Vreemde spelletjes in het bos

De vader van Jack en Bee is in de oorlog in Vietnam gewond geraakt. Hij is nooit meer de oude geworden al is niet helemaal duidelijk wat hij mankeert. Hij knoeit met zijn eten. Hij wordt door een busje opgehaald om ergens te werken. Hij praat alsof hij onder water zit.

Tijdens het weekend dat Carolyn Coman beschrijft in haar boek Oorlogje spelen zijn Bee en Jack alleen thuis. Ze wilden geen van tweeën mee naar hun grootouders, waar ze vroeger een paar jaar gewoond hebben. In het bos bij het grootouderlijk huis speelden Jack en Bee altijd oorlogje. Ze speelden de verrassingsaanval na waarbij hun vader gewond was geraakt en waarbij een aantal van zijn makkers is omgekomen. Dat spel lijkt voornamelijk bestaan te hebben uit twee rollen: die van gewonde en die van redder. Bee ligt op de bosgrond, gewond, en haar broer komt haar redden. Hij versleept haar ook, over de boomwortels en dennennaalden en daarbij zegt hij dingen als `Je bent gewond. Blijf stilliggen. Ik zal je redden'. Hij gaat bovenop haar liggen.

Het is een vreemd spelletje waarbij veel onuitgesproken blijft. Ook in haar gedachten geeft Bee de dingen geen naam. De suggestie is dat ze dat niet kan, evenmin als haar broer. Er is iets kapot geraakt in het gezin, iets waar nooit over gesproken wordt en wat ook niemand wil weten.

In haar vorige boek Wat Jimmy die nacht zag schreef Coman over een verbroken gezin, een moeder met twee kleine kinderen, één nog een baby die mishandeld dreigde te worden door haar vriend. Het boek ging over de angst van het jongetje Jimmy, over zijn verlangen naar veiligheid en een man in huis, over wat hij niet kon zeggen maar wel kon voelen. De spanning trilde van de pagina's en ook psychologisch was het allemaal heel aannemelijk.

Deze keer is er weer zoiets, iets angstaanjagends en onuitgesprokens, maar het is veel minder concreet. Er is geen geheim of iets dergelijks, er is alleen maar een façade waar niemand in gelooft maar waar ook niemand over praat. Coman laat het meisje Bee angstvisioenen hebben waarin eerst het lichaam van haar broer uiteengereten wordt en daarna haar eigen lichaam gruwelijk verminkt blijkt te zijn. Die angsten zullen wel op een of andere manier met haar vaders oorlogservaringen te maken hebben, maar ze geven toch ook de indruk dat Bee geestelijk zwaar in de war is en dringend hulp nodig heeft. `Toen keek ze langs haar verscheurde en opengereten romp naar beneden. Ze bekeek zichzelf lange tijd, en vervolgens stopte Bee haar vinger, haar wijsvinger, in een van de diepe voren en voelde het bloed en het beurse vlees.' Een vrij gruwelijke passage en een vrij eigenaardige als je weet dat Bee nog helemaal gaaf is.

Wat er precies aan de hand is tussen Bee en haar broer is onduidelijk – iets incestueus dat wel, maar het is ook wel min of meer gewenst van beide kanten. Echte troost blijft uit, het lijkt eerder of ze de angst en de spanning die ze voelen, vergroten door hun spelletjes. Als de ouders terugkeren na het weekend is er niets opgelost – of wel?

Jeugdboeken laten, als ze `literair' willen zijn, wel vaak iets te raden over en dat kan juist heel mooi en geheimzinnig zijn. Maar in dit boek is het meer allemaal vreemd en onaf – het lijkt eerder een schets voor een boek dan het boek zelf. Jammer, na dat geslaagde Wat Jimmy die nacht zag.

Carolyn Coman: Oorlogje spelen. Vert. uit het Engels. door Marja Waterman. Querido, 75 blz. ƒ19,95

Nederlandse literatuur

    • Marjoleine de Vos