Muziek is niet mijn doel

De digitale wereld is de ideale wereld voor componist Jochem Paap, alias Speedy J. Geluid bestaat voor hem uit curves, blokjes en lijnen op een computerscherm.

Jochem Paap is een gezegend man. Hij kan geluid zien. Als Paap aan muziek denkt ziet hij golven en sinussen, in zaagtand, blokjes, of ingewikkelder vormen. Op zijn computerscherm vliegen de geluiden heen en weer, in beeld en klank. Paap is aan het scheppen. Hij wekt een reutelend bliepje op en begint te variëren: een versnelling hier, een filter daar, een paar octaven er bij, daar weer wat losknippen.

Paap heeft geen fysiek contact met de klank. Hij maakt muziek met één vinger en een muis. Vinger en muis maakten Paap, alias Speedy J, in de jaren negentig populair in de internationale house-wereld, om zijn glooiende composities en inventieve electronica. De roem begon met de hit Pullover in 1992, daarna volgden platen als Ginger (1993) en G Spot (1995). Paap liet horen dat house niet uitsluitend in vierkwartsmaat hoeft door te stampen, maar ook sensueel kan zijn. Het brengt hem als muzikant al ruim tien jaar naar de grote parties en concerten over de hele wereld, zoals komende zomer naar het door tienduizenden bezochte Glastonbury-festival in Engeland.

Inmiddels floreert Paap op twee fronten tegelijk. Live is hij de gangmaker, op cd kan hij experimenteren. Onlangs verscheen zijn vierde cd, A Shocking Hobby. De cesuur in Paaps carrière lag tussen de tweede en de derde plaat. Op die derde, Public Energy No.1 (1996), stonden gefragmenteerde composities en ongrijpbare ritmes. A Shocking Hobby ligt in het verlengde daarvan. In de nieuwe, meer en minder abstracte nummers lijken electronica-rollers als toefen slagroom over elkaar heen gedrapeerd. Paap liet ritme achterwege, of plaatste het juist nadrukkelijk op de voorgrond, in- en uitademend als een benauwde long. Deze rijke, dreigende instrumentals zijn niet bedoeld voor de dansvloer. Bij zijn optredens als Speedy J plakt en mixt Paap ter plekke een nieuw repertoire.

Absurd

De Rotterdammer Paap praat net zo snel en gedreven als hij werkt. Op een vraag over zijn muziek, reageert hij alsof het een absurd onderwerp is. ,,Muziek? Muziek is niet mijn doel'', zegt hij beslist. ,,Als ik aan het werk ben, heeft `muziek' misschien een tiende van mijn aandacht. Op mijn plaat is muzikaal niets interessants te horen.'' Hij haalt zijn schouders op: ,,Andere mensen proberen misschien nieuwe muzikale vormen te vinden: ongewone volgordes, originele melodieën. Dat is niets voor mij. Toen ik begon heb ik wel gedacht dat ik dingen wilde ontdekken op dat vlak. Maar een jaar of vijf, zes geleden ben ik er achter gekomen dat daar mijn talent niet ligt.''

Muziek, in de zin van melodie en te noteren notenreeksen, is voor Paap een voertuig. Hij gebruikt muziek om andere dingen mee onder de aandacht te brengen. ,,Ik heb het nodig als drager voor waar het mij werkelijk om gaat. En dat is geluid. Geluid is waar ik mij in uitdruk. Met mijn muziek – bij gebrek aan een beter woord – geef ik mijn mening over hoe de dingen zouden moeten klinken. De context waarin is voor mij niet belangrijk. Ik zou tevreden zijn als ik een cd kon uitbrengen met daarop een paar duizend geluiden van een halve seconde. Maar daar zitten maar weinig mensen op te wachten.''

Hij bouwt aan een archief van geluiden. `Gigabytes vol' heeft Paap al. Hij slaat met een glas op tafel en zegt: ,,Dit zou ik kunnen bewerken, net zolang tot je niets meer van het oorspronkelijke geluid herkent. Ik zou het in mijn archief zetten onder de naam `Glas 956', want al die 955 varianten die ik ervóór maak worden ook opgeslagen.'' Als het betreffende geluid een plaats kan krijgen in een compositie haalt Paap het weer tevoorschijn, of hij maakt het opnieuw.

Paaps studio van zeventig vierkante meter in Rotterdam staat vol computers en andere digitale apparatuur, vertelt hij. Zijn werkdag begint met het bouwen van een nieuwe opstelling van apparaten, om geluiden `doorheen te jagen'. ,,Dat noem ik een patch, een circuit. Ik sluit allerlei apparaten in steeds wisselende constellaties op elkaar aan. Zo verlies je de controle. Je kunt het vergelijken met een gitaar met effecten. Als je aan die gitaar alleen een distortion hangt, weet je wel hoe het zal klinken. Maar als je er nog tien effectapparaten achter zet kun je niet voorspellen wat het resultaat zal zijn.''

Meestal nee

Al is de uitkomst ongewis, Paap laat zich niet leiden door het toeval. Het is de `emotie' die uiteindelijk bepaalt wat wel en wat niet mag blijven, want Paap is niet zo conceptueel als hij klinkt. Hij noemt deze werkwijze `communiceren'. Het is wat andere muzikanten doen als ze met elkaar in de oefenruimte staan. Zij laten elkaar ideeën horen, keuren het af of gaan er op door. Bij Jochem Paap is het de machine die de mogelijkheden laat horen. Paap zegt ja of nee. ,,Meestal nee'', lacht hij.

Hij musiceert op zichzelf, met als enige feedback de reacties van onstoffelijke penvrienden op internet. ,,Ik musiceer grotendeels alleen maar ik ben geen kluizenaar. Ik heb juist veel weerklank nodig. De mensen met wie ik via internet contact heb ken ik niet, ze kennen mij niet en weten niet wat ik doe. Dat maakt niets uit. Net zo min als ik weet hoe ze er uit zien of waar ze wonen. Ik weet zelfs niet wat ze doen. Mijn belangstelling geldt hoe ze het doen, niet wat ze doen.''

Vanachter zijn computer werkt hij met een aantal van hen samen. Hij haalt van internet software binnen waaraan hij iets aanpast of verbetert, plaatst die weer op het net waarna andere mensen op hun beurt er iets mee kunnen doen. Hij pakt zijn draagbare studio erbij, een Apple Macintosh-laptop, en demonstreert een paar voorbeelden van aangepaste software. ,,Kijk, hier heb ik jaren op gewacht.'' Paap tekent een parabool binnen twee assen. ,,Deze curve bepaalt het verloop van tijdsduur en toonhoogte van een klank. Je kunt nu zelf al die variabelen vaststellen, gewoon door te tekenen. Dat is een hele revolutie.'' Met zijn vinger op het muismatje schetst Paap een ruwe lijn. Dan laat hij de klank een aantal octaven oplopen en exponentiëel versnellen. Het resultaat is een hoog prrrrrrt. Hij hakt de toon in stukjes en zet hem achterstevoren weer in elkaar. Het resultaat klinkt als een stotterende brom. Daarna schuift hij de cursor over een matrix met effecten, en de toon verandert doorlopend. ,,Het lijkt nu nergens naar, maar als je dit geluid uit elkaar trekt kan het nog heel harmonieus worden.''

Soms wordt de software speciaal voor hem ontworpen. ,,Er zijn allerlei sites van studenten van universiteiten. Als ik daar een idee opper voor een bepaalde software-modificatie, heb ik het dezelfde dag nog in huis. Veel mensen werken er aan mee, want het gaat om software die allerlei toepassingen heeft. Ik maak muziek, maar iemand anders kan er installaties mee aansturen of visueel werk mee maken.''

Door deze efficiënte manier van werken is Paap, zoals hij zelf zegt, in het dagelijks leven ongeduldig geworden. Grootste ergernissen zijn de rompslomp van transport en in de rij staan bij de bakker. ,,Ik voel me belemmerd. Als ik voor software op internet een verbetering bedenk, kan ik die doorvoeren. Maar in het fysieke leven moet je je houden aan de manier waarop alles nu eenmaal maatschappelijk georganiseerd is. Als ik voor een probleem, parkeren bijvoorbeeld, een oplossing bedenk, vind ik dat ik het recht heb om die te benutten.'' Paap droomt van een digitale toekomst, waarin zelfs de boodschappen als nullen en enen je huis binnenkomen. Een krop sla via de glasvezelkabel, uitgeprint in de keuken, waarom niet?

,,Nu klinkt het onvoorstelbaar. Maar de nano-technologie ontwikkelt zich steeds verder en wie weet. Twintig jaar geleden was internet ook ondenkbaar'', zegt Jochem Paap. Het angstbeeld van veel ouders – die hun kinderen bewegingsloos achter de computer zien zitten en dreigend voorspellen dat hun lichaam zal verschrompelen en afsterven –, is Paaps utopia: zijn hoofd aangesloten op een computernetwerk. Dan hoeft hij de muziek niet eens meer te zien, alleen nog maar te denken.

`A Shocking Hobby' van Speedy J is verschenen bij PIAS (NOMU 74). Speedy J treedt op 5 mei op in Paradiso, Amsterdam (om 21.00 en om 24.00), in het kader van de viering van 400 jaar Japans-Nederlandse betrekkingen. Hij zal samenspelen met de Japanse vj Harada.