Ik hou m'n mond niet meer

Corry Brokken was succesvol als zangeres, advocaat en rechter. Een paar jaar geleden verscheen een comeback cd en onlangs publiceerde ze haar memoires. ,,Ik wil nu alles vertellen.''

,,Ze zeggen dat alles ijdelheid is,'' zegt Corry Brokken, ,,en dat geloof ik ook wel. Maar zelf gebruik ik liever het woord trots. Als mij wordt gevraagd waarom ik dit boek over mezelf heb geschreven, is mijn antwoord dat het niet uit ijdelheid is, maar uit trots. In het Vlaams zeg je: daar zij ik nou zó fier op, hè? Ja, ik ben fier – op wat ik heb bereikt, op het feit dat ik alle drama's in mijn leven heb overleefd, en op het feit dat ik er hier nu zonder complexen over zit te praten. Ik ben een succesvolle zangeres geweest, ik heb een advocatenpraktijk gehad, ik ben rechter geweest en nu begin ik aan mijn zoveelste carrière. Ik presenteer seminars en congressen en ik schrijf. Nu zou ik wel een echte schrijfster willen worden. Maar zo ver is het nog niet; ik begin weer, zoals ik het altijd heb gedaan, helemaal van voren af aan.''

Onder de titel Wat mij betreft verschijnen volgende week de memoires van Corry Brokken. Voorin staat een motto van de actrice en kleinkunstenares Georgette Hagedoorn: ,,Il ne faut jamais capituler.'' In het daaropvolgende relaas toont de schrijfster in heldere bewoordingen hoezeer ze dit devies tot het hare heeft gemaakt. Ze was een meisje uit Breda, dochter van een alcoholist die NSB'er werd, na de oorlog anderhalf jaar in een landverraderskamp zat en later het gezin verliet. Als kind werd ze uitgescholden om haar foute vader, maar ze groeide uit tot een nationale zangvedette die dat verleden kon vergeten. Pas toen ze in 1981 als advocaat en procureur zou worden beëdigd, speelde voor het eerst na vele jaren de angst weer op ,,om door de mand te vallen als dochter van een NSB'er.'' In plaats daarvan werd ze negen jaar later in Den Bosch geïnstalleerd als rechter.

,,Achteraf was ik misschien liever officier van justitie geworden,'' overpeinst Corry Brokken in de goeddeels door zakenlieden en hun mobiele telefoons gevulde horeca-onderneming in het Gooi, waar ze de afspraak heeft gemaakt. ,,Een rechter is iemand van enerzijds-anderzijds, terwijl ik helemaal niet zo'n uitgebalanceerd mens ben. Als officier kun je te keer gaan, en dat ligt mij beter: iets aan de kaak stellen, verontwaardigd zijn. Maar ik heb gekozen voor de zittende magistratuur. In elk geval was ik blij, en ontzettend trots, dat ik niet het domme blondje was gebleken – het zangeresje dat zo nodig hogerop moest. En rechter is trouwens een heel mooi vak, tot de onrust mij weer overviel. Zoals we thuis zeiden: het bezit van de zaak is het eind van het vermaak. Bovendien is mijn onrust iedere keer gehonoreerd met resultaat. Ik heb wel eens gedacht dat ik een ontzettend verwend loeder was; bijna alles wat ik wilde, is steeds uitgekomen.''

Ruim vier jaar geleden nam mr. C.M. Meijerink-Brokken voortijdig afscheid van de rechtbank, en elf maanden later verscheen de comeback-cd van Corry Brokken. Het samenstellen van een compilatie-cd met oude opnamen, en de uitreiking van de Edison die daaruit voortvloeide, hadden haar in de loop van 1995 weer op het pad van de muziek gebracht: ,,Ik kwam naar dat gala, en dacht meteen: wat vind ik dit weer lekker allemaal.'' Toen de platenmaatschappij daarna het idee opwierp voor een nieuwe cd, besloot ze voorzichtigheidshalve eerst bij een zangpedagoge te rade te gaan. ,,Alles bleek er nog te zitten; in de hoogte en de laagte was er zelfs iets bij gekomen.'' Het resultaat kreeg de passende titel Nooit gedacht. Haar dictie was nog steeds vlekkeloos, haar timbre een toonbeeld van allure. Maar een doorslaand succes is de comeback, met circa 12.000 verkochte cd's, niet geworden.

,,Natuurlijk heb ik die plaat met heel veel liefde gemaakt,'' zegt ze. ,,Repertoire uitgezocht, contact met vertalers, aan arrangementen gewerkt, en nu nog, als ik bijvoorbeeld dat stukje Händel hoor, waar Liselore Gerritsen de tekst op heeft gemaakt, dan denk ik: dat is prachtig gezongen. Maar toen de cd geperst was, moest er ook gepromoot worden. En daar stond ik dan een nummer dat ik zelf niet eens het mooiste vond, maar dat volgens de platenmaatschappij het meest commerciële was, te playbacken in al die tv-programma's. Meestal 's middags, dus ik kon daar moeilijk in een flamboyant paillettending gaan staan. Ik voelde me zó opgelaten in mijn keurige pakje, ik vond het zó truttig... Ik denk dat ik het ontgroeid was; het zingen vond ik heerlijk, maar ik begon me unheimisch te voelen zodra ik er de boer mee op moest.''

Arrogant

Ook haar aanvankelijk gekoesterde plannen voor een theatertournee verdampten al snel. ,,Mensen als Joop Koopman en Herman van Veen zeiden tegen me dat ik in kleine zaaltjes voor honderd man publiek beeldig nieuwe dingen moest gaan staan zingen. Maar ik kan niet geloven dat daar een markt voor is; ze zien me aankomen. En om dan op te treden voor 200 mensen in een zaal waar plaats is voor 800 – dat durfde ik niet, en daar ben ik trouwens ook te arrogant voor. Ik kwam er niet verder mee, ik dacht steeds: nee, dit bedoel ik niet. Het liep vast.'' Hetzelfde gold voor de tweede cd, die in haar platencontract vermeld stond. Bij de platenmaatschappij had zich een directiewisseling voltrokken, en met de nieuwe directeur bereikte ze snel overeenstemming. ,,Ik zei dat ik niet meer geloofde in een nieuwe cd. Hij was het met me eens. Ik denk dat dat voor ons alletwee een opluchting was.''

Het klinkt, ook in haar boek, als een veel te rationele beslissing voor iemand die met hart en ziel gezongen heeft. Toch is het, zegt Corry Brokken, zo gegaan. ,,De comeback is mislukt, dat moet je gewoon constateren. Misschien ben ik voor een artiest altijd wel iets te rationeel geweest. Niet dat ik ooit onwaarachtig heb staan zingen, ik genoot ook van de muziek en van de chic van de aankleding, maar de buitenkant was me nooit genoeg. Daar was ik blijkbaar te veel een denkertje voor. Zo'n circuspaard dat de piste niet kan missen, ben ik niet. Wel een theaterbeest, maar het is me nu genoeg om in een zaal te zitten, de sfeer op te snuiven en te genieten van een voorstelling. Zelf hoef ik niet meer op dat podium, want dat heb ik lang genoeg gedaan; ik wéét al waar je de lichtjes van de nooduitgangen ziet als je daar staat. Wat ik als meisje wilde toen ik ging zingen, was vooral waardering – waardering na alle vernederingen van vroeger. Maar wat je bij andere artiesten ziet, dat gevoel van: vréét me maar op, dat heb ik nooit gehad. Die knop zit er bij mij niet op.''

Oubollig

Door toeval kwam Corry Brokken in contact met een agentschap dat in haar de ideale combinatie van talenten zag voor het voorzitterschap van seminars en congressen: een bekende Nederlander met een academische graad en de ervaring die ze als rechter heeft opgedaan in de ondervraging. Een ander toeval bracht haar in contact met uitgeverij De Arbeiderspers. Vorig jaar aanvaardde Maaike Meijer het hoogleraarsambt met een inaugurele rede over de verspreiding van feministische ideeën in populaire liedteksten uit de jaren vijftig en zestig. Eén van haar voorbeelden was Brokkens Mijn ideaal, een door Jacques van Tol vertaald nummer van Charles Aznavour. ,,Zelf vind ik die tekst helemaal niet zo goed, met al die oubollige, truttige woordjes. Laatst heb ik het Aznavour nog eens horen zingen: Tu t'laisse aller – je was zo'n lekker wijf en moet je zien hoe uitgezakt je nu bent. Hij maakt er echt een toneelstukje van, veel rauwer dan ik het destijds deed. Ik zong dat toen veel te keurig. Net zoals Milord – dat is toch geen hoer die je daar hoort zingen?''

Niettemin liet ze zich, naar aanleiding van de conclusies van Maaike Meijer, interviewen door Elisabeth Lockhorn voor het blad Opzij. ,,Dat was een heel goed gesprek, waarin opeens iets gebeurde waar ik nog steeds geen verklaring voor heb: ik werd heel emotioneel, barstte in huilen uit en begon voor het eerst in het openbaar te vertellen dat mijn vader bij de NSB had gezeten.'' Toen ze bovendien zei dat ze af en toe stukjes schreef, adviseerde Elisabeth Lockhorn haar naar de schrijversvakschool 't Colofon te gaan. En na de publicatie in Opzij dienden zich meteen twee afnemers aan: het weekblad Margriet vroeg een wekelijkse column over zaken die ze als rechter te behandelen heeft gehad, en De Arbeiderspers wilde haar memoires.

,,Je kop gaat open bij 't Colofon,'' zegt Corry Brokken. ,,Ik schreef al jaren, maar het kwam nooit mijn computer uit. Nee, dit is heel anders dan het schrijven van vonnissen. Ik probeerde die wel zo helder mogelijk te formuleren, maar je zat toch altijd vast aan allerlei formules. Op de rechtbank heb ik daar wel eens een taalstrijd over gevoerd. Ik heb een directe manier van spreken, in mijn taal zit niets versluierends, en in mijn vonnissen wilde ik me verre houden van de deftige formuleringen en alle verschrikkelijk lange zinnen die je daarin zo vaak aantreft. Maar op de rechtbank was niet iedereen het daarmee eens.''

Wat mij betreft lijkt evenmin veel te versluieren. Openhartig en met een scherp oog voor veelzeggende details vertelt de nu 67-jarige schrijfster hoe het haar is vergaan. Verdrietig, maar zonder larmoyant te worden, doet ze verslag van haar mislukte huwelijken: eerst met de jazz-drummer Cees See, tot ze uit elkaar groeiden, en daarna met de veel oudere theaterproducent René Sleeswijk, de man van de Snip & Snap-revue, bij wie ze na enkele jaren het gevoel kreeg dat hij in haar alleen de stralende sterzangeres kon zien. Op een avond, schrijft ze, toen ze in bed op haar zij lag te lezen, keek hij naar haar borsten en zei: ,,Ze hangen een beetje als je op je zij ligt.'' Als ik die onthutsende passage ter sprake breng, reageert Corry Brokken plotseling fel: ,,Ja, en dat ik toen óók nog zo braaf was dat ik nooit meer op mijn zij ging liggen!'' Zo bezien was de rechtenstudie, die in 1973 een drastisch eind aan haar zangcarrière maakte, niet alleen de opmaat voor een heel ander werkterrein, maar ook een ontsnapping uit de gouden kooi die Sleeswijk voor haar ging betekenen. Door de studie ontmoette ze voorts haar nieuwe man; sinds 1978 is ze getrouwd met de advocaat Jan Meijerink.

,,Toen ik met het boek bezig was, heb ik daar uiteraard over gepraat met Jan en met mijn dochter en schoonzoon. Ze vroegen me of er niet iets inconsequents in zat dat ik, die vroeger nogal schichtig reageerde op publiciteit en mijn privé-leven altijd overal buiten wilde houden, nu alles ging opschrijven. Maar ik vond het niet inconsequent. Ik heb hiervoor gekozen: ik hou m'n mond niet meer, ik wil nu alles vertellen. Dit is mijn verhaal, zonder het domme gekwek van anderen er omheen. Dit heb ik bereikt, en daar wil ik trots op zijn.''

Corry Brokken: Wat mij betreft. Uitg. Archipel/De Arbeiderspers, 264 blz, ƒ34,95.

    • Henk van Gelder