Weinig kans op doorbraak voor vrede Midden-Oosten

De nieuwe ronde van vredesonderhandelingen in de Israelische badplaats Eilat verloopt moeizaam. De Palestijnen hebben opnieuw kunnen zien hoe klein de speelruimte van Israels premier Barak is.

Het zou een mooi gebaar van goede wil zijn geweest aan de vooravond van weer een nieuwe onderhandelingsronde over vrede. Maar door fel verzet binnen zijn gammele regeringscoalitie heeft de Israelische premier Ehud Barak zijn plan alweer moeten inslikken om Abu Dis en twee andere dorpen, grenzend aan Jeruzalem, volledig in Palestijnse handen te geven.

Drie regeringspartijen – Shas, de religieuze NRP-partij en de Russische immigrantenpartij – gaven Barak te verstaan dat ze Israels greep op `Groot-Jeruzalem' niet willen laten verslappen door op minder dan twee kilometer afstand van de Klaagmuur de Palestijnse politie in Abu Dis te laten patrouilleren. Inspelend op de nationalistische en religieuze sentimenten over de ondeelbaarheid van Jeruzalem als de eeuwige hoofdstad van het joodse volk, zeiden de opposanten dat Abu Dis voor de Palestijnen een springplank is naar Jeruzalem. De stokoude rabbijn Kadouri, een heilige voor aanhangers van Shas, werd van stal gehaald om de voorgenomen overdracht van de drie dorpen te vergelijken met het uitkleden van een koning. Het beeld van `naakt Israel' spreekt tot de verbeelding in deze kringen.

Door de affaire hebben de Palestijnen opnieuw kunnen zien hoe klein de politieke manoeuvreerruimte van Barak is om pijnlijke historische beslissingen te nemen ten behoeve van vrede. De mislukte poging van de premier Barak om een vertrouwensbruggetje te slaan naar de Palestijnen, wierp deze week onmiddellijk zijn schaduw op de in de kustplaats Eilat hervatte Israelisch-Palestijnse besprekingen. Deze maand zou de blauwdruk op tafel moeten liggen voor een definitieve vredesregeling in september, maar nu is al duidelijk dat die kaderovereenkomst er niet op tijd zal zijn. De Palestijnse woede over nieuwbouw in de nederzettingen in bezet gebied bederft de sfeer tussen de delegaties. Minister Levi van Bouwnijverheid, van de religieuze NRP-partij, verklaarde bij het begin van de onderhandelingen dat er duizenden woningen in de nederzettingen worden gebouwd. Op de dag van de hervatting van de Israelisch-Palestijnse vredesdialoog maakte zijn ministerie bekend dat de nederzettingsstad Ma'ale Adumim met 174 woningen zal worden uitgebreid.

De kloof tussen de partijen over de kaart, de Palestijnse vluchtelingen en de kwestie-Jeruzalem lijkt onoverbrugbaar. Gisteren presenteerde Israel voor de eerste maal zijn vredeskaart. Volgens Palestijnse onderhandelaars kan Arafat van Barak tweederde van de westelijke Jordaanoever krijgen. Hoewel in dit voorstel territoriale continuïteit ontbreekt, heeft Barak zich in het openbaar wel uitgesproken voor territoriale verbindingen tussen de verschillende brokstukken die – volgens Israel – samen de Palestijnse staat zouden moeten vormen.

De Palestijnse onderhandelaars in Eilat waren zo diep gekwetst over de Israelische territoriale visie van de Palestijnse staat, dat ze kwaad de conferentiezaal verlieten. Zij eisen een Palestijnse staat op de hele westelijke Jordaan-oever en in de strook van Gaza met (Oost-)Jeruzalem als hoofdstad. De Palestijnen beroepen zich op internationale legitimiteit, reeksen resoluties van de VN-Veiligheidsraad en het precedent van de Israelisch-Egyptische vrede. ,,Als Israel voor vrede met Syrië bereid is wel de hele Golan-hoogvlakte op te geven, waarom geldt dit principe niet voor vrede met ons'', zeggen de Palestijnen.

In de kern zijn de meningsverschillen en het onderlingen wantrouwen in Eilat terug te voeren op het verschil van inzet van beide delegaties. In Israel wordt gesproken over een `overgangsakkoord' van enkele jaren, terwijl de Palestijnen rekenen op een definitieve vredesregeling. Tegen die achtergrond is de kans dat binnenkort alsnog een doorbraak wordt bereikt, vrijwel nihil.

    • Salomon Bouman