Jongen in inrichting wegens doodslag

Een jongen van 15 jaar in Leeuwarden is gisteren veroordeeld tot twee jaar plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens doodslag op zijn stadgenoot Daniël van der Meulen (27) op 15 januari van dit jaar in de Friese hoofdstad.

Volgens de rechtbank is bewezen dat de jongen het slachtoffer opzettelijk met een mes in linkerlong en hart heeft gestoken. Van der Meulen probeerde een ruzie te sussen in een woning in Leeuwarden tussen een kennis van hem en de vader van de verdachte.

De verdachte werd hierop zo kwaad dat hij twee messen pakte die hij bij zich had en het slachtoffer met een daarvan neerstak. Van der Meulen strompelde naar buiten en overleed in een nabijgelegen straat. De rechtbank verwierp het beroep van de verdediging op noodweer.

Volgens de rechter was de verdachte zelf drie keer op het slachtoffer toegelopen, die hem telkens had weggeduwd. Deskundigen omschrijven de jonge verdachte als een ,,radeloze, emotioneel verwarde jongen'', die niet kan omgaan met boosheid en dan vlucht in agressie.

Omdat de verdachte nog minderjarig is vond de rechtszaak plaats achter gesloten deuren. Plaatsing in een inrichting kan maximaal zes jaar duren. Het openbaar ministerie kan na advies van de Raad voor de Kinderbescherming overgaan tot eventuele verlenging van de maatregel met steeds twee jaar.

Het was voor het eerst dat nabestaanden in een officiële schriftelijke slachtofferverklaring voor de rechtbank hun gevoelens van verdriet en verwarring na de dood van hun zoon en partner konden uiten. Zowel de officier van justitie als de rechtbank kan daarbij passages uit de verklaring voorlezen.

Het betreft hier een proef van een jaar, die ook wordt gehouden in de arrondissementen van Almelo en Dordrecht.