Wij kijken om in de onderwereld

Ramsey Nasr geeft in het theater en in zijn gedichten de voorkeur aan een wereld van mogelijkheden boven een wereld van feiten. ,,Nooit meer zal ik iets voor het eerst meemaken.''

De jury van de Mary Dresselhuys Prijs over Ramsey Nasr: `Niet alleen is hij een begenadigd toneelspeler, hij is ook een veelbelovend dichter.' Op 7 mei wordt de prijs aan hem uitgereikt en intussen is zijn poëziedebuutbundel 27 gedichten en Geen lied genomineerd voor een prijs voor debuterende dichters, vernoemd naar de dichter C. Buddingh'. Bovendien houdt Nasr op 12 mei de Van Gogh-lezing en ook dat geldt als een onderscheiding. Zesentwintig is het bejubelde multitalent Ramsey Nasr, zesentwintig is hij en hij treurt. Om het verlies van zijn jeugd.

,,Ik ben'', zegt hij droef, ,,niet meer de jongen die in de bossen speelde en die het onkruid bij m'n oma uit de tuin haalde. Dat was een andere jongen. Als ik een koekoek hoor, is hij zichzelf gebleven maar ik ben dat niet. Ik ben een man die in zijn verlies steeds meer zwelgt, want hoe vaker je erover spreekt, hoe onherroepelijker het wordt. Ofwel: hoe harder ik probeer terug te halen wat verloren is, des te heviger mijn gevoel van gemis.''

Proberen terug te halen wat verloren is: ook Orpheus doet dat, als hij Euridice uit de onderwereld wil redden. De Orpheus in Geen lied kan omkijken zoveel hij wil, zijn Euridice krijgt hij er niet door terug. Tegelijk met zijn eerste geliefde is het kind in hem gestorven en de bitterheid daarover uit zich zowel in wrede poëzie als in fantasieën die de geschonden prilheid met lieve woordjes moeten herstellen.

Geen lied, dit voorjaar verschenen, was tevens een theatervoorstelling, een zelfgeregisseerde solo waarin meestal alleen Nasrs hoofd werd belicht, Orpheus' door de Maenaden van de romp gerukte kop die tegen wil en dank bleef zingen. Een ander personage van Ramsey Nasr bleef tegen wil en dank spélen. De doorspeler, uit 1996, was Nasrs afstudeerproject. In een baldadige conférence, eveneens zelf geregisseerd en geschreven, hekelde de examenkandidaat de pretenties van de virtuoos – die zich al spelend ontwikkelde tot een tragische potsenmaker. Een kunstenaarssatire die je ook als een universele parabel kon duiden, want iedereen wil een hoogvlieger zijn, terwijl de meesten van ons in het dagelijks leven niet verder komen dan jammerlijk gestumper. Ivo van Hove haalde voorstelling en speler naar Het Zuidelijk Toneel – en nu is Nasr er alweer weg.

Hij wil wel vertellen waarom: ,,Het Zuidelijk Toneel is grotezaaltoneel, met voorstellingen over de grote, sombere vragen van het leven. Die probeer ik ook te stellen, die vragen, maar ik zie mezelf evengoed in een komedie staan. Een lichter genre ook, in een kleine zaal, en daarnaast wil ik acteren in films, wil ik dichten en schrijven.''

Sjamaan

Zijn werktafel, in een Antwerpse bovenwoning, ligt bezaaid met boeken. Over Orpheus, die hem nog steeds niet loslaat en die onderwerp van de Van Gogh-lezing zal zijn. ,,Wat mij interesseert'', expliceert Nasr, nerveus vanwege het tijdgebrek (wasmachine kapot, vreemden over de vloer, chaos) en toch bereid tot begeestering, ,,is Orpheus als sjamaan. Waarschijnlijk komt de echte Orpheus uit een tijd lang voor de Grieken, toen men nog geen Olympische goden had maar een moedergodincultuur, met het geloof in een cyclus van leven en dood, van dood en wedergeboorte. Daalde je af naar de onderwereld om je geliefde terug te halen, dan haalde je ook het leven terug. Ik kan me voorstellen dat sjamanen dat vroeger deden en dat de Grieken daar niet van gediend waren, van zo'n cyclus waarbij het leven uit de dood wordt gehaald. Dat was in Griekse ogen natuurlijk opstandigheid jegens de goden, dus moest dat verbod op het betreden van de onderwereld worden ingesteld.''

Ramsey Nasr peinst: ,,Ik denk dat wij op dit moment aan het omkijken zijn in de onderwereld. Wij aanschouwen de constructie van leven en dood. Onze vanzelfsprekende plaats in de natuur zijn we kwijt; we hebben onszelf er met onze geest bovenuit getild. Dus zijn we op zoek gegaan naar de verloren eenheid, die we gevonden menen te hebben in DNA en de kosmos en een heleboel dwarsverbanden. Maar doet die kennis ons en de goden wel goed? Mogen we wel omkijken in de onderwereld? Ik weet niet of we er ongeschonden uit terug kunnen keren.''

Het liefst zou hij zich volledig aan de lezing wijden, maar bij de chaos komt dat zijn vriendin hem verlaten heeft. ,,Dus móet ik gedichten schrijven - een heel slechte timing.'' Dat hij tijdens een huilbui al aan de verwerking ervan denkt, in de vorm van een poëem, dat vindt hij ziekelijk. ,,Wie zo hardnekkig op sublimatie uit is, vervuilt het gevoel en maakt het minderwaardig, want gevoel alleen heeft voor hem geen bestaansrecht.''

Niet dat er altíjd eerst een gevoel komt. ,,Het gedicht Le sacre du printemps & Pierre Boulez ging uit van een gedachte. Ik schreef: `Hoe kan een man die enkel denkt in tikken / Mij doen huilen?' Boulez staat immers bekend om zijn totaal analytische manier van dirigeren. Waarom raakt zijn Sacre du printemps mij dan toch net zo hard als een orkaan?'' Soms is een krantenbericht de aanleiding voor een gedicht; het nieuws over een man die zestien kinderen had neergeschoten resulteerde in 13-3-'96, met dit kwatrijn als slot: ,,Vooreerst ontken ik deze boosheid, / Vergaap mij niet aan vliegend lood. / Er is geen wereld zonder broosheid. / Er zijn geen zestien kleuters dood.'' ,,Zoals bij iedereen die overgaat van puberpoëzie naar iets volwasseners'', zegt Ramsey Nasr, ,,probeer ik niet meer telkens woorden bij een gevoel te vinden maar ook weleens een gevoel bij woorden. Haar kussen waren lang is een poging om met louter woorden, los van een bepaalde persoon, een spanning op te wekken, een zekere erotiek.'' Binnen de fluctuerende grenzen van metrum en rijm. ,,Ik stel mezelf maar één voorwaarde: het moet goed bekken.''

Hoge cijfers

Zijn eerste gedicht verscheen in de krant van het Rotterdamse Gymnasium Erasmianum. Hij wilde opvallen op school, de leukste zijn, de hoogste cijfers halen. Was hij niet bezig met aandacht vragen, dan verloor hij zich in encyclopedieën. ,,Urenlang staarde ik naar plaatjes van de diepzee, de aardkorst of het menselijk lichaam.'' Lichamen in Geen lied worden ontleed, soms op een ruwe manier; zeewezens deinen voorbij en overal fonkelen zeldzame stenen. ,,Mijn vader ging met ons kinderen kristallen zoeken, in Lapland, in Joegoslavië. Altijd met die pikhouweel op stap, steengroeven in en uit. Ik hakte alles doormidden wat groot was en stil bleef liggen: `Papa, kijk!' `Ja leuk, da's kwarts', zei hij dan, en hij gooide mijn vondst, pats, over zijn schouder weer weg, want kwarts was niks waard. Maar soms zat er in zo'n lelijke grijze kei iets kostbaars - en moeilijke namen van stenen die je kunt vinden als je maar goed genoeg kijkt staan in mijn gedichten voor magie.''

Magie is een schaars goed als je volwassen bent. ,,De wereld waarin alles mogelijk was is voorbij. Dit is de wereld waarin alles zich uitwijst. Ik heb een acteeropleiding gehad: nu ben ik dus acteur. Ik kan nog het zijspoor bewandelen van schrijven en dichten maar meer wordt het niet. Vormelijkheid heeft de plaats ingenomen van ontvankelijkheid. Nooit meer zal ik iets voor het eerst meemaken.'' En waarom moesten zijn grootouders sterven? Uit De doorspeler: ,,Mijn vader is nog wel eens teruggeweest naar Palestina en toen-ie terugkwam, had-ie dia's mee, van onze familie. En we zijn die dia's aan het kijken en plotseling verschijnt er zo een hele oude vrouw, in een zwart kleed, met allemaal tatoeages in haar gezicht. Dus ik begin te lachen, ik zeg: `Wie is dat, die heks?' `Dat is je oma, Ramsey.' En we zouden haar nog wel eens gaan opzoeken, als het wat rustiger werd daar. Maar het werd nooit rustig en nu is ze dood. En ik word er niet warm of koud van.''

Stoere taal, want Ramsey Nasrs rouw om de grootmoeder die hij nooit in het echt heeft gezien is nog in volle gang. Zij had hem de verhalen over Palestina kunnen vertellen die zijn vader hem onthield. ,,Mijn vader verliet Palestina toen hij zeventien was. Hij heeft zich heel erg aangepast aan zijn Nederlandse vrouw en aan zijn nieuwe land. Leraar Nederlands is hij - èn, ja, Arabisch. Behalve de geur van sandelhout herinnerde bij ons thuis niets aan de cultuur die mijn vader had achtergelaten. Hij wist dat het onverstandig was om je als Palestijn te manifesteren.'' Ook de zoon is voorzichtig. ,,Bij het minste of geringste denkt de Mossad dat je een Palestijnse strijder bent. En dan kan ik een bezoek aan mijn familie wel vergeten.'' Een paar meninkjes dan. ,,Het leven wordt de mensen op de westelijke Jordaanoever onmogelijk gemaakt. Ook in vredestijd – door administratieve oorlogvoering.'' En: ,,Een Palestijn leert heel scherp lezen. Er zijn relletjes en twee Israëlische militairen worden gedood: dat is dan de kop. In een Nederlandse kwaliteitskrant. En in de laatste regel staat dat er bij wijze van vergelding zeven kinderen zijn neergeschoten. Wat is nou het nieuws? Dat er militairen omkomen? Of dat er kinderen worden doodgeschoten?''

Hij kijkt uit het raam, naar de smalle straat en het allegaartje van huizen. ,,Ik vraag me af wat ik hier nog doe. Eigenlijk ben ik maar wat in Antwerpen blijven hangen, na mijn opleiding.'' Om de hoek ligt de Studio Herman Teirlinck, waar hij het toneelspelen leerde. ,,Toen ik daar kwam, was ik praktisch motorisch gestoord; ik dacht altijd: `Ik kan wel praten maar meer niet, ik zal wel zo'n acteur worden die de hele avond op een stoel zit.' Maar we kregen balletles, tapdansen, jazzdans, bewegingsleer, scènisch vechten, acrobatiek, schermen: dus je wordt je bewust van je lichaam. Wat ik er ook geleerd heb is plezíer in het spelen. Je hoeft niet door je trauma's heen om tot een gemoedsgesteldheid te komen die je vervolgens lichamelijk uitdrukt. Je kunt ook met het lichamelijke beginnen en zó gevoel opwekken. Op die manier pijnig je jezelf niet terwijl je toch pijn kunt weergeven.''

Paradoxen

Ramsey Nasr voelt zich op het podium goed zolang hij weet dat hij niet staat te liegen. ,,Er moet een aansluiting zijn met dat wat ik verwoord.'' En hij komt met een trits paradoxen. ,,Hoe vaker je iets speelt, des te meer je die aansluiting kwijtraakt. Hoe beter je emoties kunt overbrengen, des te minder ze voor jezelf betekenen. Hoe beter ik speel, hoe slechter ik het vind.'' Het feit dat ze bij Het Zuidelijk Toneel één voorstelling wel zeventig keer spelen was voor hem een reden om daar weg te gaan.

Lange stilte na de vraag wat hij van Ivo van Hove geleerd heeft. ,,Ivo vond het nodig om mij in te tomen. Met mijn virtuositeit moest ik niet komen aanzetten; hij zei: `Dat kan je en dat hoef ik niet te zien.' Misschien heb ik van hem geleerd om binnen een groot geheel te functioneren. Om óók te overleven in een keurslijf.'' En verder? ,,Ivo's enscenering van Camus' Caligula leerde mij dat je moet blijven zoeken naar zin, ook al is er om je heen alleen maar waanzin.'' O ja, van Van Hove leerde hij ook om, als het moet, tegen de regisseur in te gaan. ,,Ik was Romeo in Romeo en Julia en Ivo herhaalde steeds: `Ik vind het zó knap van jou dat jij je niet wilt laten gelden, dat je die Romeo zo ingekeerd speelt!' Maar ik had gemerkt dat mijn Romeo niemand in de zaal ontroerde. Dus ik zei: `Je kunt het wel knap vinden, maar als het de mensen niet raakt, dan is er iets mis. Mijn personage mist gewoon basis. Namelijk een basis van absoluut verdriet.' Toen heb ik voor mezelf de beslissing genomen: `Ik ga constant, van het begin tot het einde, huilen.'''

Waarom? ,,Omdat hij niet kan omgaan met zijn gevoelens. Hij uit zich in frasen, in gedichten - nooit direct. Hij is heel jong en de eisen die de wereld aan hem stelt weet hij nog niet te combineren met de liefde.'' À la Ramsey Nasr? ,,Ik kan wèl omgaan met de liefde! Als het lukt! Alleen: ik ben iemand van extremen. Heel uitgelaten en heel erg in mezelf gekeerd, heel vrolijk en heel somber, heel jong en heel oud, heel emotioneel en heel rationeel. Het emotionele bijna altijd ingekapseld door het verstand. En op een bepaald moment is dat erg moeilijk. Romeo verkiest in extremis de dood; ik kies voor het leven. Met óverleven als tussenfase.''

`27 gedichten en Geen lied'. Uitg. Thomas Rap; prijs f29,90

`Geen lied' wordt op 7 mei eenmalig herhomen, in Theater Bellevue, Amsterdam (020-6247248; beperkt aantal kaarten beschikbaar). Reserveringen voor de Van Gogh-lezing in het Koningstheater, Den Bosch: tel/fax 073-6139484 of e-mailen naar HNBG@hetnet.nl.