Universiteit op zoek naar artsen

Universiteiten selecteren voor het eerst een deel van de studenten geneeskunde zelf. Opdracht: schrijf een essay.

Het liefst zou chirurg prof. O. Terpstra met de scholieren die graag arts willen worden, een weekje op de hei gaan zitten. ,,Een paar avonden rond een kampvuur, een survivaltocht en ik kan aardig inschatten wie een goede arts kan worden'', zegt hij. Want natuurlijk heb je een goed stel hersens nodig, voor de studie. Maar net zo belangrijk vindt hij het karakter van de dokter-in-spe. ,,Die moet makkelijk kunnen communiceren, empatisch zijn en zich kunnen inleven in de patiënt zonder zelf labiel te worden.''

Zo'n intensieve selectie zal er niet snel van komen. Maar na `Meike Vernooy', de scholiere die voor haar eindexamen slaagde met een gemiddelde van 9,6 en vervolgens drie keer achtereen werd uitgeloot voor de studie geneeskunde, was iedereen het er over eens dat het anders moet. En vanaf komend studiejaar gáát het anders. Scholieren met gemiddeld een acht of hoger worden zonder meer toegelaten tot studies met een studentenstop. De overige scholieren doen mee aan de gewogen loting, die tot nu toe voor iedereen gold. Daarbij hebben diegenen met hogere eindexamencijfers meer kans.

Tot zover weinig discussie. Maar omstreden is dat een deel van de studenten — dit jaar tien procent, volgend jaar moet dat dertig worden — door de universiteit of hogeschool zelf mag worden geselecteerd. Ze mogen daarvoor hun eigen criteria hanteren. Dit eerste jaar hebben zich de universiteiten van Utrecht en Leiden en enkele hogescholen aan het experiment gewaagd, maar het is de bedoeling dat volgend jaar alle numerus fixus-studies meedoen. Dan gaat het om de universitaire studies geneeskunde, diergeneeskunde en tandheelkunde en een flink aantal hbo-opleidingen waarvoor zich jaarlijks gemiddeld 17.500 scholieren aanmelden.

De breuk met het verleden is groot. In Nederland bestaat geen traditie om op academische excellentie te selecteren, zoals in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten waar de beste universiteiten alleen de meest veelbelovende studenten toelaten. Hier is het havo- of vwo-diploma het toegangsbewijs voor een studie aan een hogeschool respectievelijk universiteit.

Lakmoesproef op de universiteiten is de zeer populaire studie geneeskunde, waarvoor zich jaarlijks drie keer zoveel scholieren aanmelden als er plaatsen zijn. De Universiteit Leiden vraagt van de scholieren die mee willen doen aan deze `decentrale selectie' minimaal acht vakken op hun eindexamenlijst: naast de verplichte vakken scheikunde en natuurkunde ook biologie en geschiedenis of aardrijkskunde. W. Rietman, schooldecaan van scholengemeenschap Het Streek in Ede, is verbijsterd. ,,Wat vakken als aardrijkskunde en geschiedenis met geneeskunde te maken hebben, is mij een raadsel. Waarom geen Grieks of handenarbeid? Worden scholieren met geschiedenis in hun pakket betere artsen?''

160 scholieren die aan de voorwaarden voldeden, hebben vorige maand op een zaterdag in Leiden een essay over veroudering geschreven. Rietman: ,,Midden in de tentamenperiode!'' Op grond van het essay selecteert de universiteit zestig kandidaten die in de zomervakantie twee weken meedoen aan een intensief lessenproject. Na een gesprek moeten er twintig studenten overblijven.

De Universiteit Utrecht koos voor een andere insteek. Alleen studenten die een volledige hbo- of universitaire studie of het driejarige University College hebben afgerond, kunnen proberen buiten de loting om een studieplaats verwerven. De overige universiteiten met een studie geneeskunde wachten nog een jaar met de decentrale selectie, maar voor de Vrije Universiteit Amsterdam wordt affiniteit met de multiculturele samenleving één van de selectiecriteria, zegt directeur van het onderwijsinstituut M. Verweij: ,,Al weten we nog niet hoe we dat gaan meten.''

Rietman vindt het een warboel. ,,Dat briljante studenten met extreem hoge cijfers zonder loten doormogen, is de verdienste van Meike Vernooy. Daar zal je niemand over horen. De rest moet in vredesnaam maar loten. Dat is het eerlijkst. Als de universiteiten op eigen houtje gaan selecteren, leidt dat tot willekeur. Hoe kun je op grond van een essay van een 18-jarige beoordelen of iemand een goede arts wordt? Bovendien verschillen de criteria om mee te mogen draaien in de selectie per universiteit. Hoe kan ik als decaan dan ouders en leerlingen adviseren over een vakkenpakket en een opleiding?''

Hoogleraar psychologie, J.D. Drenth, kan zich goed voorstellen dat decanen met de handen in het haar zitten. Hij was destijds voorzitter van de commissie die oud-minister van Onderwijs Ritzen adviseerde over de nieuwe toelatingsprocedures voor numerus fixus-studies. Hij is ,,zeer ongelukkig'' met de `decentrale selectie' waartoe minister Hermans (Onderwijs) besloot. Zijn grootste bezwaar is dat het eerlijk lijkt, maar dat niet is. ,,Een essay of een sollicitatitiegesprek zegt niets over de kwaliteiten van iemand om geneeskunde te studeren. Ik zie de adviesbureautjes al uit de grond schieten die voor flinke bedragen scholieren helpen met een strategische voorbereiding.'' Bovendien werkt het volgens hem vriendjespolitiek in de hand. ,,Je kunt nu al voorspellen dat de selecteurs worden opgebeld door die arts uit het Gooi wiens dochter echt door de selectie heen moet.''

Directeur bedrijfsvoering O. de Vries, belast met de selectie van geneeskunde studenten aan de Universiteit Utrecht (UU), kan zich de kritiek wel voorstellen. Selecteren is vreselijk lastig, erkent hij. Een van de belangrijkste overwegingen voor de UU om alleen afgestudeerden toe te laten was de natuurlijke voorselectie. Vries: ,,Het kon nooit een heel grote groep zijn. Bovendien heb je dan gemotiveerde mensen die zich al bewezen hebben.'' Of hij de allerbesten met een vragenlijst over het `beeld dat men heeft van het beroep' en een sollicitatiegesprek eruit zal pikken, durft hij niet met zekerheid te zeggen. ,,Het blijft natuurlijk altijd subjectief.''

Toch, zegt hij, ziet hij grote voordelen. Loten, hoe eerlijk misschien ook, is onpersoonlijk en rechtlijnig. ,,Door de brieven en gesprekken die wij met de mensen voeren creëer je een persoonlijke band. Docenten denken: `Wat fijn om die persoon in de klas te hebben'. Het is misschien niet eerlijker, maar wel menselijker.''

Ook onderwijsdirecteur H. Hendrix van de Universiteit Leiden (UL) vindt het goed dat er niet alleen meer geloot wordt. Hij zoekt `slimme scholieren met een brede maatschappelijke interesse'. Vandaar de eis dat gegadigden naast een stevig bètapakket, ook gammavakken moet hebben. Hendrix: ,,Dat past bij het profiel van een dokter, dat moet geen geleerde zijn.''

Elnathan Prinsen (17) voldeed `toevallig' aan de vakkenpakketeisen van de UL en dacht `nee heb je, ja kun je krijgen'. Hij ziet wel een beetje op tegen de twee weken collegelopen eind juni, mocht hij daar na het essay voor in aanmerking komen. Prinsen: ,,Maar ik probeer alles om een plaats te krijgen. Ik had eind juni samen met mijn vriendin een huisje gehuurd in Harderwijk. Lekker relaxen na het eindexamen. Dat huisje heb ik toch maar afgezegd.''