Revolutie

Als we zeggen dat iemand een `jongen van Jan de Witt' is, bedoelen we een flinke kerel, `voor geen kleintje vervaard', zoals Van Dale het omschrijft. De Witt, met twee t's. Het kan bijna niet anders of hier wordt verwezen naar Johan de Witt, de raadspensionaris die op 20 augustus 1672 door het Haags gepeupel voor de Gevangenpoort werd vermoord, samen met zijn broer Cornelis. Niet daarom wordt 1672 het Rampjaar genoemd. Op school leerden we dat het volk radeloos was, de regering redeloos en het land reddeloos. En toen kwam standhouder Willem III, en daarmee alles op zijn pootjes terecht.

Het is een van de beste sprookjes uit de vaderlandse geschiedenis. Met de nadruk op sprookje, want de werkelijkheid was anders. Kortheidshalve citeer ik uit het artikel van L.J.Rogier in de Winkler Prins. Johan en zijn broer ,,werden bij het verlaten van de gevangenis door een troep plebs, aangevuurd door enige notabele burgers, o.a. admiraal Cornelis Tromp en een paar hervormde predikanten, en gedekt door de werkloos toeziende stedelijke schutterij, naar buiten gesleurd en gelyncht. Ofschoon een strikt bewijs nooit is geleverd en een bevooroordeelde oudere geschiedschrijving daaraan een grond tot vrijspraak ontleende, staat indirecte medeplichtigheid van Willem III vast. (– Hij) weigerde mee te werken aan de vervolging van de moordenaars.''

Mooi proza, dat je doet afvragen wat de kinderen tegenwoordig op school over deze dramatische episode leren. Mijn onderwijzers en leraren hoorden tot de school van de oudere geschiedschrijving. Ik hoorde de verhalen over het Rampjaar kort voor en in de oorlog. Dat was een tijd van andere perspectieven, en dus neem ik het de docenten niet kwalijk dat wij leerlingen de gebroeders De Witt gingen zien als een soort voorlopers van Mussert. Later ben ik er achter gekomen hoe de vork in de steel zit. Ik weet nog hoe verrast ik was, wat iets zegt over de invloed van `bevooroordeelde oudere geschiedschrijving'.

Waarom dit alles nu opgeschreven? Het is geen rampjaar, er zijn zelfs mensen die beweren dat de nieuwe Gouden Eeuw is aangebroken. Op dit ogenblik staat juist de monarchie van de Oranjes `ter discussie', en zijn de republikeinen in opmars. In alles lijkt de toestand het tegendeel van die in 1672. Ja, lijkt. Want kijk je beter dan krijgt de toestand van toen een ander reliëf. De Oranjes, dat is bekend, hebben door de eeuwen heen een groot deel van hun macht en kracht ontleend aan het volk. Johan de Witt was wat we nu misschien nog zouden noemen, een intellectueel, kenner van Descartes en Spinoza en bevriend met Christiaan Huygens – het soort mensen dat niet regelmatig bij hoge militairen over de vloer komt, noch andersom. Zijn binnenlandse politiek was erop gericht, de Oranjes uit te schakelen. Hij is niet de laatste geweest. De recentste en meest serieuze poging na hem is ondernomen door Pieter Jelles Troelstra wiens revolutionaire illusies in de Oranjegolf op het Malieveld ten onder ging. (Zie het mooie boek van H.J.Scheffer, November 1918. Journaal van een revolutie die niet doorging).

De tijden zijn veranderd. Onder de intellectuelen heb je veel republikeinen, maar ik zie er nog geen Mirabeau of Gravilo Princip onder. Dat is ook niet het belangrijkste. Het gaat om het antwoord op een andere vraag. Is er nog volk? En zo ja, wat voor volk? Wie wil dit volk op handen dragen, voor wie de Gouden Koets uitspannen om het rijtuig zelf te trekken? Het volk stroomt nu samen voor Doe Maar. Straks weer voor de voetballerij. Daarna voor de volgende Nina Brink. Maar voor een koning? Dat hangt er helemaal van af, hoe populair die zich op de televisie weet te maken. En de kijkcijfers laten zien dat het nieuwe volk liever een vorst heeft die wat meer van Hatsekiedee! weet dan het staatshoofd dat we nu hebben.

Tekent zich een renversement des alliances af? Hoogwaardige intellectuelen van de genootschappen worden op de stroom van de tijd nader gebracht tot het volk van de televisie dat een beetje meer fun in het paleis wil hebben. Of het een grondslag voor de revolutie is, moeten we afwachten – maar in het televisietijdperk hebben we wel gekkere dingen zien gebeuren.

Ik kom tot mijn conclusie. Niet zo lang geleden heeft het amateurtoneelgezelschap Toetssteen een kassucces geboekt met het stuk Emily. Het moet mogelijk zijn, een avondvullend drama te schrijven over de revolutie die nu in de lucht zit. Lees, ter inspiratie, alles over de wilde tonelen die zich in augustus 1672 op het Groene Zootje en in november 1918 op het Malieveld hebben afgespeeld, verzin waar het drama zich nu zou moeten voltrekken (de Dam), bestudeer de karakters van de genootschappers en de aanvoerders van het televisieplebs, en volgens mij ontrolt de intrige zich dan als vanzelf. Eerst samenzweringen, dan op elkaar botsende massa's, bewindslieden die de andere kant op kijken. Het eindigt, òf met de inhuldiging van de eerste Nederlandse president, òf met de volgende Oranje op de troon. Het hangt ervan af wat de beste kijkcijfers scoort.

    • H.J.A. Hofland