Uil braakt muis

Hé. Daar liggen twee balletjes op de grond, onder een knotwilg. Ze zijn ongeveer zo groot als pingpongballetjes. Maar ze zijn niet wit. Eerder grijzig bruin. En harig. Het zijn braakballen, van een steenuil. De uil is in geen velden of wegen te bekennen. Hij zit niet in een van de knotwilgen die hier langs de slootrand staan. Het is rustig in de weilanden. In de verte maken twee kievitten acrobatische capriolen in de lucht. Je hoort het zachte geronk van een tractor die de aarde omploegt.

Braakballen. De steenuil produceert ze bijna iedere dag. Het wil niet zeggen dat hij misselijk was en hier heeft zitten overgeven. Nee, zou hij geen ballen uitbraken, dan zou hij snel doodgaan. Want dan zou zijn maag binnen de korste keren barstensvol zitten met onverteerde etensresten.

De steenuil moet af en toe braken omdat hij zijn prooien met huid en haar opeet. Misschien heeft hij ze wel hier in de knotwilg zitten oppeuzelen. Een veldmuisje, een spitsmuisje, of een mestkever. In de maag van de steenuil worden de muisjes en de kevers verteerd tot een papje. Dat papje komt via de maag in de rest van het uilenlijf terecht en levert daar de voedingsstoffen en energie die nodig zijn om bijvoorbeeld de hersenen, de vleugelspieren en het hart te laten werken. Maar de steenuil kan zijn prooien niet helemaal verteren. De botten van de muis laten zich niet tot pap vermalen. Hetzelfde geldt voor de haren en de tanden. En ook voor de schilden en de poten van de mestkever. Die onverteerde resten stapelen zich op in de maag van de steenuil. Ze vormen daar een bal. Dat duurt 16 tot 18 uur. De maag perst de bal daarna omhoog, door de slokdarm naar de keel. De uil braakt de bal uit. Bwààh. De braakbal valt op de grond. Even later vliegt de steenuil weg. Hij zit nu ergens anders, maar de braakballen verraden dat hij zo nu en dan wel eens een tijdje vertoeft in de knotwilg hier.

Veel vogels braken ballen uit. De bosuil, de buizerd, de reiger, de meeuw. Als je zo'n braakbal uit elkaar pluist kun je zien wat een vogel gegeten heeft. In de braakballen van reigers vind je vaak resten van muizen, mollen en insecten. In die van meeuwen zitten overblijfselen van schelpen.

In de gevonden braakballen van de steenuil zitten stukjes kaak. Onder ander een bovenkaak van een muis. Er zitten drie kiezen in. Op het kauwvlak van de kiezen herken je een rij driehoekjes. Ze hebben scherpe hoeken. Op de achterste kies kun je ook nog vijf gesloten vakjes herkennen. De tweede kies heeft vier van die vakjes. Daaraan kun je zien dat het de kaak van een veldmuis is.

Je kunt zelf ook braakballen onderzoeken. Neem er eens een paar mee naar huis, en pluis ze voorzichtig uit elkaar. Veeg de botjes schoon met een zachte tandenborstel. Eventueel kook je ze in water met een beetje chloor. Daar worden ze mooi wit van. Om te achterhalen van welk dier de botjes zijn, heb je een determineertabel nodig. Die kun je aanvragen bij de KNNV Uitgeverij (tel: 030-2333544) in Utrecht. Daar hebben ze een boekje dat helemaal over braakballen gaat. Misschien word je dan wel een braakballenspecialist.

    • Marcel aan de Brugh