Veteranen vergeten in Bangladesh

Bijna dertig jaar geleden waren ze de helden van Bangladesh – de onafhankelijkheidsstrijders die bewerkstelligden dat hun land, toen nog Oost-Pakistan geheten, zich in 1971 met Indiase hulp kon afsplitsen van de rest van Pakistan. Nu, anno 2000, zijn het vergeten veteranen om wie weinigen zich nog bekommeren.

In de hoofdstad Dhaka slijt een groep van ongeveer twintig oorlogsinvaliden zijn dagen in het zogeheten `Dorp van de vrijheidsstrijders', een uiterst bescheiden rusthuis voor de oud-soldaten. De meesten komen van het platteland. Ze zijn trots op de bijdrage die ze hebben geleverd aan de onafhankelijkheid, maar de sporen van pijn en verdriet dragen ze nog steeds. Vrijwilligers en familieleden zorgen voor hen zo goed en kwaad als dat gaat – voor voedsel, kleding en onderdak hoeven ze niet aan te kloppen bij de overheid.

Het `Dorp van de vrijheidsstrijders' is niet ver verwijderd van de woning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina Wajed, dochter van de eerste president van het onafhankelijke Bangladesh, Sheikh Mujib. Sheikh Mujib, die de erenaam `Bangubandhu' (Vriend van de Bengalen) droeg, kwam vroeger vaak bij de veteranen langs en omhelsde hen, herinnert zich één van de bewoners. ,,Zijn dochter, de premier, woont hier vlakbij maar ze is hier nog nooit geweest'', zegt hij.

Hij is niet de enige die verbitterd is. ,,Eén of twee dagen per jaar wordt er aan ons gedacht. De rest van het jaar brengen we hier door in ziekte en ontbering'', zegt een ander. Sommigen, die zijn gekluisterd aan een rolstoel, hebben het geluk dat af en toe een dochter of ander familielid langs komt voor een praatje of wat extra verzorging. Maar de meeste tijd zijn ze aangewezen op elkaar: ze kibbelen, leggen een kaartje, praten over politiek ofstaan stilzwijgend stil bij hun ,,verloren leven'', zoals een van hen het uitdrukt.

    • Abir Abdullah
    • Drik Picture Library