ZIGEUNERS

Duizenden zigeuners in Europa vonden in de oorlog de dood. Het nazi-regime beschouwde het zigeunervolk als een inferieur ras. Zigeuners werden massaal opgepakt, veelal wegens hun ras, maar vaak ook onder het voorwendsel dat het `asocialen en criminelen' betrof. Ze werden afgevoerd naar zigeuner- en concentratiekampen. Slechts een kleine groep overleefde. De Nederlandse zigeuners werden tot 1944 met rust gelaten. De razzia van 16 mei 1944, waarbij een groot deel van de Nederlandse zigeuners in één klap werd opgepakt, maakte daar een einde aan. De Nederlandse politie arresteerde overal in het land woonwagenbewoners en zigeuners. Ze werden onder politiebewaking naar het doorgangskamp Westerbork gebracht. In sommige gemeenten was de politie al te gretig geweest, zelfs naar mening van de Duitsers. Zij besloten in Westerbork alsnog 279 woonwagenbewoners, die niet als zigeuner te boek stonden, vrij te laten. De 246 zigeuners die waren opgepakt, werden op de trein naar Auschwitz gezet: een kwart van de populatie van de zigeunergemeenschap in Nederland die volgens schattingen van de historicus en ziganoloog Lucassen voor de oorlog uit zo'n duizend zigeuners heeft bestaan. Slechts dertig zigeuners van dit transport overleefden de vernietigingskampen. Ze keerden terug naar Nederland waar ze zich voegden bij het handjevol zigeuners dat tijdig had kunnen onderduiken.