In Japan rukt Big Brother ongecontroleerd op

De Japanse veiligheidsdiensten en de politie krijgen geleidelijk meer macht, ook al is de Koude Oorlog voorbij en is het terrorisme bedwongen. Gecontroleerd wordt die opmars niet. En maar weinig Japanners winden zich erover op.

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International hoort in Japan tegenwoordig officieel tot de `staatsgevaarlijke organisaties'. En niet slechts Amnesty, een reeks non-gouvernementele organisaties staat op de watchlist van de veiligheidsdienst. Gek genoeg zijn er in het land maar heel weinig mensen die dit vreemd vinden. De grote Japanse media schrijven er niet over. Maar een kleine groep critici meent dat dit een teken is dat de Japanse justitie langzaam maar zeker haar greep op het land vergroot, ten koste van individuele vrijheid.

Enkele maanden terug lekten documenten uit van de Japanse veiligheidsdienst waarin nauwkeurig de nieuwe doeleinden van de organisatie worden uitgespeld nu de Koude Oorlog voorbij is. Alle organisaties die maar enigszins kritisch zijn tegenover de overheid moeten onder het vergrootglas worden gelegd. Als een van de doelen staat bijvoorbeeld geformuleerd: ,,Greep op de activiteiten van het `Japanse Journalisten Forum' dat onder meer vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers bepleit.'' De documenten noemen een reeks organisaties bij naam, waaronder de Japanse afdelingen van Amnesty International en de Pen Club, de internationale organisatie van schrijvers.

Eind april kwamen enkele honderden mensen in Tokio bijeen onder het motto: `Activiteiten van burgers bespioneerd; de angstaanjagende veiligheidsdienst'. Vertegenwoordigers van 19 organisaties legden een verklaring af waarin de acties van de dienst als ,,illegaal en ondemocratisch'' worden bestempeld. De bijeenkomst en verklaring werden genegeerd door de grote Japanse media. Alleen enkele marginale weekbladen en regionale kranten hebben de uitgelekte documenten aan de orde gesteld. Hironari Noda, oud-werknemer van de veiligheidsdienst, ziet het grootste gevaar in een ,,sluipende voortgang van deze ontwikkeling omdat de bevolking zich makkelijk laat leiden door atmosfeer''. Een atmosfeer die gemakkelijk kan worden gemanipuleerd door de overheid. Noda was maar enkele jaren werkzaam hij de dienst. In die tijd kreeg een officiële aanmoediging toen hij zijn superieuren rapporteerde dat hij drie kandidaten voor de rechterlijke macht bij een protestbijeenkomst had gesignaleerd: ,,Ik denk niet dat ze bij de rechterlijke macht aangenomen zijn.''

De Japanse veiligheidsdienst is sinds het einde van de Koude Oorlog en het verdwijnen van politiek terrorisme bezig met het zoeken naar nieuwe doelen om zijn voortbestaan veilig te stellen. De aanslag met gifgas door de sekte Aum Shinrikyo in de metro van Tokio in 1995 waarbij twaalf mensen om het leven kwamen was voor de dienst eigenlijk een geschenk uit de hemel. De gelekte documenten stellen: ,,Dankzij [onder meer] de resultaten van het onderzoek naar de Aum-sekte zijn de vooruitzichten voor de toekomst weer opgeklaard.''

Een tweede pilaar om het voortbestaan te verzekeren is het helpen van politici. Een twee jaar oud document van de dienst stelt: ,,Het samenstellen van informatie gerelateerd aan de verkiezingen in het kiesdistrict, met nadruk op de activiteiten van de Communistische Partij en andere gebieden waar ons specialisme ligt, en het doorgeven van deze informatie aan politici is de beste methode om de band met hen te versterken.'' Het hoeft geen betoog dat `politici' hier met name staat voor `leden van de regerende Liberaal Democratische Partij' die sinds 1955 vrijwel onafgebroken aan de macht is.

Volgens advocaat Yasuhiro Yasuda functioneert deze veiligheidsdienst, met name als het gaat om doorsluizen van informatie naar politici en gezagsgetrouwe media, als loopjongen van de politie, die zich met aanmerkelijk meer macht en middelen op het politieke werk richt. De veiligheidsdienst zelf is geen reusachtige organisatie als de Amerikaanse CIA. De organisatie is na de oorlog opgericht met de wettelijk vastgelegde taak onderzoek te doen naar organisaties die proberen met geweld de staat omver te gooien. De dienst heeft 1.700 mensen in dienst die zich vooral bezighouden met het werven van betaalde verklikkers en het analyseren van informatie. Deels wordt het personeel opgeleid door de CIA.

De Japanse politie kent een afdeling die algemeen bekend staat als de `politie voor publieke orde' en veel groter is dan de gehele veiligheidsdienst. Taak van deze afdeling is het een oogje te houden op de Communistische Partij, vakbonden en extremistische organisaties. Journalist Osamu Aoki definieert het werk van deze eenheid in een recent boek als ,,informatiewinning, op de rand van controle op politieke ideologie''. Ambtenaren, toppersoneel van grote bedrijven, journalisten en academici krijgen allen grote aandacht van deze eenheid. Een carrière is zo gebroken. De politie-eenheid kreeg beruchtheid toen in 1986 werd ontdekt dat ze illegaal de telefoon aftapte van een topfunctionaris van de communistische partij.

Over directe samenwerking tussen politici en politie schrijft Aoki: ,,De hoeveelheid informatie die de politie verzamelt is enorm, met name het aandeel dat de `politie voor publieke orde' voor haar rekening neemt. Iemand die deze informatie en autoriteit achter zich weet te krijgen verwerft daarmee een gigantische macht om mensen volgzaam te maken. Ik zal geen politici bij naam noemen maar ik kan me niet voorstellen dat de sterke arm van politici die vanuit de politie in de politiek zijn gestapt, dan wel van politici die om andere redenen sterke invloed hebben op de politie, niet in verband staat met de informatie van de politie.''

Aoki drukt zich zeer voorzichtig uit, alsof hij de sterke arm al voelt van de twee parlementsleden van de regerende LDP die hij ongenoemd laat: Shizuka Kamei en Katsuei Hirasawa, die allebei uit de politietop zijn overgestapt naar de politiek. Met name Kamei, leider van zijn eigen factie binnen de LDP, geldt als een van de machtigste politici van dit moment. Sommigen menen dat deze combinatie van politieke en politiemacht de regerende LDP een onverslaanbare macht maakt.

Aoki noemt de politie een ,,zwart gat'' dat alle informatie over de samenleving opzuigt terwijl niemand kan controleren wat er mee gebeurt. Zo is de politie bezig met de uitbouw van het `N-systeem', een nationaal net van boven de openbare weg geplaatste sensoren die nummerplaten van auto's aflezen. Na invoering van een nummerplaat in de computer geeft deze automatisch een signaal als de gezochte auto ergens in het land is gesignaleerd. Zonder discussie, zonder uitleg over de bedoelingen van het systeem wordt het langzaam maar zeker onmogelijk om je in Japan te verplaatsen zonder dat `Big Brother' op de hoogte is.

,,De politie is sinds het begin van de modernisering van Japan een politieke organisatie'', meent advocaat Yasuda die als grootste probleem van Japan ziet dat er nimmer een machtswisseling is geweest: ,,Iedereen kruipt altijd tegen de macht aan, en nimmer is er discussie over het waaròm van regels.'' Yasuda voert al jaren actie voor afschaffing van de doodstraf en was bovendien lid van de groep advocaten die de Aum-sekte verdedigde tegen een volledig verbod op de groep. Anderhalf jaar terug werd hij gearresteerd en tien maanden in voorarrest gehouden omdat hij een bedrijf zou hebben geadviseerd geld te verbergen voor schuldeisers. Volgens hem een volledig verzinsel, in elkaar gezet omdat hij ,,op de staart van de tijger trapte'', de staart van de autoriteiten. ,,Dat dit mogelijk is toont dat Japan geen rechtsstaat is, maar ook daarover heeft in dit land geen discussie plaats.''

De enige winnaar bij de huidige economische en sociale neergang is volgens Yasuda justitie. Justitie heeft bijvoorbeeld ingang gekregen in het toezicht op de financiële sector om te helpen bij het opruimen van de `oninbare leningen'. Yasuda constateert nu angst bij zakenlieden dat zakelijke beslissingen opeens strafrechtelijke gevolgen kunnen krijgen, zoals is gebeurd na recente faillissementen in de financiële sector.

    • Hans van der Lugt