OM stuurt Inspectie terug voor onderzoek

Het Rotterdams openbaar ministerie heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg opdracht gegeven opnieuw onderzoek te doen naar mogelijke wantoestanden in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Volgens drie ouders zijn hun kinderen die in de Kliniek voor Kinder-en Jeugdpsychiatrie verbleven regelmatig mishandeld door de pedagogisch medewerkers.

De ouders dienden al in 1996 een klacht in bij de inspectie over de behandeling van hun kinderen in de Blauwe Groep, waar kinderen tussen de 6 en 12 met ontwikkelings- en gedragsstoornissen worden behandeld. Volgens de ouders heerste er op de afdeling een ,,gewelddadige en hectische sfeer'', waarbij kinderen regelmatig werden geïsoleerd in `rustig-maakkamertjes' en werden `gebundeld'. Bij `bundeling' werden de armen van de kinderen op de rug gedraaid en werd er een tissue of een washand in hun mond gestopt. Volgens een van de ouders was bundeling geen incident, maar regel. ,,Mijn zoon, was een `gevaar voor zichzelf', zeiden ze daar. Hij is nu 13 en zit op het gymnasium.''

Direct na de aangifte door de ouders gelastte het openbaar ministerie een onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Inspecteur voor de Gezondheidszorg uit Rijswijk. Begin dit jaar oordeelde de Nationale Ombudsman R. Fernhout dat dat onderzoek ,,ondeugdelijk'' was uitgevoerd. De inspectie had gedurende een dag de staf van het ziekenhuis gehoord, maar verzuimd met de ouders en de kinderen te praten. Ook had de inspectie uitgebreider onderzoek moeten doen naar bundeling en fysieke inperking. Volgens de Ombudsman kwam de inspectie op grond van ,,ontoereikend feitenmateriaal'' tot de ,,te stellige conclusie'' dat het ziekenhuis zich niet schuldig had gemaakt aan mishandeling.

De Ombudsman velt geen oordeel over de gang van zaken in het kinderziekenhuis. Volgens afdelingshoofd F. Verhulst van het kinderziekenhuis is bundeling overigens een gangbare praktijk binnen de psychiatrie om onrustige patiënten te kalmeren. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie constateerde eind vorig jaar dat er weinig bekend is over het fenomeen, en dringt aan op extra onderzoek naar de methoden.