Een beetje in het verzet geweest

`Papa, wat deed u in de oorlog?' is een vraag waarop veel Vlaamse oudere mannen liever geen antwoord geven. De vader van de schrijver Erik Vlaminck was te werk gesteld in Duitsland, meer wilde hij er niet over kwijt. Wel is duidelijk dat zijn ervaringen een beslissende rol in zijn leven hebben gespeeld. Na zijn dood gaat Vlaminck op onderzoek uit. Hierover bericht hij in Houten schoenen, het vijfde deel in zijn zesdelige romancyclus over het verdwijnende Vlaanderen van de twintigste eeuw.

Vlamincks vader blijkt zich minder te hoeven schamen dan veel landgenoten. Hij is in de oorlog vrijwillig naar Duitsland gegaan, iets wat nauwelijks fout te noemen is. Hij heeft daar zelfs een beetje verzet gepleegd. Hij kwam in een werkkamp terecht, `Het kamp van Boen', en na de bevrijding moest hij op blote voeten naar huis teruglopen. In een terughoudend, sober geschreven verslag schrijft Vlaminck over de lijdensweg van zijn vader, met daarin een centrale plaats voor een geheime Duitse geliefde.

Vlaminck onderbreekt geregeld het vaderverhaal met cursief gedrukte stukken waarin hij zijn eigen verhaal doet: hoe hij als kind een fotoalbum ontdekt met slordig verwijderde foto's. En waarom zijn vader nooit vlagde: `Wie geen vlag heeft, kan nooit de verkeerde uithangen.' Vlaminck schrijft dat hij nooit nader tot zijn vader kon komen omdat de verzwegen oorlog altijd tussen hen in stond: `Gij kunt het niet begrijpen, gij hebt de oorlog niet meegemaakt. Altijd zou ik een buitenstaander blijven, een jongetje uit het luxeleven van daarna. Alleen een nieuwe oorlog zou mij kunnen redden.'

Vlaminck beschrijft hoe hij na de dood van zijn vader enkele snippers informatie over diens verleden vindt. Hij reist naar Duitsland om sporen te vinden: `Dort war es.' Zijn verhaal raakt halverwege het boek het leven van zijn vader, als hij een anekdote krijgt te horen waarin zijn vader voorkomt. Dat is een ontroerend moment, even komt de zoon dicht bij de vader.

Dan blijkt ook dat het verslag van de vader voor een belangrijk deel is verzonnen door de zoon, die het geringste stukje informatie uitbouwt tot een gedetailleerd verhaal.

Zo hoort hij dat zijn grootvader pakketjes met broodkorsten naar zijn vader stuurde. Dit bouwt hij uit tot een ontroerend relaas over hoeveel de korsten voor zijn vader hebben betekend. Het verhaal van de geheime Duitse geliefde bevat zelfs zoveel dichtwerk dat men aan de waarheid kan gaan twijfelen.

Houten schoenen wordt dan het relaas van een zoon die nader tot zijn vader probeert te komen door zelf diens oorlogsverleden te verzinnen. Het gaat over de machteloosheid en over de kracht van fictie. Het onbekende deel van zijn vader, probeert Vlaminck zelf in te vullen.

Houten schoenen behandelt geen opzienbarend onderwerp, en ook wat vorm betreft doet Vlaminck niets nieuws. Maar hij weet toch iets moois van zijn geschiedenis te maken, door het persoonlijk en tegelijkertijd afstandelijk te houden. Hij schrijft slechts de feiten op, nauwelijks de emoties, en hij onthoudt zich van commentaar en analyse. In subtiele tussenzinnen weet hij soms toch zijn verdriet of woede te tonen.

Als hij over de honger en armoede van vlak na de oorlog vertelt, schrijft hij terloops: `De pastoor ziet er patent en gezond uit.' Door de zakelijke toon maakt de korte oorlogsroman indruk. En met de schrijver komt ook de lezer nader tot Vlamincks zwijgende vader.

Erik Vlaminck: Houten schoenen. Wereldbibliotheek, 140 blz. ƒ32,50

Nederlandse literatuur

    • Wilfred Takken