Opinie

    • Youp van ’t Hek

Andalusië

Eenzaam zwervend door Andalusië loer ik tussendoor nog wel eens op mijn computertje in de hoop een lief mailtje van thuis in mijn Outlook Postvakje te vinden. Iets met I love you of zo, maar tot nu toe vind ik helemaal niets. Ik ben totaal vergeten. Ik wandel op internet voorzichtig door wat Nederlandse kranten en lees over een slipje met pincode. Volgens de firma is het tegen aanranding en verkrachting. Domme gedachte. Wat is er nou lekkerder voor een verkrachter dan je slachtoffer eerst haar pincode afhandig te maken? Da's toch veel leuker dan in één keer die slip van die benen stropen. Nu moet je er tenminste nog iets voor doen. Als het ook nog een beetje lekker nummer is, dan ben ik helemaal niet meer te houden. Ik heb lang niet verkracht, maar ik ga mijn oude hobby toch weer eens oppakken. Ben alleen zo bang dat de alarmslip uitsluitend gedragen gaat worden door vrouwen waar ik niks mee wil.

Of het leuk is om als Bekende Nederlander door Spanje te slenteren? Hartstikke leuk. Vooral het grote aantal landgenoten dat meldt: ,,We hebben u herkend, maar vallen u niet lastig!'' Een regel waar ik toch telkens weer even over na moet denken. Sinds de begrafenis van Toon Hermans kan het me allemaal niks meer schelen. Ik was zeer vereerd dat de familie Hermans mij had uitgenodigd om met hen afscheid te nemen van mijn grote voorbeeld. Ik maakte op deze besloten plechtigheid een diepe buiging naar het graf van de overleden clown en liep, een beetje verdrietig en in gedachten verzonken, richting de uitgang van het verder geheel afgesloten kerkhof. Twintig meter van het graf schrok ik me helemaal het leplazarus. Zomaar opeens werd ik besprongen door een heel eng, vies mannetje in een morsig grijs truitje. Hij wilde mij wat vragen. ,,Waar bent u van?'' vroeg ik en gokte onderhand op een van de roddelbladen. Hij was van De Telegraaf. Ik was verbijsterd. Aan het feit dat ze me fotograferen en filmen bij de ingang ben ik gewend, maar aan het nieuwe gegeven dat een `journalist' verkleed als zerk mij bespringt, moet ik nog even wennen. De volgende dag toch maar even de hoofdredacteur gebeld met de vraag tot waar ik nog veilig ben. Meneer Olde Kalter vertelde mij dat ik nergens veilig ben. Meneer Hermans was bekend, u bent bekend, dus dan kunt u verwachten dat we u op twintig meter van het vers gedolven graf een paar vragen willen stellen. Dat hoort erbij. Ik zal mij hierbij neer moeten leggen. Wel leuk om in diezelfde krant te lezen dat Toon zijn publiek en het hele leven zo respecteerde en dat hij daarom zo groot was. Maar de gluipkop Johan Olde Kalter stuurt er wel een grafschenner op af om het verdriet van de familie en vrienden van Toon te meten. Die Olde Kalter gun je niet alleen een computervirus, maar iets veel ergers. En als hij eraan bezwijkt, kom ik tijdens de begrafenis op een zerk zitten lallen. Ik ga ervan uit dat de familie Olde Kalter dan niet gekwetst of verbaasd is. Had Johan maar geen hoofdredacteur van De Telegraaf moeten worden. Waarschijnlijk is zijn familie niet eens verdrietig. Gewoon opgelucht en blij dat ze van deze lul af zijn.

Merk trouwens dat ik hier in Andalusië nog veel aan Toon moet denken. Uiteindelijk had hij hier ook een nummer over. Waarover niet?

Over humor gesproken: mijn vrouw vertelde dat op Goede Vrijdag de Matthäus Passion in de Grote Kerk van Naarden werd stilgelegd omdat bij een proleet zijn mobiele telefoon afging. Ik moest daar erg om lachen, maar de bedrijfsleider van het Albert Heijn-filiaal in Lelystad, die 's avonds op vier mei gewoon open wilde blijven, wint het van iedereen. Toch heeft hij gelijk. Als je tijdens de twee minuten stilte bedenkt dat je nog biscuitjes moet halen, is het toch handig als de supermarkt nog tot negen uur geopend is. Misschien een leuk idee om meteen maar weer eens blik jodenkoeken in huis te halen. Ik blijf nog even zwerven.

    • Youp van ’t Hek