies van de advocaten – wel verplicht is om hard te ontkennen dat er iets aan de hand is, maar waar de overheid kan zorgen dat het de volgende keer anders toegaat. Particuliere klanten van ABN Amro konden inschrijven op aandelen van `World Online', maar uiterlijk tot maandag 13 maart. Drie dagen later publiceerde `World Online' het nieuwe prospectus met extra tekst over het `cashen' van mevrouw Brink. De ABN Amro stelt – formeel terecht – dat alle grote beleggers dat definitieve prospectus hadden kunnen bestuderen. Maar dan is het – even formeel geredeneerd – onbehoorlijk dat de kleine beleggers niet automatisch het recht hadden om alsnog op basis van deze nieuwe informatie af te zien van hun inschrijving. In de Verenigde Staten zorgt de regelgeving er voor dat als het prospectus wordt gewijzigd, alle inschrijvers hun eerdere acties kunnen doorstrepen. Hier in Nederland hebben particuliere klanten van ABN Amro een advocaat nodig om dat evidente recht te claimen.

Stel u voor dat ABN Amro auto's verkoopt met folders waarin de auto duidelijk is voorzien van open dak en trekhaak. Wij bestellen zo'n wagen, maar nu komt De bank met een nieuwe foto waarop schuifdak en trekhaak ontbreken. Dan vereisen simpele regels van consumentenbescherming dat wij onze bestelling kunnen herroepen. Maar dat recht bestaat niet op de financiële markt waar de aanbieder de specificaties van het product kennelijk ongestraft kan veranderen. Daarom moet met grote spoed een wettelijke regel komen die automatisch alle inschrijvers het recht geeft om af te zien van hun eerdere bestelling, wanneer vóór de feitelijke introductie op de beurs alsnog nadere berichten naar buiten komen. Was zo'n wet er geweest, dan hadden ABN Amro en Goldman Sachs misschien de hele beursgang moeten afblazen wegens de relevante extra informatie in het definitieve prospectus – en dat was dan in allerlei opzichten de best mogelijke uitkomst geweest.

Ook hier geldt dat een bank moeilijk zo'n regel kan invoeren, maar dat minister Zalm heel goed het Amerikaanse voorbeeld kan volgen. Amerika ligt in de financiële regelgeving een ronde voor op continentaal Europa omdat Wall Street (en Main Street) al in de periode 1965-'70 wijzer waren geworden door de schandalen rond sommige `conglomerates'. Daarom is er in de VS allang náást de lobby-club van de accountants een serieus en onafhankelijk orgaan om regels te maken voor de financiële verslaggeving (de FASB) en stelt de SEC scherpe eisen aan het gedrag van beurspartijen, met zware boetes als men die overtreedt.

Veel Nederlanders zijn principieel voorstander van soevereiniteit in eigen kring wanneer dat een goed substituut is voor regulering door de overheid. Akkoord, maar in de financiële sector stelt de keuringsdienst van waren helaas nog weinig voor en zijn de drie toezichthouders heel druk met onderlinge terreinafbakening en – misschien wel deels om die reden – niet altijd slagvaardig waar dat nodig is. Hier volgt nog een ander voorbeeld waarin hebzucht het wint van fatsoen, zodat zelfregulering niet langer werkt. Bank Labouchère adverteert ook dit jaar weer met het huren van aandelen op basis van geleend geld. Nog steeds creëren die advertenties een schijnzekerheid door het noemen van quasi-precieze cijfers over volkomen hypothetische winsten. Nog steeds is niet helder in de advertenties hoeveel de speculant moet betalen als aan het eind van de huurperiode een schuld overblijft. Mijn columns waren echt niet de enige plek waar tegen zulke praktijken bezwaar werd gemaakt. In het `Verbond van Verzekeraars' hebben de meer gewetensvolle concurrenten van Labouchère natuurlijk ook hun best gedaan voor een serieuze reclamecode. Maar tot voor kort was Labouchère eigendom van Aegon, een heel groot, gewaardeerd lid van het `Verbond'. Als Aegon het lidmaatschap van de lobbyclub zou opzeggen, verminderde de representativiteit van het `Verbond' en zou de directeur meteen kunnen gaan werken aan een sociaal plan voor een deel van zijn personeel – zo veel stille macht hebben nu eenmaal in elke vereniging de grootste leden die het meeste contributie betalen. Zelfregulering is dan een waardeloos recept, want het geeft in feite een veto aan alle grote, onmisbare partijen. Opnieuw kan minister Zalm beter maar ingrijpen en zorgen dat door of namens de overheid strenge regels komen voor advertenties door banken, verzekeraars of beleggingsfondsen op financieel gebied: nooit numerieke prognoses als het gaat om de toekomst, altijd historische rendementen over de meest recente 1, 5 en 10 jaar bij beleggingsfondsen, en uitvoerige waarschuwingen en kostenpercentages, speciaal wanneer (zoals bij Labouchère) ook nog met geleend geld wordt gespeculeerd.

`Amsterdam Financieel Centrum' heeft `caveat emptor' als nieuw motto. Minister Zalm kan daarom op brede steun rekenen als hij de regels opfrist en aanscherpt, niet alleen bij het publiek, maar evenzeer bij de financiële professionals. Die werken toch ook liever in een goed geregelde markt dan in een bazaar?