Amerika kon ziel van Vietnamezen niet winnen

Afgelopen zondag was het vijfentwintig jaar geleden dat Saigon viel en de laatste Amerikanen per helikopter van het dak van hun ambassade vluchtten. Saigon werd Ho Tsji Minh-stad, vernoemd naar de leider van de Vietnamese revolutie. Het zuiden van het land werd bij het noorden ingelijfd. De Vietcong, het Nationale Bevrijdingsfront dat in de strijd tegen de Amerikanen zoveel offers had gebracht, verdampte in de nieuwe samenleving. Vietnamezen die de komst van het communisme niet als bevrijding zagen, verdwenen in heropvoedingskampen of namen de vlucht in wankele bootjes. Velen kwamen om op zee. Anderen sleten jaren van hun leven in troosteloze opvangkampen in een hun vijandige omgeving. De veldslagen in Hongkong komen daarbij in de herinnering.

Het trauma van de Vietnamoorlog, die zich overigens over heel voormalig Frans Indo-China verbreidde, achtervolgt Amerikanen tot op de dag van vandaag. Zoals bij de herdenking van de val van Saigon nog eens bleek. De uitspraak van senator McCain tijdens een bezoek aan Vietnam dat ,,de verkeerden hebben gewonnen'', spreekt voor zichzelf. McCain, voormalig krijgsgevangene, is al jaren een fervent voorstander van verzoening, maar opnieuw oog in oog met de hamer en sikkel vergat hij zijn zelfbeheersing.

De vraag hoe het zover heeft kunnen komen, hoe en waarom de Amerikanen zich steeds dieper in het Vietnamese moeras hebben laten vastzuigen (een beeld uit die tijd) houdt historici nog steeds bezig. In een artikel in deze krant (29 april) gaf Henry Kissinger, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en de voornaamste veiligheidsadviseur van de presidenten Nixon en Ford, een intrigerend oordeel. Kissinger leidde vanaf 1969 de vredesonderhandelingen met Noord-Vietnam en was op die 30ste april 1975 verantwoordelijk voor Amerika's buitenlandse politiek. Hij legt de eerste verantwoordelijkheid voor het debacle bij het`Kennedy-team': de jonge ambitieuze intellectuelen die de 35ste president van de Verenigde Staten om zich heen had verzameld en aan wier leiband opvolger Johnson zou lopen totdat begin 1968 het overrompelende en bloedige Tet-offensief van de Vietcong het laatste geloof in een Amerikaanse zege de bodem insloeg. Een aantal leden van het Kennedy-team had toen al afgehaakt. Johnson stelde zich datzelfde jaar niet meer verkiesbaar.

Doorgaans wordt de zogenoemde dominotheorie genoemd als fundament van de Amerikaanse Indochina-politiek. De theorie vond haar oorsprong in Mao's overwinning in de Chinese burgeroorlog van 1949, de daaropvolgende Koreaanse oorlog die in een labiel bestand was overgegaan, en de zege van de Vietminh in de slag om Dien Bien Phoe in 1954, die een einde maakte aan het Franse koloniale bewind in Indochina – waarna Vietnam in tweeën werd gedeeld. De theorie hield in dat als Indochina communistisch zou worden, Thailand, Birma, Maleisië, Indonesië, de Filippijnen en mogelijk Japan zouden volgen.

Kennedy's impulsen waren echter eerder romantisch dan strategisch. Hij had de steun van zijn voorganger Eisenhower aan de Franse koloniale oorlog verafschuwd. Kennedy geloofde in een nieuw nationalisme dat, toegerust met dezelfde attributen en tactieken als die van de tegenstander, het communisme op eigen terrein zou verslaan. In Zuid-Vietnams eerste president, Ngo Din Diem, een katholiek uit een mandarijnenfamilie die uit weerzin tegen de Fransen Vietnam de rug had toegekeerd, zag Kennedy het anker voor zo'n aanpak. Voor de volksoorlog getrainde Amerikaanse Groene Baretten zouden de zuidelijken bijstaan in een anti-guerrilla die de communisten zou verhinderen het zuiden over te nemen. De ziel van het Vietnamese volk diende te worden gewonnen.

Kennedy's tragiek was dat toen hij begin 1961 het Witte Huis betrad, Diem al in grote moeilijkheden verkeerde. Geleidelijk aan voerden de communisten hun aanvallen op provinciesteden op terwijl de afstand tussen Diem en de boeddhistische meerderheid van de Zuid-Vietnamese bevolking alleen maar toenam. Van het winnen van zielen was geen sprake en van bereidheid om zichzelf op te offeren in de strijd tegen het communisme al helemaal niet. Bovendien waren er die eerste maanden meer tegenslagen te incasseren. De door Kennedy goedgekeurde invasie van anti-Castro-Cubanen in de Varkensbaai was op een ramp uitgelopen en bij een topoverleg in Wenen had de jeugdige, onervaren Amerikaanse president zich de mindere van Sovjet-leider Chroesjtsjov gevoeld. Kort na zijn aantreden stortte het dak boven hem in, zoals een van de Kennedy-getrouwen het later formuleerde.

Het einde van de Kennedy-aanpak kwam enkele weken voor de moord op Kennedy met de moord op Diem. Meningsverschillen en misverstanden binnen de Amerikaanse regering en binnen de ambassade in Saigon hadden verhinderd dat rebelse Zuid-Vietnamese generaals een duidelijk inzicht hadden in de doeleinden en de begrenzingen van de Amerikaanse politiek. Dat Kennedy in Diem was teleurgesteld, was zonneklaar, dat hij een zoektocht had bevolen naar een opvolger eveneens. Laat het een enig kind zijn, had de president geschamperd met een verwijzing naar madame Nhu, Diems schoonzuster, die met haar openbare minachting voor de boeddhisten het regime verder had ondermijnd. De uitschakeling van Diem liet de macht in Saigon voor het grijpen. Een stoet van min of meer corrupte generaals volgde. Een potentieel leider van een nationalistische contrarevolutie was niet voorhanden.

Kennedy heeft het debacle in zijn Vietnambeleid niet lang overleefd. Opvolger Johnson moest de ontstane chaos onder controle zien te krijgen. Na een indrukwekkende verkiezingsoverwinning een jaar later besloot Johnson tot escalatie. Tijdens de campagne had hij gezegd dat Aziatische oorlogen door Aziatische `boys' gevoerd dienden te worden. De lessen van Korea waren nog niet helemaal vergeten. Maar het `moeras' begon zijn zuigkracht te tonen. Amerika's prestige stond op het spel, zo voelde men het althans in Washington. De dominotheorie beleefde een wederopstanding. De gigantische inzet van manschappen en materieel die volgde kon niet worden verkocht als onderdeel van een hoofdzakelijk door Vietnamezen gevoerde volksoorlog. Jaren later kwam president Nixon met zijn concept van vietnamisering, een schamele poging het Amerikaanse vertrek te maskeren. Zware bombardementen moesten de terugtocht beveiligen en de onderhandelingen bevorderen. Zij kostten Kissinger zijn reputatie als begaafd, historisch geschoold analist en succesvol diplomaat. Kennedy's volksoorlog was toen al lang vergeten.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon