Vertaal helder, en niet in eigen woorden

Ik weet wat u denkt. U denkt: Aristoteles heeft een boek over poëzie geschreven. Dat boek is in het Nederlands vertaald. Over dat boek en over die vertaling krijg ik een diepzinnige beschouwing te lezen. Mij wordt aangeraden naar de boekwinkel te rennen en het boek te kopen.

U vergist u. Misschien heeft Aristoteles wel een boek geschreven dat hij Over poëzie zou kunnen noemen, maar als hij dat al deed, dan is dat boek hopeloos verloren. Misschien hebben wij alleen de aantekeningen die Professor Aristoteles maakte voor zijn college. Die aantekeningen zijn nogal verward, onsamenhangend, en hier en daar onbegrijpelijk. Ze gaan niet over de poëzie maar over de Griekse tragedies plus het epos van Homerus. Best mogelijk dat er nog een deel over komedies op volgde, maar dat is er niet meer. Umberto Eco heeft op dat verlies een populair boek gebaseerd.

Hoe verwarrend het boek ook is, het heeft grote indruk gemaakt toen het na eeuwen weer opdook. Ook al las u het nooit, u heeft toch vernomen dat volgens Aristoteles een toneelstuk zich moet houden aan `de drie eenheden': De eenheid van tijd (alles moet zich in één dag afspelen), de eenheid van plaats (het toneel moet steeds hetzelfde zijn) en de eenheid van gebeuren. Ook heeft u wel eens gehoord van katharsis. Dat is het heugelijke verschijnsel dat een zaal vol mensen die zien hoe een man per ongeluk zijn vader doodslaat en per nog groter ongeluk met zijn moeder trouwt en tenslotte, niet per ongeluk, zijn eigen ogen uitsteekt, daar heel tevreden van wordt en opgelucht en blij naar huis gaat.

De drie eenheden berusten op verkeerd lezen. Zo zegt Aristoteles niets anders dan dat je in een schouwburg nu eenmaal maar naar één decor tegelijk kan kijken. Dat anderen daarvan gemaakt hebben dat een toneelstuk maar op één plek kan spelen, daar is Aristoteles niet voor verantwoordelijk.

Over die katharsis is, nadat Aristoteles het begrip heeft ingevoerd, veel geschreven en elke nieuwe bewerker laat daar weer zijn eigen licht op schijnen. Het handigste is om het woord maar niet te vertalen — in het Grieks was het een medische term voor ontstopping van de darmen. Ook andere termen uit het theaterwezen werden geboren in het college waarvan wij de aantekeningen lezen: coup de théatre, deus ex machina, metafoor, poëtische taal. Nooit eerder is er, zover wij weten, verstandig geschreven over de rol van de logica in een toneelstuk.

Van de resten van dit belangrijke, want eerste, boek over literatuur zijn de laatste eeuwen tientallen vertalingen gemaakt. Ben Schomakers is de vijfde Nederlandse vertaler. Eerder verscheen een Nederlandse vertaling van twee onbekende handen in 1780. Van der Ben en Bremer gaven in 1986 een vertaling uit bij Athenaeum, die nog in de winkel ligt. Wie nu met een derde vertaling komt, moet dus iets beters brengen, zowel in de vertaling zelf als in het commentaar. Maar wie een uur in Schomakers leest, ziet dat de vertaling inferieur is en dat het commentaar in onbegrijpelijke taal is geschreven.

Tegen elke zin in de vertaling heb ik bezwaren. Daarom pak ik een gedeelte waar weinig onenigheid over bestaat. Het gaat om de taal die in de tragedies gebruikt wordt. Een groot commentator vond dit deel zo saai dat hij er geen woord aan vuil wilde maken. Ik vind het interessant omdat je voor het eerst in de geschiedenis iets over grammatica kunt lezen.

Hoofdstuk 22 begint met de zin:

Lexeoos de aretè safè kai mè tapeinèn einai, dus:

De aretè van de lexis is om safes maar niet tapeinos te zijn.

Aretè betekent: deugd, kwaliteit, excellentie.

Lexis betekent: stijl, woordkeus, verbale expressie

safes betekent: helder, duidelijk, simpel

tapeinos betekent: banaal, plat, ordinair.

Dat geeft dus al eenentachtig mogelijkheden die je dan ook, in het Engels, Frans, Italiaans en Latijn kunt vinden. Ik zou zeggen: `de kwaliteit van de literatuur ligt erin om helder maar niet platvloers te zijn'. Van der Ben en Bremer hadden: `De (poëtische) woordkeus is goed wanneer zij duidelijk en niet banaal is'. Schomakers vertaalt: `De ideale taal is helder en niet alledaags'. Hoezo: de ideale taal? Aristoteles heeft het uitdrukkelijk over de literaire taal. Laten we even doorlezen: `Het helderst, maar ook erg alledaags, is natuurlijk een taal die bestaat uit woorden die eigen zijn'. Dan wrijf je toch je ogen uit. Eigen woorden – wat zijn dat? Het is waar dat de Latijnse vertaling van `kurioi' propria is. Maar de Engelsen zeggen hier toch gewoon: `standard, regular, current, normal' woorden. We zien in deze passage de geboorte van het begrip `poëtisch woord', dat Aristoteles alleen met de ontkenning niet-banaal kon uitdrukken.

Wie een nieuwe vertaling van een zo beroemd boek maakt, kent natuurlijk de belangrijkste andere vertalingen en commentaren. Dan is het toch wel erg gek als de vertaler in afwijking van iedereen voor hem, maar zonder een enkele toelichting, het Griekse Massuliotoon niet vertaalt met `Van de inwoners van Marseille' maar alsof het een voorbeeld is van een idioot onvertaalbaar woord, terwijl dat idiote woord erachter staat en gekscherend gebruikt wordt voor Marseillenaren. Even raar is dat hij, anders dan al zijn voorgangers, als Aristoteles zegt dat een zin niet altijd een werkwoord hoeft te hebben en dan als voorbeeld geeft: de definitie van de mens, dit opvat alsof de vijf woorden `De definitie van de mens' die werkwoordloze zin vormen, terwijl alle anderen menen dat het om de zes woorden in die definitie zelf gaat (`een intelligent dier op twee benen').

Achterin somt Schomakers een aantal vertalingen van de Poiètikè op. Hij schrijft: `Verder is er natuurlijk de tekstgetrouwe, heldere, maar stilistisch niet altijd gelukkige Nederlandse vertaling van Bremer en Van der Ben waaraan ook een groot aantal, klassieke encyclopedie-achtige aantekeningen is toegevoegd'. Dus die vertaling is slecht en de aantekeningen kan je in een encyclopedie vinden – tussen klassieke en encyclopedie had Schomakers natuurlijk een streepje moeten zetten. Maar het is nu juist zijn eigen vertaling die stilistisch werkelijk áltijd ongelukkig is. En wat zijn aantekeningen, noten, voorwoorden, nawoorden, tussenwoorden – het kost moeite de tekst zelf te vinden – betreft: deze hebben als enige verdienste dat de arme lezer steeds meer hoofdpijn krijgt en de zinnen van Aristoteles hem ineens als helder en toch niet platvloers voorkomen. Het is een originele manier om de lezer enthousiast te maken over een klassiek auteur: die is in ieder geval beter dan de commentator. Alle dertien vertalingen die ik zag geven aan de lezer de kleine service om bij een aangehaald vers van Homerus even de plaats daarvan te melden – Schomakers doet dat niet.

Aristoteles heeft een belangwekkende tekst geschreven, die zelfs in de verfomfaaide versie de moeite waard is. Lees hem in de Engelse vertaling van Halliwell, Golden, Hutton, Else, Twining, Cooper of Heath (Penguin), of in de Franse van Hardy (Poche), Voilquin & Capelle, Magnien, of Dupon Roc & Lallot. Neem de Nederlandse (waarin veel tussen haakjes staat) van Bremer en Van der Ben, neem desnoods de anonieme vertaling uit 1780, maar neem niet die van Schomakers, want daar houdt u een levenslange haat tegen Aristoteles en de Griekse tragedies aan over en dat hebben hij en zij niet verdiend.

Aristoteles: Over poëzie. Vertaling, inleiding, annotatie en nawoord van Ben Schomakers. Damon, 200 blz. ƒ32,50

Cultuurgeschiedenis

    • H. Brandt Corstius