Asperges van het jaar nul

Toen Nederland pas begon was er nog niet zoveel te eten. Als je groenten wilde moest je die zelf buiten gaan zoeken. Maar de meeste planten hadden keiharde stengels en waren bitter of zuur.

Het duurde niet lang of de Romeinen kwamen. Helemaal uit Italië waar ze in die tijd al heel goed wisten wat lekker was. Ze kwamen lopend, en ze hadden ook asperges bij zich. Die groeiden voortreffelijk op de arme Nederlandse zandgrond. Toen de Romeinen er hier genoeg van kregen gingen ze weer naar huis. Maar de asperges bleven. Zo komt het dat wij nog steeds lekkere asperges eten.

Dikke asperges kopen. Wassen en daarna heel goed schillen. Twee per persoon is genoeg. Onderste stukje eraf breken. Asperges met afgebroken stukjes en schillen samen in een pan met water. Beetje zout erbij. Aan de kook brengen en vijf minuten laten koken.

Asperges eruit nemen, maar het water nog tien minuten door laten koken. In een stevige pan een lepel boter smelten en daar een kleine eetlepel bloem bij doen. Roeren met de houten lepel tot het een mooi egaal papje is. Al roerend een kop aspergewater erbij gieten. Ook wat zout en gemalen witte peper. De asperges in stukjes van drie centimeter snijden en er ook bij doen. Wat ontbreekt er nog? Precies! Een paar grote eetlepels vol van die Italiaanse mascarpone. Vooruit maar. Ook erbij. Als alles goed is gegaan heb je nu een mooie witte saus vol met stukjes asperge. Maar waar gaat die saus bovenop? Is het misschien een goed idee, om ter ere van die Romeinen van het jaar nul, daar spaghetti voor te nemen?

Ja, dat is een heel goed idee.

    • Philip Mechanicus