Andermans ziel is een donker bos

Nederlanders boffen: de nieuwe Bellow verschijnt hier zonder al te veel biografische ballast. In de Verenigde Staten is dat anders. Nog voordat Ravelstein eind april in de winkels lag, was de dertiende roman van Saul Bellow al lijdend voorwerp van fel debat. Niet doordat de kwaliteit te wensen overliet, want Ravelstein was alleen al stilistisch een feest; maar doordat de hoofdpersoon grote gelijkenis vertoonde met een Bekende Amerikaan. De flamboyante academicus Abe Ravelstein – zo had Bellow zelf al laten doorschemeren – was gemodelleerd naar Allan Bloom, de in 1992 overleden schrijver van de controversiële bestseller The Closing of the American Mind.

Nu was Bloom niet de eerste goede bekende die door Bellow tot een romanfiguur was gemaakt; de dichter Delmore Schwartz (de titelheld van Humboldt's Gift), de kunstcriticus Harold Rosenberg (Victor Wulpy in het verhaal `What Kind of Day Did You have') en vele anderen gingen hem voor. Maar dit keer was Bellow in de ogen van conservatief Amerika te ver gegaan: in Ravelstein schreef hij onverbloemd over de homoseksualiteit van de titelheld en zijn dood als gevolg van aids. Omdat het privé-leven van Allan Bloom tot dan toe verborgen was geweest, werd Bellow beschuldigd van postume outing en van misbruik van zijn vrijheid als romancier.

Immuun voor dergelijke discussies is Nederland niet, zoals weer duidelijk werd naar aanleiding van Harry Mulisch' vermeende poging om Jules Croiset te rehabiliteren in zijn boekenweekgeschenk. Maar aids is hier minder een taboe dan in Amerika, en Allan Bloom is al weer bijna vergeten. En dus kunnen we Ravelstein houden voor wat het is: een ode aan een bijzonder mens, geschreven door een nu 84-jarige Nobelprijswinnaar die op superieure wijze zijn oude stokpaardjes berijdt. Het anti-intellectualisme van Amerika, het verdwijnen van de klassieke Bildung aan de universiteiten, de worsteling van de jood in een vijandige omgeving – het komt in Ravelstein allemaal aan de orde; verpakt in een `stukjes-en-beetjes'-biografie over een vooraanstaand academicus.

Ravelstein heeft zelf om een biografie gevraagd, zo vertelt Chick, de ik-figuur van het boek en net als Harry Trellman in Bellows vorige boek The Actual (1997) een bespiegelend en observerend alter ego van de schrijver. Maar de oude Chick heeft er lang mee gewacht, omdat hij het gevoel had dat hij `even goed gemist zou kunnen worden als iedere sterveling' als hij het boek voltooid zou hebben. Het is een vorm van magisch denken die doorbroken wordt wanneer hij zes jaar na Ravelsteins dood zelf door een voedselvergiftiging op het randje van de dood zweeft. Op zijn ziekbed (dat grote gelijkenis vertoont met dat van Saul Bellow een paar jaar geleden) beseft hij dat hij moet blijven leven om zijn belofte aan zijn vriend in te lossen. Maar een doorsnee biografie is hem te definitief, te doods. `Het is niet zo eenvoudig iemand als Ravelstein prijs te geven aan de dood.' En daar komt nog bij: `Andermans ziel is een donker bos.'

Ravelstein is het verhaal van een mannenvriendschap geworden; heel erg Bellow, want ook in beroemde romans als The Adventures of Augie March en Herzog zijn het de relaties met mannen die het meeste gewicht in de schaal leggen. Chick vertelt bijna niets over het leven van zijn vriend voordat die eind jaren tachtig rijk en beroemd werd met een aanklacht tegen de uitholling van de liberal arts in Amerika. Zijn biografische methode is die van de door hem geliefde Romeinen en Grieken: veel sappige details over de persoonlijkheid en de opvallende uiterlijke kenmerken van zijn onderwerp; en veel kernachtig geformuleerde levenswijsheden. `Wie het land wil regeren, moet het ook vermaken' noteert Chick meteen op de eerste bladzijde. En uit Ravelsteins mond tekent hij op `dat er van schrijvers verwacht wordt dat ze je laten lachen en laten huilen', dat `Amerikaans nihilisme een nihilisme zonder afgrond' is, en dat je `van een varkensaars nu eenmaal geen zijden beursje kunt maken'.

Die laatste uitspraak is typerend voor de volkse jovialiteit van Ravelstein, die door Chick wordt beschreven als een ongelikte beer met stijl. `Hij is miljonair geworden dankzij zijn intelligentie' – Bellows alter ego onderstreept overigens dat híj het was die Ravelstein het idee voor zijn bestseller gaf – en hij leeft zoals hij altijd heeft gewild. In Parijs verblijft hij in hetzelfde hotel als Michael Jackson en koopt hij jasjes van tienduizend gulden (om er onbekommerd koffie op te morsen), en zelfs op zijn ziekbed in Chicago blijft hij druk bezig met het bestellen van een BMW voor zijn geliefde. Onderwijl wisselt hij staatsgeheimen uit met zijn favoriete ex-studenten, die allemaal in de hoogste kringen van de samenleving terecht zijn gekomen, en discussieert hij met Chick. Niet alleen over de dood (`natuurlijk verscherpt de dood het gevoel voor humor') en de liefde (hun beider leidraad is het oude Plato-verhaal over de `incomplete mens' die wanhopig naar zijn andere helft zoekt), maar ook over de oppervlakkigheid van het moderne leven en de geschiedenis van het antisemitisme.

Net als veel andere Bellow-personages vragen Ravelstein en Chick zich af waar hun loyaliteit als mens en intellectueel ligt: bij Athene of bij Jeruzalem. Zijn ze erfpachters van de Oud-Griekse beschaving of toch van de joodse cultuur van hun voorvaderen? Misschien is kiezen niet nodig, maar naarmate Ravelstein zieker wordt, raakt hij meer geobsedeerd door de aanslagen op het jodendom door de eeuwen heen. Hij vergelijkt het joodse vermogen om als cultuur in de moeilijkste omstandigheden te overleven met dat van de kleurige papegaaien die, ontsnapt uit de dierenwinkel, zijn neergestreken in Chicago: tegen alle verwachtingen in weten de tropische vogels zich te handhaven in de moordend strenge winter van het Midden-Westen.

Hak op de tak

Dat de titelheld zich gaande weg bewuster wordt van zijn joodse wortels is een van de spaarzame ontwikkelingen in Ravelstein; dat Chick na lang wikken en wegen uiteindelijk begint aan zijn biografie is een andere. Voor het overige gebeurt er weinig in Ravelstein. Een roman kun je het eigenlijk niet noemen – het is meer een boeket herinneringen – maar daar waarschuwt de verteller ook voor wanneer hij voor de zoveelste keer van de hak op de tak springt: `I said I'd take a piecemeal approach to Ravelstein.' De kracht van het boek, dat wellicht te dicht tegen de werkelijkheid aanschurkt om roman te worden, ligt in andere dingen; in de aanstekelijke portrettering van een man die het midden houdt tussen de hoofdpersonen van Henderson the Rain King en Herzog, in Bellows lichte verpakking van zware onderwerpen als oud worden en doodgaan, en in de humor waarmee Chick zijn aantekeningen lardeert.

Tragikomedie is Bellows specialiteit. Als Chick beschrijft hoe zijn vrouw hem verlaat en de deur van het huis hard dichtslaat, schrijft hij: `I had half a headache and half a heartache. This concentrated my mind.' Een etentje met geroosterde kreeft is het beginpunt van een hilarisch eindigende mijmering over het kannibalisme van schaaldieren en de neiging van de mens om al zijn wreedheden in een wetenschappelijk sausje op te dienen. En de ontroerendste passages gaan over Ravelsteins aftakeling. `Zonder geluid te maken rolde de brancard snel naar binnen en ik zag de gladde kale meloen van Ravelsteins hoofd voortschuiven', schrijft Chick. Een teken aan de wand, want: `Er zijn kale hoofden die een symbool zijn voor hun eigen kracht. Ravelstein had zo'n schedel gehad. Maar nu was zijn kale hoofd veeleer van het kwetsbare soort.'

Net als de novelle The Actual volgt Ravelstein op kleine schaal het humanistische stramien van Bellows romans uit de jaren vijftig, zestig en zeventig: de verteller komt gelouterd uit een serie beproevingen. Voor sommige bewonderaars van Bellow zal het een teleurstelling zijn dat Ravelstein weer niet de Grote Roman is waarop al sinds More Die of Heartbreak (1987) wordt gewacht (en die volgens Bellows vriend Martin Amis al jarenlang bijna af in een la ligt). Maar voor een boek als dit hoeft geen schrijver zich te schamen. En die grote roman zal Bellow voorlopig onder zich houden, bij wijze van levensverzekering. Het zou me niets verbazen als hij net als Chick heilig gelooft `in the power of unfinished work to keep you alive.'

Saul Bellow: Ravelstein.Viking, 233 blz. ƒ51,95.De Nederlandse vertaling (door Ronald Jonkers) is verschenen bij Bert Bakker, 256 blz. ƒ36,50

Buitenlandse literatuur

    • Pieter Steinz