Obsceniteiten in de vuilnisbak

Twaalf verhalen van Adam Thorpe, dat hebben wij eerder meegemaakt. Voor zijn prozadebuut Ulverton in 1992 had hij twaalf fragmenten verzonnen uit de geschiedenis van een Zuid-Engels dorpje sinds 1580. Het boek werd alom geprezen voor de ongewone vorm en de meeste van de onderdelen. Er was er maar een van de twaalf waarmee haast niemand uit de voeten kon, de monoloog van een tuinman in 1887 wiens dialect bij herhaalde lezing ontoegankelijk bleef.

Zoals het vaak gaat na vroege triomfen zijn Thorpe's tweede en derde boek teleurstellend bevonden. Nu is hij in de twaalf monologen van Shifts weer vindingrijk en veelzijdig genoeg om opmerkzame lezers plezier te doen. De minder opmerkzamen zullen wel eens weerbarstig worden bij de verhalen die hij door de verteller laat beginnen alsof wij de situatie van tevoren kenden: zonder opheldering van waar het zich afspeelt en wie dit zijn. De lezer moet dan na vier of vijf pagina`s, wanneer de gegevens duidelijk worden, weer bij het begin beginnen. Liefst moet het woordenboek bij de hand liggen ook nog. Al maken de vertellers het in geen van de nieuwe verhalen zo bont als de tuinman van Ulverton, het hoort bij Thorpe's verhaalstijl om ze te karakteriseren met eigen idioom en vaktermen.

Wie doorzet, zal merken dat het gelukt is twaalf heel verschillende mensen te laten klinken. De eerste verteller wuift meteen alle onzekerheid opzij. Hij is een gepensioneerde vuilnisman die herinneringen ophaalt aan het werk op de wagen en besluit met een verhaal over een vuilnisbak waarin hij bij herhaling obscene boodschappen vond die hem zo opwonden dat hij een keer de inhoud op het tuinpad uitstortte en de bak door het raam gooide van het huis dat onbewoond bleek. Familiaire toon, gekwelde man, mysterieuze geschiedenis.

Zeven van de verhalen spelen buiten Engeland, de meeste in Frankrijk waar Thorpe zelf is gaan wonen. De welbespraakte Estelle die in de buurt van Montpellier in zwembaden handelt, weigert op ijzige commerciële gronden de laatste wens van haar stervende zuster uit te voeren: een vlugge harde schets van handelsgeest. Het dichtst bij de rauwe werkelijkheid staat het verhaal over een Australische steenhouwer en zijn vrouw, die in de Midi een bestaan proberen op te bouwen en Thorpe de gelegenheid bieden om zich uit te leven in Australisch idioom. Minder werkelijk maar Frans genoeg van temperatuur en humeur is dat over een glassnijdersechtpaar dat in 1936 voor het eerst een vakantiedag kan doorbrengen aan de Somme, waar de man zich een incident herinnert van twintig jaar geleden toen hij in de oorlog het glas-in-lood van de kathedraal van Amiens moest helpen opbergen.

Enkele van de verhalen zijn te ingewikkeld bedacht om in mee te leven, zoals dat over een jonge Amerikaan die in 1956 een losgeslagen bestaan wil leiden in Parijs. Een van de meest doeltreffende staat aan het eind en speelt zich weer af op Engelse bodem, aan de zuidkust niet ver van het denkbeeldige Ulverton. Daar vertelt een vrouw over haar vriend, ex-zeeman, die na een ongeval op een onderzeeër met zijn van meervoudige breuken herstelde handen scheepsmodellen is gaan snijden, een kunst waarvan Thorpe de techniek en de terminologie kent.

Aan het werk dat zijn personen doen, besteedt hij evenveel aandacht als aan hun geaardheid, en zo maakt hij hun dagbesteding begrijpelijk. In hun mededeelzaamheid lijken zij op praatgrage vreemden in de trein of aan een bar; levensecht, niet honderd procent betrouwbaar. De beste verhalen die Thorpe ooit zou kunnen schrijven, moeten waarschijnlijk nog komen; intussen is er veel te ontdekken aan zijn personages en ook aan hemzelf, zoals hij zijn ongewone weg zoekt.

Adam Thorpe: Shifts.Jonathan Cape, 239 blz. ƒ63,90 (geb.)

Buitenlandse literatuur