De oplossing ligt om de hoek

De Spaanse overheid wil dat de Nederlandse staat zijn aandelenbelang in KPN ter waarde van 50 miljard gulden reduceert om een fusie met Telefónica mogelijk te maken.

Waar vindt de Nederlandse overheid beleggers die voor 50 miljard gulden haar aandelenbelang van 44 procent in KPN willen overnemen, zodat dit aandelenpakket geen barrière is voor een fusie met de Spaanse telefoongigant Telefónica?

Bijna letterlijk om de hoek, bij de Nationale Investeringsbank aan het Haagse Carnegieplein.

NIB Capital Bank, zoals de Investeringsbank tegenwoordig officieel heet, is geen staatsbank meer, maar de overheid heeft nog wel dankzij een pakket speciale effecten 15 procent van de aandelen. De overige aandelen zijn sinds vorig jaar in handen van twee oer-Nederlandse financiële giganten, de pensioenfondsen ABP en PGGM, die samen meer dan 400 miljard gulden belegd vermogen hebben. ABP regelt de pensioenen voor werknemers bij overheid en onderwijs, PGGM voor de sectoren gezondheidszorg en welzijn.

Met zo'n koper volgt Nederland het Duitse voorbeeld. De Duitse overheid heeft, om tegemoet te komen aan de dereguleringseisen van de Europese Unie, een deel van haar belang in Deutsche Telekom ondergebracht bij de Kreditanstalt für Wideraufbau. Dat is een wat hybride financiële instelling: geen echt staatsbedrijf, ook niet puur private sector.

Een verkoop aan de Nationale Investeringsbank past tevens in het beleid van de laatste tien jaar om het industriebeleid te privatiseren. Niet de overheid helpt grote concerns een handje, zoals in de jaren zeventig en tachtig bij het ten onder gegane scheepsbouwconcern RSV. Private partijen doen dat. Natuurlijk met medeweten, instemming en soms op initiatief van de overheid.

Via de Nationale Investeringsbank was de overheid in 1993 bereid de zieltogende vrachtwagenfabrikant Daf te financieren. Via ingenieuze fiscale constructies steunde de overheid twee ,,reddingsacties'' van de coöperatieve Rabobank, een voor Philips in 1993 en een voor Fokker, drie jaar later.

En twee jaar geleden kreeg de Rabobank een hoofdrol bij de continuering van de identiteit van de KLM als nationale luchtvaartmaatschappij. De overheid verkocht in het kader van de privatisering van staatsbedrijven zijn laatste KLM-aandelen, maar de Rabobank kocht elf procent van het aandelenkapitaal. Door de zekerheid van deze puur Nederlandse aandeelhouder blijft de KLM bij onderhandelingen over landingsrechten toch een Nederlands bedrijf. Waarom zijn de Spanjaarden zo gebrand op een vermindering van het staatsbelang? In hun ogen wordt de Nederlandse overheid anders de dominante aandeelhouder in de combinatie. En in een internationale context is een aandeelhouder met 16 procent van het kapitaal ook de feitelijke machthebber, omdat de overige aandelen versnipperd zijn in talloze kleinere belangen.

Rest de vraag of de Nationale Investeringsbank 50 miljard gulden of meer kan ophoesten. Dat bedrag is niet per se nodig. De bank kan ook een aanbetaling doen en slechts de waarde betalen die op de aandelen staat gedrukt. Dan kost het pakket maar ruim 200 miljoen gulden, maar moet de overheid bedingen dat zij bij gespreide verkopen op de financiële markten alsnog de meeropbrengst krijgt. Tenslotte zit het kabinet temidden van alle financiële weelde van de huidige overschotten niet te springen om nog een bedrag ineens van 50 miljard gulden.