`Goethe ziet de mens nooit echt veranderen'

Hij pleitte onlangs tegen universitaire verschoolsing en vóór een onderzoek naar de familie Zorreguieta. De historicus H.W. von der Dunk over Eckermanns `Gesprekken met Goethe'.

De historicus H.W. von der Dunk heeft zich nooit tot één gebied willen beperken. Hij bedreef zowel praktische als de theoretische geschiedenis en leverde in de krant regelmatig commentaar op actuele kwesties. Von der Dunk hoorde bij de vijftig hoogleraren die kortgeleden met een manifest tegen de `verschoolsing' van de universiteit protesteerden. Ook riep hij op tot wetenschappelijk onderzoek naar de rol van de vader van Máxima Zorreguieta tijdens het Argentijnse generaalsregime, en gaf daarmee de aanzet tot hevige discussie in de media. Het is wegens die brede invloed dat Von der Dunk in 1995 door het Historisch Nieuwsblad werd verkozen tot `machtigste historicus' van het land. Von der Dunk ging in 1990 met emeritaat en is momenteel bezig met de voltooiing van een groot werk over de cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw.

Ook Johann Wolfgang Goethe heeft zich tijdens zijn leven nooit willen beperken tot alleen de literatuur; hij hield zich onder meer bezig met beeldende kunst en natuurwetenschappelijk en biologisch onderzoek. De Gespräche mit Goethe van Johann Peter Eckermann getuigen van die veelzijdige belangstelling. ``Dit boek leeft op elke bladzijde, ook omdat het steeds over totaal verschillende dingen gaat'', zegt Von der Dunk. ``Over de dagelijkse en de allerhoogste dingen, en allemaal op een niet erg plechtstatige toon. Je kunt erin bladeren, en waar je ook iets opslaat, het is altijd inspirerend. Een criterium voor een goed boek is voor mij, dat het je prikkelt om zelf te gaan schrijven. En dat is wat de Gespräche voor mij doen.

``Eckermann is slecht behandeld door veel recensenten, maar ondertussen heeft Goethe zich tegenover hem toch op een manier ontbloot die je nergens anders kunt terugvinden. Het is natuurlijk niet de volledige Goethe die in dit boek naar voren komt, het is Goethe gezien door de bril van Eckermann. Het boek bestrijkt de laatste negen jaar van zijn leven, tot zijn dood in 1832, en geeft vooral een beeld van de olympische, harmonische Goethe.''

Von der Dunk emigreerde in 1937, op achtjarige leeftijd, met zijn ouders van Duitsland naar Nederland, waar hij sindsdien in Bilthoven woont. Mede door die achtergrond heeft hij zich in zijn werk vaak beziggehouden met de geschiedenis van Duitsland en Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Von der Dunk: ``Goethe is mij van huis uit zeer vertrouwd. Terwijl je heel vaak breekt met de godenbeelden uit je jeugd, heeft Goethe mij op elke leeftijd iets te zeggen. Hij is een van de figuren waarvan ik wel zou willen weten wat hij over Hitler, het nationaal-socialisme en onze moderne problematiek zou zeggen.

``Mijn ouder- en grootoudergeneratie waren helemaal met de Duitse cultuur verweven, en voor hen was Goethe toch iets van een vaderfiguur. Hij is vooral een vaderfiguur geworden voor de onkerkelijke generaties aan het begin van de twintigste eeuw, en dat geldt met name voor de geassimileerde joden. Omdat Goethe een vorm van moderne religiositeit verkondigt die helemaal buiten het kerkelijke, dogmatische, ook het christelijke godsbeeld valt. Goethe zegt dat het hele idee van god een menselijk bedenksel is, en stelt dat tegenover een geheimzinnige, onverklaarbare macht, dat wat hij het demonische noemt. De scheiding tussen god en duivel is voor hem een kunstmatige. Er is één macht die eigenlijk transmoreel is. Deze opvatting is hem van christelijke zijde altijd kwalijk genomen. Men heeft hem een grote heiden genoemd.''

Hebben de nazi's ooit getracht om Goethe voor hun eigen doeleinden te misbruiken, zoals ze met het werk van Nietzsche deden? ``Ze wisten met Goethe niets aan te vangen. Een reden daarvoor is dat hij zich vrij negatief heeft uitgelaten over het opkomende Duitse nationalisme, in gang gezet door de oorlog tussen Frankrijk en Pruisen. Goethe zegt ook in de Gespräche: het nationalistische is iets dat je op het laagste niveau van beschaving zult aantreffen. Goethe was politiek zeer conservatief. Hij had geen oog voor het idealistische, democratische element dat in de eerste fase van het Duitse nationalisme zat, het verzet tegen de standenstaat en het absolutisme. Aan de andere kant was het dan ook weer zijn profetisch vermogen dat hij daar doorheen keek en de gevaarlijke kant zag die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het nationalisme ging domineren.

``Misschien ga ik nog eens iets schrijven over hoe Goethe over de geschiedenis dacht. Er zijn daarover negatieve uitlatingen van hem bekend. In de Gespräche zegt hij: `De wereld blijft altijd dezelfde, de situaties herhalen zich, het ene volk leeft, heeft lief en voelt als het andere'. Geloof in de vooruitgang vind je bij Goethe ook, en tegelijk is hij ervan overtuigd dat de mens als psychisch, individueel wezen niet zal veranderen. En er lijkt inderdaad iets in de mens te zijn dat altijd gelijk blijft. Iedere generatie moet in emotioneel en intellectueel opzicht opnieuw het wiel uitvinden.

``De immense terugval in de barbarij die we in de twintigste eeuw beleefd hebben viel samen met een enorme vooruitgang in wetenschappelijk en technologisch opzicht. De vraag is, in hoeverre deze uitbarstingen van barbarij een poging waren om het emotionele evenwicht te herstellen. Ik denk namelijk dat je alle grote bewegingen in de geschiedenis kunt terugbrengen tot een behoefte aan evenwicht. Het onvermogen om de rationalisering van de wereld te verwerken uit zich in een terugval op hele primitieve dingen. Bij de nazi's en de communisten in de Sovjet-Unie zie je die speciale verbinding tussen techniek en primitivisme. Een emotioneel primitivisme, de roofdiermentaliteit. De nazi's voelden de betekenis van de techniek als machtsinstrument goed aan, veel meer dan de westerse democratieën.''

Is een toekomstige terugval in de barbarij te vermijden door iedere nieuwe generatie de lessen van het verleden in te prenten? ``De Verenigde Naties, het antiracisme, het democratische gedachtegoed, dat zijn de lessen die wij geleerd hebben uit de Tweede Wereldoorlog. Maar doordat de mens in wezen niet verandert, zoeken de primitieve krachten toch altijd weer een uitweg. Ik geloof zeker niet dat er een nieuw fascisme of nationaal-socialisme komt. Die krachten zullen zich uiten op hele andere manieren, die wij nog helemaal niet kunnen voorzien.

``Een van de functies van alle herdenkingsrituelen is altijd geweest: maak de jeugd duidelijk dat dit nooit meer mag gebeuren. Leer dat nou van ons! Men leert dat ook, men doet zijn best, maar op een gegeven moment ontstaan er toch constellaties waar die krachten weer naar boven dringen. Wij waren allemaal in Europa volledig verrast door die uitbarsting van nationalisme en geweld in de Balkan. Dat heeft toch niemand voorspeld? Waar bleven al onze mooie geleerde lessen?''

Eckermann: Gespräche mit Goethe in den letzten Jahren seines Lebens. Vertaald door Gerda Meijerink als `Gesprekken met Goethe' (1990), De Arbeiderspers in de serie Privé-domein, 545 blz. ƒ59,90

    • Martijn Meijer