Doorbraak Dorland na Ardennen-offensief

Corine Dorland stond zondag in België als de eerste Nederlandse mountainbikester na een wereldbekerwedstrijd op het podium. Waarschijnlijk verzekerde ze zich daarmee van deelname aan de Olympische Spelen.

Sommige mensen in haar omgeving begrepen niet dat Corine Dorland per 1 januari de parttimebaan bij een transportbedrijf in haar woonplaats Eerbeek opgaf om zich volledig aan het mountainbiken te kunnen wijden. ,,Ze snappen niet dat je er honderd procent voor moet leven. `Als je dertig uur in de week traint', zeggen ze, `kun je daarnaast toch werken?' Maar er komt zoveel meer bij kijken dan trainen: massage, fietsonderhoud, rusten.''

De 26-jarige Dorland legde een lange weg af naar de wereldtop in het mountainbiken, de sport die ze nu ruim vijf jaar beoefent en pas sinds kort met internationaal succes. Van haar zevende tot haar 21ste wist ze amper wat verliezen was. In die periode werd de blonde Veluwse tien keer wereldkampioene in het fietscrossen. De basis voor dat succes legde ze op de privébaan achter haar ouderlijk huis in de bossen van Loenen, vlakbij Eerbeek, waar ze met broer Gerben haar trainingsrondjes reed. ,,Op een gegeven moment was de lol er af. Tien wereldtitels, dat was wel genoeg. Fietscrossen is geen olympische sport en ik was op een leeftijd dat ik nog iets anders kon doen.''

In 1983 nam Dorland in Slagharen voor het eerst deel aan een WK, een jaar later, toen ze elf was, voerde de sport haar naar Nagoya in Japan. Canada, de Verenigde Staten, Brazilië, Chili, Colombia; bicycle motocross (BMX) maakte van Dorland al vroeg een globetrotter. Mountainbiken heeft net zo'n mondiaal karakter. Het seizoen begon onlangs in de wijnstreek van Napa Valley in Californië (8ste) en leidde via Mazatlan in Mexico (13de na een lekke band) naar België, waar Dorland tweede werd en haar grootste succes boekte.

,,Als je bij de eerste tien rijd, hoor je bij de top en dat had ik al in Californië bereikt. In Mexico lag ik achtste toen ik lek reed.'' Met een extra dosis zelfvertrouwen keerde Dorland in Europa terug. In en om Houffalize, een beetje voor eigen publiek, creëerde de Nederlandse afgelopen zondag haar eigen Ardennen-offensief. Ze moest alleen de Spaanse wereldkampioene Marga Fullana voor zich dulden. ,,Voor die wedstrijd voelde ik me al de hele week goed, op de dag zelf was ik super. Met die podiumplaats ging een droom in vervulling.''

De omschakeling verliep vijf jaar geleden met de nodige problemen. Alleen al het feit dat een fietscross een minuut duurt en een MTB-race ongeveer een uur, vergde extra energie. Dorland reed eerst een paar wedstrijden in de `funklasse', voor mountainbikers zonder licentie. De allereerste race was in Rhenen, op het zware parkoers waar ze vorig jaar Nederlands kampioene werd en waar 20 augustus, een maand voor de Olympische Spelen, het EK wordt gehouden.

,,In die eerste wedstrijd was ik na één rondje helemaal dood. Aan duurtraining had ik nooit gedaan. Voor de tweede wedstrijd, in Oss, wist ik wat me te wachten stond. Daar had ik me beter op voorbereid en ik won.'' Die dag werd ze ontdekt en gecontracteerd door Marcel van den Hurk, ploegleider van de Batavus-ploeg die inmiddels is omgedoopt tot Be One. Twee ploeggenoten zijn nationaal kampioen Bas van Dooren (,,mijn voorbeeld'') en Patrick Tolhoek, die zich met olympisch kampioen Bart Brentjens al hebben geplaatst voor Sydney.

De komende twee wereldbekerwedstrijden zijn voor Dorland van cruciaal belang. Zondag rijdt ze in het Duitse Sankt Wendel, een week later in het Italiaanse Sarentino. Door haar achttiende plaats vorig jaar op de wereldranglijst zorgde Dorland ervoor dat Nederland één olympische startplaats bij de vrouwen kreeg toegewezen. Ze vindt daarom dat ze zelf het meeste recht heeft op het enige ticket naar Sydney, waar Dorland op 23 september op de Fairfield City Farm de race van haar leven wil rijden. De Nederlandse zag het olympische parkoers op video. ,,Het schijnt gunstig voor mij te zijn; het klimmen is niet te extreem.''

Dorland moet dit seizoen vormbehoud tonen. Ze doet zelfs meer dan dat, maar doorslaggevend is dat ze in de wereldbekerwedstrijden een hogere klassering behaalt dan Elsbeth Vink, de andere Nederlandse mountainbikester die vorig jaar met haar achtste plaats bij de EK aan de olympische kwalificatie-eis van de sportkoepel NOC*NSF heeft voldaan. Vink kwam niet verder dan de vijfde plaats in Houffalize, maar Dorland heeft haar concurrente nog niet afgeschreven. ,,Het is mij gelukt. Waarom zou zij het niet kunnen?'' Vink heeft nog twee kansen om de olympische ambities van Dorland te torpederen, zondag in Sankt Wendel en een week later in Sarentino.

Toen Vink vier jaar geleden bij de Zomerspelen in Atlanta vijfde werd mountainbiken stond voor het eerst op het olympische programma ploeterde Dorland maar wat aan. ,,In het fietscrossen was ik internationaal een ster en toen kwam ik opeens in een wereld waar ik niemand was. In Nederland kon ik in het begin niet eens op het podium rijden. Erg frusterend.'' Tot voor kort finishte Dorland bij internationale wedstrijden doorgaans tussen de 25ste en de 35ste plaats. ,,In Nederland heb ik steeds wel progressie geboekt, maar internationaal bleef ik steken. Heel vaak dacht ik, ik zet m'n fiets aan de kant, ik stop er mee.''

Meer duurtraining en doorzettingsvermogen, in combinatie met de mentale begeleiding van assistent-ploegleider Huub Kivit, hield Dorland op het zadel. ,,Mountainbiken is net als veldrijden (de sport die ze in de winter enkele keren beoefent, red.) zwaar voor vrouwen. We zijn natuurlijk minder sterk dan mannen, maar dat wil niet zeggen dat we het niet kunnen. Onze wilskracht is groter. Vrouwen zijn meer gedreven en geven niet zo gauw op. Dat zie je ook in het mountainbiken: mannen stappen eerder af.'' Dorland sterft liever dan dat ze opgeeft. Ze wil zichzelf zo graag bewijzen. ,,In het fietscrossen was ik gewend vooraan te rijden. Daarom neem ik ook nu met minder geen genoegen.''

    • Ward op den Brouw