Het complot Pasolini

Het strand van Ostia bij Rome, dat is geen strand, dat is een vuilnisbelt. Zwerfvuil en zwerfhonden. O ja, en er lag, in het holst van de morgen van 2 november 1975, het lijk van een letterlijk tot moes geslagen man. Modder, vlees en bloed.

Die man heette Pier Paolo Pasolini. Hij schreef en maakte films, hij provoceerde, en nog steeds bestaan er mensen zoals ik, mensen die hem missen. Er is een dichter vermoord, en dichters zijn zeldzaam; je hebt er elke honderd jaar zo'n vier, zei de schrijver Alberto Moravia bij zijn begrafenis.

Direct al in de nacht van de moord werd de jongen opgepakt die tenslotte voor de moord op Pasolini is veroordeeld. Een uitgerekt mager kereltje, een kleine crimineel. Maar ook een jongen, een `ragazzo di vita', zoals Pasolini zelf ze had verheerlijkt, zoals hij ze had betreurd als slachtoffers van een verrotte moderne maatschappij, zoals hij ze, hoerenlopend, had verleid.

Zo schriel was de jongen dat zijn bijnaam `kikker' was. Hij bekende ogenblikkelijk de moord in Ostia. Maar sprak hij de waarheid? Had deze knaap werkelijk in zijn eentje en op eigen inititatief die krachtdadig brute misdaad begaan?

Al snel werd er gesproken over een complot. Pasolini zou te veel hebben geweten van te belangrijke mensen uit de Italiaanse politiek, het zakenleven en de georganiseerde misdaad. En Pasolini, zijn hele leven al niet onder de indruk van autoriteiten en hun macht, had recentelijk gedreigd niet lang meer zijn mond te houden.

De Italiaanse cineast Marco Tullio Giordana maakte in 1995 de speelfilm Pasolini, un Delitto Italiano. `Pasolini, een Italiaanse misdaad', die titel kan niet worden misverstaan. Het raadsel ontsluieren kan hij niet, dat is nog niemand gelukt. Maar zoals hij ze op een rijtje zet, met allengs meer details over de moord zelf, over het onderzoek van de recherche en het proces tegen `kikker', zijn de feiten schokkend genoeg.

Het werd een ingehouden woedende politieke film, van het slag waar Italiaanse cineasten zo goed in plachten te zijn en die ze helaas zo weinig meer mogen maken van de op `fun' en `entertainment' gefixeerde filmindustrie. In bleke kleuren die worden bepaald door winters zonlicht en een realistische stijl laat Giordana zien hoe slordig de politie en de rechterlijke macht hun werk deden; hoe desondanks het bewijs werd geleverd dat `Kikker' nooit de enige moordenaar geweest kon zijn en dat daar nooit consequenties aan verbonden werden in de vorm van een heropend onderzoek naar andere daders en eventuele opdrachtgevers.

Spannend is Giordana's film, ook door de documentaire beelden die hij vervlecht met zijn speelfilm. Geen moment brengt hij zijn publiek in verwarring, je weet of wat je ziet `echt' is of geënsceneerd. Maar hij past ze razend knap in, maakt ze tot een werkelijkheid van zijn film. En hij besluit ermee: Pasolini trots aan het stuur van zijn zilveren Alfa Romeo. Hij rijdt weg. Stralend, enthousiast. Levend.

Pasolini, un Delitto Italiano (Marco Giordana, It/Fr., 1995), Canvas, 22.50-0.30u.

    • Joyce Roodnat