Vietnamoorlog

De oorlog in Vietnam was erger dan een fout, deze oorlog was een misdaad. Een van de hogere daders, McNamara, is daarover later in tranen uitgebarsten, maar dat zal Henry A. Kissinger niet snel overkomen. In zijn artikel wast hij zijn verleden op opmerkelijke wijze wit en geeft hij zijn dolende landgenoten ook nog goede raad voor de toekomst (NRC Handelsblad, 29 april).

Het is misschien verstandig om nog even de kwantitatieve verhoudingen te releveren. De schade aan mensenlevens aan Vietnamese kant was ongeveer drie miljoen mensen en die schade loopt nog dagelijks op door onder meer het inzetten van chemische mensenbestrijdingsmiddelen als Agent Orange. De Amerikaanse verliezen bedroegen ongeveer 58.000 mensen, van wie velen tot de zogenaamde lagere sociale klassen behoorden. Niet vergeten mag immers worden dat vooral sociaal-zwakkeren aan beide kanten de kooltjes uit het vuur mochten halen. Aan Amerikaanse kant was het dus in belangrijke mate een dood van zwarten. Kissinger `vergeet' te vermelden dat hij een voorstel van de Rand Corporation denktank om de oorlog te beëindigen, al van een lijst schrapte voordat zijn baas Nixon het gezien had. Prestige en reputatie van de VS lieten niet toe een nederlaag te erkennen.

Kissinger was de architect van de `Vietnamisering' van de oorlog, hetgeen in de praktijk betekende dat de luchtaanvallen werden geïntensiveerd. Hij weigerde te geloven dat een `kleine vierderangsmacht' geen breekpunt zou hebben. Kissinger beschouwde de protesten tegen het door Nixon en hem gevoerde beleid als onvermijdelijke bijverschijnselen van de democratie waar grote staatslieden zoals hij maar boven moesten staan. Met andere woorden: `het gekrioel der dwergen' was hem vreemd. Slot van dit drama was het bekende kerstbombardement op Hanoi waarbij in twaalf dagen meer bommen op Noord-Vietnam werden gegooid, dan in de voorgaande drie jaren.

De arrogantie van de macht had de relatie met de werkelijkheid verloren en het eind van het verhaal is bekend. Deze ongelooflijke en gevaarlijke arrogantie vertoont Kissinger echter nog steeds. Hij deelt aan links en rechts klappen uit en verzwijgt zijn eigen belangrijke rol in het drama. Zijn stelling dat `Amerikaanse prominenten onder grote aandacht van de media op bezoek gingen in de vijandelijke hoofdstad om verzet aan te tekenen tegen hun eigen land', zou Kissinger beter onder de pet hebben kunnen houden. Volgens Kissinger heeft het Amerikaanse `gedemoraliseerde establishment' Amerika in het moeras gestuurd en liet het het duo Nixon-Kissinger de kooltjes uit het vuur halen. Een fraai voorbeeld van creatieve geschiedschrijving. Ronduit verwerpelijk is Kissingers oproep aan zijn landgenoten om `zonodig zonder gêne haar toevlucht te nemen tot machtsmiddelen' in het nationaal belang. Kissinger verlangt wederzijds respect en hij hoopt op een nationale consensus. Zijn opvattingen en zijn gedrag in het verleden verdienen noch het een noch het ander.