Zappen

Ik sta met mijn auto voor het rode verkeerslicht te wachten. Er stopt een auto langszij. Ik draai m'n hoofd naar links en schrik. De ander is Michael Zeeman. Omdat ik kijk, moet hij nu ook naar mij kijken. Hij kent mij gelukkig niet, en ik hem eigenlijk ook niet. Want zodra ik hem op de televisie zie, zap ik hem zo snel als mogelijk weg. Nu kan ik niet zappen. We zijn tot elkaar veroordeeld, zo lang het licht rood is.

Ik zie dat hij zijn lippen beweegt. Hij zegt iets tegen mij! Maar dubbel glas verhindert de verstaanbaarheid. Zijn lippen vormen zoiets als ,,E.O.'' En hij wijst naar mij. Hij maakt een gebaar over zijn borst alsof hij een veiligheidsriem aandoet. O, dát is het. Hij wil. Michael Zeeman wil dat ik mijn veiligheidsriem omdoe! ,,Riem Om'', bedoelt hij. Groen. Gas. Ik zap weg.

    • Theo Uittenbogaard