Belegger behoeden voor adverteerder?

Beleggers opgelet. Advertenties kunnen uw financiële conditie schaden.

Moeten ondernemingen die naar de Amsterdamse effectenbeurs gaan binnenkort een vergelijkbare waarschuwingstekst opnemen in hun prospectus? Of de laatste dagen voor de beursgang geen reclame meer maken, zoals minister Zalm (Financiën) afgelopen zondag suggereerde in het tv-programma Buitenhof?

De uitspraak is een schot voor de boeg. De bewindsman, die verantwoordelijk is voor regelgeving op de Nederlandse financiële markten, wacht op een rapport van de ,,beurswaakhond'' Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) over de ,,zaak'' World Online. Sinds de 20 keer overtekende beursintroductie is de koers van deze internetdiensten-aanbieder met bijna 21 euro gedaald tot 12.05 euro vanmorgen.

Duizenden particuliere beleggers voelen zich bekocht en willen schadeclaims indienen. Hun doelwitten: de begeleidende banken ABN Amro en Goldman Sachs, de onderneming zelf en voormalig bestuursvoorzitter N. Brink, die op het hoogtepunt van de commotie aftrad.

Zalms suggestie voor reclameloze dagen is niet alleen raar vanuit de liberale filosofie. Het links-liberale kabinet is zelf te beschouwen als de moeder aller reclamecampagnes, die in 1994 en 1995 met de beursgang van KPN de weg plaveide voor het ware volkskapitalisme. Maar ideologie en verleden mogen overboord als een reclameloze afsluiting werkelijk effectief is om ,,impulsieve'' kopers van aandelen voor een misser te behoeden.

Dat is het niet, zoals de Amerikaanse praktijk leert, waar een verbod geldt op reclame door bedrijven in de aanloop naar de beursintroductie. Dat verbod helpt daar niet tegen fenomenale koersstijgingen na beursintroducties, die soms gevolgd worden door vergelijkbare dalingen. Een reclameverbod bant geen financiële hypes uit. Datzelfde geldt voor een verbod op de publicatie van koersen in de zogeheten grijze beurshandel. De koerssprongen in deze ongereguleerde handel hebben als katalysator voor de publieke belangstelling voor World Online gewerkt.

Zalms idee doet ook denken aan het verbod in sommige, ook beschaafde, landen op het publiceren van de uitslagen van opiniepeilingen aan de vooravond van verkiezingen. Zo'n verbod is een inbreuk op de vrije stroom van informatie en datzelfde geldt voor een reclameverbod tijdens (een deel van) een beursgang.

Zo effectief zijn de miljoenenverslindende campagnes nu ook weer niet: zij zetten niet direct aan tot beleggen, maar moeten aandacht en naamsbekendheid voor de beurskandidaat creëren. Reclamecampagnes zijn een vanzelfsprekend gevolg van het volkskapitalisme: meer dan een miljoen Nederlandse beleggers en meer bedrijven dan ooit met beursplannen. Dan is het niet vreemd dat bedrijven en banken naar beproefde methodes van massaconsumptie grijpen.

Wat in de gewone supermarkt geldt, gaat echter niet op in de financiële supermarkt. Talrijke nieuwe producten floppen in de schappen, maar zoveel miskopen kunnen consumenten zich in de financiële supermarkt niet permitteren.

Financiële luchtbellen laten zich niet gemakkelijk bestrijden. De mens is nu eenmaal hebzuchtig en soms roekeloos. Tegen die roekeloosheid mag hij wel enige bescherming verwachten van overheidsregels en van de banken die een beursgang aan het beleggende en speculerende publiek ,,verkopen''.

Scheidend bestuursvoorzitter J. Kalff van ABN Amro maakte vorige week in een verdediging van het prospectus van World Online duidelijk dat de bank zich houdt aan de minimumvereisten in de beursregels. In een arrest over een eerdere misser bij een emissie, de uitgifte van schuldpapier door de Duitse detailhandelaar Co-op in 1987 en 1988, introduceerde het Amsterdamse gerechtshof de gemiddelde belegger als de toetssteen voor een prospectus. Duidelijk is dat de gemiddelde belegger nu een andere is dan die in de jaren tachtig: hij is gewend aan hogere rendementen en het is de vraag of hij evenveel kennis en expertise heeft als twintig jaar geleden.

De inhoud en de helderheid van een doorsnee prospectus zijn niet geëvolueerd met het volkskapitalisme. Cruciale passages lijken meer nog dan vroeger geschreven door juristen, niet om inzicht te geven, maar om toekomstige claims uit te sluiten. Het Amerikaanse reclameverbod hangt praktisch gesproken nauw samen met de lokale claimcultuur: wie zwijgt, zegt niet fout. Verbieden is geen oplossing, de overheid moet hogere eisen stellen en de naleving rigoreus bewaken.