Het sprookje van de bruid

Kasteel de Haar in Haarzuilens is eind negentiende eeuw uit een ruïne opgebouwd tot middeleeuwser dan middeleeuws. Het negentiende-eeuwse sanitair werkt nog, maar de muren scheuren langzaam uit elkaar.

Het huwelijk van een bevriend Chinees paar lokte mij naar Kasteel de Haar in Haarzuilens. De uitnodiging was een alibi om eindelijk eens dit eigenaardige praalslot te bezoeken. Ik kende de controversiële creatie van P.J.H. Cuypers, architect van het Rijkmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, alleen van plaatjes, van historische televisieseries met een ridder in de hoofdrol en als filmlocatie voor romantische concerten. De Efteling-reputatie van het middeleeuws ogende neogotische gevaarte, rond 1900 gebouwd met slotgracht, ophaalbrug en een woud van massieve, gepuntmutste torens, had mij altijd weerhouden om er heen te gaan. Het Chinese huwelijk bracht daarin verandering.

De flinterdunne bruid zag er adembenemend uit in een lange, witte sleepjurk uit Hongkong. Alle gasten, vrijwel uitsluitend Chinezen, hadden zich uitgeput om zo mooi mogelijk tevoorschijn te komen en zij droegen lila corsages.

In een witte Rolls Royce – een tienvoudige lila corsage rustte op zijn neus – kwam het paar plechtig traag door het park aangereden om te stoppen voor het trappenbordes naar de `welkombrug'. Familie en vrienden vormden een vrolijk kwetterende erehaag. Bruid en bruidegom stapten uit en schreden op de zware, rood-wit gestreepte deuren af. Deze weigerden open te gaan en de ceremoniële optocht kwam abrupt tot stilstand. Langdurig drukken op een huis-tuin-en-keuken belletje was tevergeefs. Het kasteel bleef potdicht.

Het duurde een kwartier voordat een onderdeurtje argwanend op een kier ging, alsof men slecht volk verwachtte. Het lompe incident had geen enkele invloed op de feestelijke stemming van de Chinezen. Het deerde hen ook niet dat de monumentale, centrale hal rommelig was dichtgezet met grauwe schotten en dat de reusachtige kathedraalachtige ruimte akelig doods bleef. Wij liepen naar een zaaltje met een prachtige koperen schouw waar de plechtigheid plaats vond. Een half uur later stond het gezelschap weer buiten op het bordes, voor een urenlange fotosessie met het kasteel als decor. Later hoorde ik dat dit voorlopig de laatste huwelijksvoltrekking in De Haar was geweest. Het kasteel maakt zich op voor een rigoureuze restauratie.

Curiosum

Voor de generaties die met het modernisme en het primaat van originaliteit zijn opgevoed – waartoe ik behoor – is imitatie altijd een argument geweest om een werk van bouwkunst te diskwalificeren. Zo'n gebouw verdiende hooguit de status van attractief curiosum en daarmee kom je in de architectuurhistorische rangorde niet ver. Maar de terreur van het modernisme is decennia geleden al aan diggelen gevallen. En volgend op het postmodernisme is in de internationale architectuur de `Disneyficatie' uitbundig op gang gekomen. Pritzkerprijswinnaar Rem Koolhaas noemt de architectonische vrijage met Walt Disney `de wraak van onze eigen sentimentaliteit'. Daarin heeft hij gelijk. Maar dan wel de wraak van onze sentimentaliteit gekoppeld aan de markteconomie. Het nepkasteel dat in Almere wordt gebouwd, compleet met toren, slotgracht en kantelen, is daarvan een uitgesproken voorbeeld. Nog voor het is voltooid, schijnt het voor jaren te zijn volgeboekt met bruiloften en partijen.

Met alleen de uiterlijke verschijningsvorm voor ogen had ik het nu honderdjarige kasteel De Haar inderdaad altijd beschouwd als een vorm van architectonische Disneyficatie – gebouwd nog voor Walt Disney bestond. Door het Chinese huwelijk was ik nieuwsgierig geworden naar de inhoud van het immense bouwwerk en ik ging terug naar Haarzuilens.

De schotten in de hal waren verdwenen. Er was licht en de overdadige decoraties en iconografie aan alle zijden van de, met een tongewelf overdekte, middeleeuwse binnenplaats deden verlangen naar een bescheiden schemer. Gebrandschilderde ramen, reliëfs en wapenschilden vertellen de geschiedenissen van de families Van de Haar en Van Zuylen van Nijevelt die samenkomen bij Etienne van Zuylen van Nijevelt van de Haar. Hij erfde in 1890 `een der schoonste, zoniet de schoonste ruïne van ons vaderland'. Als ridderhofstad had de vijfhoekige burcht wortels in de vroege Middeleeuwen. Tot aan het einde van de achttiende eeuw bleef het kasteel bewoond, daarna verkommerde het tot een bouwval die in de romantiek, de tijd van Rhijnvis Feith, een geweldige aantrekkingskracht verwierf.

Op het juiste moment, in 1887, trouwde Etienne van Zuylen met de Franse barones Hélène de Rothschild. De twee hadden elkaar ontmoet op een bal masqué in Parijs. Verkleed als Hercules en met een enorme knots had Etienne op zijn toekomstige echtgenote grote indruk gemaakt. Zij was een Franse telg van het onvoorstelbaar rijke Duits-joodse bankiersgeslacht dat werd geboren in het getto van Frankfurt. De vooral in Engeland, Oostenrijk en Frankrijk handelende en verblijvende familie ontwikkelde een voorliefde voor kastelen en museale landhuizen op de aangenaamste plekken van Europa. In de loop van de negentiende eeuw creëerden de Rothschilds talloze hoofdkwartieren, waar zij in weelde resideerden, omgeven door parken, vijvers en Japanse tuinen. De elegante stijl van het Franse château was favoriet bij de uitmonstering en inrichting van de familie-onderkomens.

Bij de bouw werd de collagetechniek niet geschuwd. Een van de excentriekste leden van de familie, Ferdinand `de Oostenrijker', kopieerde in 1874 voor een landhuis op Lodge Hill in het Zuid-Engelse Buckinghamshire twee torens van het kasteel van Maintenon, de ramen van Anet, de schoorstenen van Chambord en de ronde trap van Blois die werd geglazuurd vanwege het Engelse klimaat. Kasten van magnoliahout, schrijfbureautjes van schildpad, objets de frivolité, struisvogels van vederlicht porselein, dat waren de attributen die zich thuisvoelden in de Rothschild-paleizen.

Herbouw

Dankzij het kapitaal van Hélène de Rothschild kon Etienne van Zuylen zich veroorloven zijn grote droom na te jagen: de reconstructie van `Huis Ter-Haar'. De toenmalige hoge cultuurambtenaar en grondlegger van de monumentenzorg, Victor de Steurs – auteur van Holland op zijn smalst – had een bijzonder huwelijksgeschenk voor Etienne en Hélène bedacht: een restauratieplan voor Kasteel De Haar. Bij het cadeau presenteerde hij tevens de architect. Pierre J.H. Cuypers was de aangewezen meester om de herbouw van de middeleeuwse burcht te volvoeren. Het echtpaar was met het geschenk verguld en de bruid zou alles betalen.

Van een waarachtige reconstructie kwam in de praktijk niet veel terecht. Uit de samenzwering tussen Cuypers en De Steurs verrees een middeleeuws visioen met dikke muren en spitstorens. Met behulp van zijn zoon Jos herschiep Pierre Cuypers weliswaar de oude burcht, maar hij voegde er zoveel aan toe – houten weergangen, steile daken met kapellen en spitsjes, schietgaten, trapgeveltjes – dat het originele bouwwerk erdoor ondergesneeuwd raakte. Samen met het overdadige decoratieprogramma in de geest van de Middeleeuwen is de verwarring en de indruk van een pastiche ontstaan.

De katholieke Cuypers en de katholieke De Steurs moeten een ijzeren duo zijn geweest die elkaar voortdurend de bal toespeelden. In september 1890 schreef De Steurs aan Cuypers dat baron Etienne van Zuylen had besloten het kasteel te herbouwen als een soort Pierrefonds, de beroemde Franse kasteelruïne die tussen 1857 en 1875 door Viollet-le-Duc werd teruggebracht tot de originele middeleeuwse gedaante. De rijke interieurs waren stuk voor stuk door Viollet-le-Duc ontworpen. Ook bij De Haar mocht niets nagelaten worden om de hoogste graad van perfectie te bereiken, stelde de baron. Het kasteel moest een museum worden en tevens een bewoonbaar huis. De Steurs voegde daar nog aan toe: ,,Het zal een aangenaam werk zijn, omdat voor het eerst het kasteel interessant is en vervolgens, omdat wij hier niet beknibbeld zullen worden op de gelden.''

Het kapitaal van de misjpoge, bedoelde De Steurs. Dat is het wonderlijke van Kasteel De Haar. Het werd ontworpen door de belangrijkste, Nederlandse, roomse kerkenbouwer van de negentiende eeuw en betaald door de machtigste joodse bankfamilie die voor koningin Victoria het Suezkanaal kocht omdat `Brittannië' zich dat niet kon veroorloven. Het verklaart de Davidsterren die in het parket en in de plafondbetimmeringen van het kasteel zijn verwerkt.

De familievertrekken en de gastenkamers op de verdiepingen vormen de grootste schat van De Haar. Alles is nog intact, de bedden zijn opgemaakt, en het lijkt alsof je door een negentiende-eeuws hotel loopt, waar alle gasten even de deur uit zijn. Geen interieur is hetzelfde en de bezoeker valt van de ene stemming in de andere. Hélène de Rothschild verloochende haar afkomst niet en had een voorkeur voor boudoirachtige lichtheid en slankmaakspiegels op de wand tegenover het verzonken bad. De kamer van Cuypers is het andere uiterste. Een loodzwaar hemelbed van zwart mahoniehout domineert een donker interieur, zo volslagen vreugdeloos dat je er onwillekeurig om moet lachen. En overal in het kasteel staan witte kuipbaden, onhandig groot en soms zichtbaar ongelukkig in hoeken waar zij net niet inpassen. Niet alleen in de badkamers, die vaak het formaat van een kleine woonkamer hebben, ook in een verloren torenkamer staat een idioot groot bad dat prachtig uitzicht biedt over het park, de waterpartijen, de tuinen. En uit de eeuw oude kranen komt warm en koud stromend water. Net als het park behoort het nog steeds functionerend sanitair tot een van de belangrijkste cultuurmonumenten van Nederland. En tot een van de meest bedreigde.

De huidige eigenaar, baron Thierry van Zuylen van Nijevelt, heeft enkele jaren geleden alarm geslagen. Het kasteel, dat al direct na de transformatie van Pierre Cuijpers te groot en te zwaar voor de ondergrond werd geacht, staat deels op klei en deels op zand. Het gevolg is dat de buitenste schil sneller verzakt, waardoor het binnendeel uit zijn voegen wordt gerukt. Kasteel De Haar scheurt langzaam maar zeker uit elkaar. Losgewoelde bakstenen liggen verdwaald op de bodem van de slotgracht.

Nog iets. De aanleg van de woonlandschappen op de grootste Vinexlocatie van ons land, Leidsche Rijn, dat aan de kant van Vleuten bijna aan Haarzuilens grenst, heeft de rampzalige conditie van slot en landgoed alleen maar erger gemaakt. Als gevolg van de grondwaterbemaling dreigen park en kasteel nog sneller in de modder te zakken dan in het verleden het geval was.

Natuurlijk is er een restauratieplan gemaakt. Voor het bouwkundig herstel van het kasteel – vooral een nieuwe fundering – en de renovatie van de harde onderdelen van het landgoed zoals kademuren en bruggen is een bedrag van vijftig miljoen gulden nodig. Deze onderneming zal ongeveer tien jaar in beslag nemen. De restauratie van park en tuinen, waarvoor in het geheel vijf jaar is uitgetrokken, vergt nog eens zes miljoen. Dezer dagen wordt de laatste hand gelegd aan de vorming van een soort joint venture die de benodigde gelden bijeen moet brengen. Het ziet er naar uit dat dit gaat lukken. De voor het Nederlands culturele erfgoed verantwoordelijke staatssecretaris, Rick van der Ploeg, heeft een sturende hand in de regie van de reddingsoperatie. Nog nooit heeft een monument van nationale betekenis er zoveel baat bij gehad dat de staatssecretaris van cultuur een gehaaid econoom is. De geschiedenis van de Rothschilds moet hem bekoren.

Kasteel De Haar is te bereiken door van Maarssen richting Vleuten te rijden, waar Haarzuilens en De Haar staan aangegeven. Adres: Kasteellaan 1, Haarzuilens, tel. 030-6773804.

Openingstijden park en kasteel tot en met 28 mei van dinsdag t/m zondag van 13 tot 16 uur. Vanaf 29 mei to en met 19 augustus: maandag t/m vrijdag van 11 tot 16 uur; zaterdag en zondag van 13 tot 16 uur.

In het najaar is het kasteel weer geopend van 7 oktober tot en met 19 november van dinsdag t/m zondag van 13 tot 16 uur.

Toegangsprijzen: f15,- park en kasteel, kinderen van 5 t/m 12 jaar f10,-kinderen jonger dan 5 jaar gratis. Houders van Museumjaarkaart gratis.Toegang park alleen f. 5,-, kinderen van 5 t/m 12 jaar

f. 2,50.

Kinderrondleiding: elke zaterdag en zondag om half twaalf. Zie ook de Kinderpagina.

Wij zullen hier niet beknibbeld worden op de gelden

In een torenkamer staat een idioot groot bad met prachtig uitzicht over het park

    • Max van Rooy