Zeg, speelt u eens wat minder ruw

Vanavond dirigeert Edo de Waart in het Muziektheater de première van Janáceks `Katja Kabanová'. ,,Edo is een orkestbouwer.''

Het Waterlooplein wordt in vele toonaarden bezongen. Vraag een zanger naar de kwaliteiten van De Nederlandse Opera, en hij noemt en roemt de `ontspannen sfeer'. Vraag het een regisseur, en hij prijst de koers van artistiek directeur Pierre Audi. Vraag het chef-dirigent Edo de Waart (58) en hij knikt tevreden. ,,De artistieke lat ligt hoog. Er wordt voldoende geld uitgegeven en tijd geïnvesteerd om zowel de muziek als de regie goed in te studeren. En voor mij is het prettig dat er niet met sterzangers wordt gewerkt. Ik haat kapsones. Zangers moeten werken uit kwetsbaarheid, dan doe ik alles voor ze. Als chef bij De Nederlandse Opera ben ik op een plaats beland waar veel van mijn artistieke wensen worden vervuld.''

Woensdagmiddag, ruim een week voor de première van Leos Janáceks tragische drie-akter Katja Kabanová, beklimt De Waart in het muziekcentrum van de omroep in Hilversum zijn plaats voor het Radio Filharmonisch Orkest. ,,Het verhaal van de opera gaat als volgt'', begint hij, en schetst scène voor scène de ontwikkelingen van het getrouwde meisje Katja (`de schoonheid en de eenvoud zelve'), haar overspelige liefde voor Boris (`ze vallen dus enorm voor elkaar') en haar noodlottige zelfmoord tot slot. De Waart neemt een slokje water en heft zijn batôn. ,,Zo! De eerste akte, graag.''

Sinds 1989, contractueel tot 2007 en `hopelijk nog langer', is De Waart chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Nu hij met ingang van dit seizoen bovendien Hartmut Haenchen is opgevolgd als chef-dirigent bij De Nederlandse Opera (minimaal tot 2005, `en misschien nog eens vijf jaar'), vervult hij drie leidende posities. Bij het Sydney Symphony Orchestra loopt zijn contract als chef-dirigent nog tot en met 2003. ,,Verscheidenheid is een must voor een dirigent, ik verafschuw specialisme'', legt de Waart uit, met een tongval die wortels in `een arm Amsterdams SDAP-milieu' blootlegt. Tegen het orkest: ,,Zeg, speelt u eens wat minder ruw! Het zijn allemaal hele kleine vogeltjes die ik moet horen.''

Ook na elf jaar samenwerken is het Radio Filharmonisch Orkest haar chef-dirigent niet moe. ,,We hebben onlangs gestemd, en dan blijkt dat we toch bijna unaniem voor Edo kiezen'', zegt eerste violist Pieter Vel. ,,Edo is een orkestbouwer die zorgt voor continuïteit. Onder hem is het orkest hoorbaar beter gaan spelen. Wij werken graag met hem, hij werkt graag met ons. Ook in opera.''

,,Een teamwerker'', beaamt Pierre Audi, artistiek directeur van De Nederlandse Opera. ,,Maar dat was Hartmut Haenchen ook. In die zin gaan we met Edo door op de ingeslagen weg. De Nederlandse Opera is niet gebaat bij een chef-dirigent met sterallures die af en toe eens komt binnenlopen. Stabiliteit en continuïteit staan voorop, zowel in de keuze van gastdirigenten als in de ontwikkeling van het repertoire van de chef-dirigent.''

Strubbelingen

De aanstelling van Edo de Waart als chef-dirigent van De Nederlandse Opera heeft een lange voorgeschiedenis, rijk aan typisch Nederlandse strubbelingen.

Al in 1985 zou De Waart in Amsterdam als chef aan de slag gaan, maar op het laatste moment liet hij `die beker toch voorbij gaan'. Anders dan was beloofd werd er geen nieuw opera-orkest geformeerd, maar moesten het Amsterdams Philharmonisch Orkest, het Utrechts Symfonie Orkest en het Nederlands Kamerorkest zonder gedwongen ontslagen fuseren in het Nederlands Philharmonisch Orkest. ,,Een samenraaporkest'', vat De Waart samen. ,,Ik had net twintig jaar aan het opbouwen van orkesten gewerkt in Rotterdam en San Francisco, en wilde dat niet nóg eens. Het was ook niet de afspraak. Ik voelde me bekocht.''

Het was dirigent Hartmut Haenchen die de taak van De Waart overnam. Hij bouwde het Nederlands Philharmonisch Orkest op tot een goed functionerend ensemble. Maar anders dan artistiek directeur Pierre Audi zag hij zijn taak als muziekdirecteur van De Nederlandse Opera breder dan dat, wat leidde tot meningsverschillen over artistieke bevoegdheden. Haenchen werd, van `muzikaal directeur', `chef-dirigent' en in 1999 werd zijn contract omgezet in een verbintenis als `vaste gastdirigent'. Edo de Waart werd als opvolger benoemd.

Met Edo de Waart als chef-dirigent is de kans klein op onduidelijkheden over bevoegdheden. Na tien jaar als artistiek directeur van het muziekcentrum van de omroep is hij alleen maar blij dat hij zich even alleen met de muziek hoeft bezig te houden, legt hij uit. ,,Directeurschap spreekt me niet aan.''

Pierre Audi: ,,De Waart is een andere persoonlijkheid dan Haenchen, en dat was ook een reden voor die wijziging. Het had niets met Haenchens muzikale kwaliteiten te maken. Voor elk operahuis komt er een moment waarop de kaarten opnieuw geschud moeten worden, en na dertien jaar is het alleen maar een verrijking dat we Haenchen als gast behouden én De Waart winnen als chef.''

Ook De Waart voelt zich niet schuldig ten opzichte van Haenchen. ,,Waarom zou ik? Elke relatie, privé of zakelijk, heeft een natuurlijke spanningsboog. Rinus Michels maakte Ajax groot door middel van controle en kennis. Zijn opvolger was meer een coach in de zin van `hatjsekiedee, we gaan lekker voetballen met zijn allen!'. Het team kon daardoor alles wat ze onder Michels geleerd hadden, in alle vrijheid verder ontwikkelen. Soms is degene die het eerste bouwwerk doet, niet degene die mee moet naar de tweede verdieping. Maar ik heb met Hartmut Haenchen geen conflicten, noch daarover, noch over de verdeling van repertoire. Hij is een prettige collega.''

`Edo de Waart - Een ongeloofwaardige keuze' kopte in 1997 het dagblad Trouw desondanks in een zeldzaam fel artikel naar aanleiding van De Waarts benoeming. De nieuwe chef zou in zijn voorkeur voor repertoire (Wagner, Strauss) niets nieuws inbrengen na Haenchen, wiens muzikale voorkeur nauw verwant is aan die van De Waart. En dan bestond er nog onduidelijkheid over de precieze invulling van de functie `chef-dirigent'. Want van de tien producties die De Nederlandse Opera per seizoen brengt, werkt het in zes à zeven gevallen samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest, waar Hartmut Haenchen wél nog steeds chef-dirigent is.

,,Ons bedrijf bevindt zich in een overgangsfase'', legt Audi uit. ,,Er worden nadrukken verlegd. Uiteindelijk zal dat leiden tot stabilisatie, maar nu nog niet. We hoeven bij voorbeeld niet zo getrouwd te blijven met het Nederlands Philharmonisch Orkest als nu het geval is. Wanneer Haenchen daar over een paar jaar als chef-dirigent opstapt, begint het orkest aan een nieuwe periode onder een nieuwe chef. Wie en wanneer dat zal zijn, zal ook onze beslissingen over de verdere samenwerking bepalen. En met De Waart als nieuwe chef-dirigent, is het onvermijdelijk dat we nu meer met het Radio Filharmonisch Orkest gaan werken. Verandering is inherent aan opera.''

Theaterinstinct

Een week voor de première van Katja. De Waart sleutelt in Hilversum verder aan het orkestrale aandeel, terwijl regisseur Willy Decker in Amsterdam met de solisten werkt aan zijn regie. ,,Edo is een prettige partner'', vindt Decker. ,,Een dirigent met theaterinstinct, die er alles voor doet om het muzikale en theatrale aandeel zou goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Die integrerende kracht is zeldzaam voor een operachef, en van onschatbare waarde. En bovendien: Edo is een toegankelijke persoonlijkheid. Dat tilt een productie als vanzelf naar een hoger plan.''

De Waart: ,,Een operadirigent hoort zo te zijn. Je moet je soms ondergeschikt maken aan wat er op het toneel gebeurt, wil je het orkest en de zangers bij elkaar houden. Maar die veelzijdigheid maakt opera ook juist leuk. In de bak onder het toneel voel ik me veel meer thuis dan op de bok in het volle zicht. Tsja, ik ben een Hollander hè? Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg – het is me met de paplepel ingegoten. Soms wenste ik wel dat ik wat minder last had van mijn nuchterheid, mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Je moet ervoor waken dat die eigenschappen niet omslaan in voorzichtigheid, in een teveel willen vasthouden aan totale controle.''

Controle heeft De Waart over het Radio Filharmonisch Orkest, en het liefst zou hij alles bij De Nederlandse Opera dus met zijn eigen orkest doen, legt hij uit. ,,Op artistieke gronden zou dat zeker mijn voorkeur zijn. Maar helaas: voor een omroeporkest is meer dan één productie per jaar niet haalbaar. En het Nederlands Philharmonisch Orkest is nú een orkest waar ik mee kan werken. Wat Haenchen daar heeft bereikt, is zonder meer indrukwekkend. De reprise van Massenets Werther afgelopen september was mijn debuut voor het orkest, en dat beviel uitstekend.''

De verantwoordelijkheid van de chef-dirigent ligt in het waarborgen van de muzikale kwaliteit van het huis, bevestigt Pierre Audi. ,,De keuze van repertoire doen we in overleg. Wat willen wij als directie, wat wil Edo, wat wil Hartmut, welke dirigent is waarvoor geschikt? Edo doet de Tsjechische en de Franse opera's, Janácek en Berlioz, Hartmut doet Mozart en Russische opera's. En beiden doen ze Strauss en Wagner. Het ontwikkelen van wat er wanneer onder wie zal gaan, is een organisch proces, al ben ik uiteindelijk eindverantwoordelijk. Maar als we het in grote lijnen niet met elkaar eens zouden zijn geweest, zouden we überhaupt nooit met Edo in zee zijn gegaan.''

Wensen tot verandering, plannen, repertoirewensen, De Waart haalt de schouders op. ,,Er zijn zoveel opera's die ik nog nooit heb gedirigeerd, en dus nog helemaal moet leren kennen. Ik denk dat Pierre misschien wel een duidelijker ontwikkelingslijn voor mij voor ogen heeft dan ik zelf. En veranderingen, ach. Het gaat toch goed zo? Ik zie erg uit naar de Peter Grimes van Britten die we volgend seizoen gaan doen en naar de reprise van Wagners Ring des Nibelungen in 2005, allebei met het Nederlands Philharmonisch Orkest. En verder bezin ik me met de directie op de mogelijkheid eens per aantal jaar gedurende een periode van zes weken een aantal opera's achter elkaar te laten herhalen, zodat meer mensen kennis kunnen nemen van waar De Nederlandse Opera voor staat.

,,Als ik al een stempel op dit bedrijf zal drukken, zal het een puur muzikaal-artistiek zijn. Ik kan me goed vinden in Audi's smaak als artistiek directeur, maar we verschillen soms wel van mening. Ik ben conservatiever. Ensceneringen hoeven voor mij niet altijd met motorfietsen of space-helmen te zijn, wat dat betreft is De Nederlandse Opera mij soms iets tè serieus. Opera mag in een stad als Amsterdam ook wel eens wat minder Hoge Kunst zijn. Waarom ook niet eens een Madama Butterfly waarin zonder spectaculaire decors of vernieuwend concept het verhaal wordt verteld? Ingewikkelde decors zijn leuk, maar er moet óók geld overblijven voor simpele dingen als een extra repetitor. Daar maak ik me sterk voor. Maar het zou me niets verbazen als ik hier in Nederland mijn dagen als dirigent volmaak. Lekker thuis. En als ik dan over een jaar of tien wegga bij de opera, zal ik er voor zorgen dat mijn opvolger zich net zo thuis voelt als ik nu. `Jongens, er komt weer iemand anders zwaaien.' Daar komt het uiteindelijk toch allemaal op neer!''

`Katja Kabanová' van Leos Janácek door De Nederlandse Opera/Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Voorstellingen op 5, 8, 11, 13, 17, 20, 22, 25, 28 en 30 mei. Komend seizoen dirigeert De Waart bij De Nederlandse Opera: `Peter Grimes' van Britten (december); `Le Nozze di Figaro'van Mozart (januari); `Béatrice et Bénédict' van Berlioz (mei) en `Boris Godoenov' van Moessorgski. Reserveren: 020-6255455. Aanvragen seizoensbrochure 2000-2001 en inlichtingen via 020-5518922 of internet: www.dno.nl.