Een nieuwe voorzitter, een nieuw geluid

Bestuursvoorzitter Jan Kalff van ABN Amro wordt over vijf dagen opgevolgd door Rijkman Groenink. De verschillen tussen hen lijken groot, maar volgens Kalff zal dat aan het beleid van de bank niet te merken zijn.

Vertrekkend bestuursvoorzitter Jan Kalff van ABN Amro weet het zeker. Wanneer de bank onder de nieuwe leiding van Rijkman Groenink plotseling een heel ander geluid laat horen, is dat een gevolg van de gewijzigde omstandigheden buiten de bank. Het bestuur is collegiaal en het is vooral de taak van de voorzitter alle acht leden hun zegje te laten doen; niet om het roer zomaar om te gooien. ,,Ik verwacht geen grote veranderingen onder Groenink'', stelde Kalff gisteren dan ook tijdens een persbijeenkomst.

Toch moet niemand de komende tijd vreemd opkijken als Groenink en dus vanaf komende woensdag ABN Amro veelvuldig een verrassend geluid laat horen. Terwijl Kalff het toonbeeld is van een ingetogen bankier en intern vooral als pater familias functioneert, laat de 50-jarige Groenink een veel minder conventioneel geluid horen. Vrijuit filosoferen over mogelijke fusies (in dit geval met Aegon en met ING) is voor de gemiddelde bankier veel te riskant. Groenink draait er bij een kennismakingsgesprek met journalisten zijn hand niet voor om. Evenmin voor grappen. Waarom de journalisten nooit eens aandacht hebben voor de banken die het in het problemen verkerende Baan naar de beurs brachten, lacht hij bij vragen over het debacle rond World Online, het internetbedrijf dat ABN Amro op de beurs introduceerde. Over het beursdebacle zelf maakt Groenink overigens weinig woorden vuil. ,,Natuurlijk draag ik daarvoor als bestuursvoorzitter vanaf volgende week verantwoordelijkheid. Maar om de eenvoudige reden dat ik niet bij de beursgang van World Online betrokken ben geweest, kan ik er heel weinig over zeggen.''

Hardop nadenken over mogelijke Nederlandse fusiepartners moet volgens Groenink kunnen – ook al is er geen aanleiding op korte termijn een alliantie met een verzekeraar of grote bank te verwachten. Bijvoorbeeld over het veelgenoemde huwelijk met Aegon. ,,Een fusie met Aegon zou weliswaar in meer opzichten kosten besparen, maar op het vlak van de distributie ontstaat er tussen een prominente bank en een prominente verzekeraar een probleem. Bij financiële producten gaat het in de eerste plaats om de distributie, daarna komen pas de producten.''

Volgens Groenink, al sinds 1988 op het hoogste niveau actief, is nooit sprake geweest van een fusie tussen deze twee grootmachten, juist wegens de grote verschillen in distributie: een bank heeft haar kantorennet, de verzekeraar zijn tussenpersonen.

Bij een alliantie met het financiële concern ING, via onder meer Nationale-Nederlanden ook in verzekeren actief, zou de synergie veel groter zijn. Omdat dan geen sprake meer is van een prominente verzekeraar en bank die bij elkaar moeten worden gebracht, zou de combinatie van ING en ABN Amro ,,een heel ander verhaal'' zijn. Maar van avances naar de overbuurman beide banken hebben hun hoofkantoor aan de Amsterdamse Zuidas- is volgens Groenink geen sprake. Daarvoor verschillen de `business-modellen' te veel van elkaar, bijvoorbeeld door de onafhankelijke positie van ING's verzekeringsdochter Nationale-Nederlanden.

Mocht het ooit tot zo'n grote fusie komen, dan verwacht hij geen al te grote problemen van de NMa, de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Hoogstens wat kleine voorwaarden. ,,Ik zeg niet dat ze een fusie zomaar zouden toelaten, maar ook niet dat die per se wordt verboden. Op die manier zou je banken als ABN Amro en ING beroven van de mogelijkheid om van de kostensynergie te profiteren.'' Grote banken in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland kunnen immers wel samengaan, omdat zij hun grotere thuismarkt veel minder snel zullen domineren. En door de mogelijkheden met internet wordt een lokale markt zoals de Nederlandse volgens Groenink in de nabije toekomst veel lastiger af te schermen.

In de zes jaar dat ABN Amro door Kalff werd bestuurd heeft zij keer op keer de winst kunnen verbeteren. In één opzicht is zijn bestuursperiode niet geslaagd: de droomwens van de bank een tweede thuismarkt in Europa te creëren is niet gerealiseerd. Wel heeft ABN Amro, als mogelijke springplank, sinds vorig jaar een bescheiden belang in het Italiaanse Banca di Roma.

Groenink zegt over de samenwerking met de Italianen tot dusver bijzonder tevreden te zijn, maar de plotselinge breuk tussen KLM en Alitalia heeft hem wel stof tot nadenken gegeven. ,,Die breuk bezorgt je weer het gevoel dat je extra voorzichtig moet zijn; neem vooral de tijd in dit soort processen.'' Dat Italianen en Nederlanders door het cultuurverschil moeilijk door één deur kunnen gelooft Groenink niet. ,,De alliantie van de twee luchtvaartmaatschappijen was natuurlijk zeer complex, door de luchthavens, door de tegenstelling tussen Rome en Milaan, door de zware lobby van de andere maatschappijen. In onze relatie met de Italianen spelen dat soort dingen helemaal niet.''

Over het moment dat een buitenlandse bank daadwerkelijk de kans krijgt een grote bank in Italië aan de haak te slaan wil Groenink niet speculeren. Kan het niet heel lang duren voordat Rome een dergelijke inbreuk in het financiële systeem toestaat? ,,Dat weet ik niet. Die vraag gaat overigens voor bijna alle regeringen in Europa op. Ik denk dat het alleen in Groot-Brittannië en Nederland mogelijk zou zijn dat een buitenlandse partij een bank uit de top drie overneemt. Informeel heeft de Nederlandsche Bank al wel eens gezegd daartegen geen bezwaar te hebben, mits het maar niet tot instabiliteit van het financiële systeem leidt. Andere landen zijn nog niet zo ver.''