Van kunst komt nooit iets terecht

Het Centraal Meldpunt Joodse Oorlogsclaims is sinds maart 1998 open. Er zijn meer dan zesduizend claims binnengekomen, van over de hele wereld.

MET OPZET staat er geen adres op de folders van het Centraal Meldpunt Joodse Oorlogsclaims, maar een postbusnummer. Anders zou iedereen die een claim wil indienen op het kantoor in Diemen langskomen. En dat, weten de vijf medewerkers van het meldpunt, kost uren.

Soms zijn er jaren overheen gegaan voordat een overlevende van de Tweede Wereldoorlog het aandurft te informeren naar de schilderijen, de bankrekeningen, sieraden of de bankstellen die vroeger in hun (ouderlijk) huis stonden.

En als ze zich dan eenmaal tot het meldpunt richten, willen ze graag ook vertellen over de personen die achter de bankrekening, de levensverzekering of achter het schilderij schuilgaan.

De claims worden per post ingediend. Op dinsdagochtend liggen op het bureau van Muriël Leeuwin, onderzoekster van het meldpunt, elf enveloppen. In elke envelop zitten handbeschreven velletjes papier met daarin een korte beschrijving van wat verdwenen is en soms een complete levensgeschiedenis. Een briefschrijver heeft een kopie bijgevoegd van een polis bij levensverzekeringsmaatschappij Phoenix, op een andere brief is een afgeknipte foto vastgeniet. Een lachende man met hoed. Hij was de vader van de briefschrijver. Er zit ook een brief tussen waarin het meldpunt wordt bedankt voor alle inspanningen. ,,We hebben voor deze meneer een paar brieven geschreven naar banken'', zegt Muriël Leeuwin. Er bleken geen openstaande rekeningen meer te zijn. De briefschrijver heeft geen geld gekregen, wel duidelijkheid. Als dank heeft hij foto's opgestuurd van vier schilderijtjes die hij zelf heeft gemaakt in Bergen Belsen, november 1944. Groen en gele aquarellen, met daarop een wachttoren, barakken en groene bomen.

Sinds de opening van het meldpunt in maart 1998 zijn er 6.239 claims binnengekomen. Niet alleen uit Nederland, maar ook uit Mexico, Amerika, Canada en Australië. Sinds er een meldpunt is in Israel, stromen ook daarvandaan de claims binnen. Het merendeel (2.200) betreft niet-uitbetaalde verzekeringspolissen. Ruim 1.400 mensen zijn op zoek naar verloren gegane inboedels, 1.300 vermoeden dat er nog een openstaande bankrekening bestaat, 430 nabestaanden willen traceren wat er met hun bedrijf of dat van hun familie is gebeurd en 386 eisers missen kunstvoorwerpen.

Alle claims worden genoteerd, maar lang niet allemaal leveren ze wat op. Soms omdat de claims al eerder zijn afgehandeld. Met Duitse herstelbetalingen (Wiedergutmachung) is na de oorlog al een deel van de door vervolging geleden schade terugbetaald. Er waren in die tijd twee regelingen, een materiële en een immateriële schadevergoeding, de zogenoemde CADSU-I en CADSU-II. Bijna 29.000 inboedelclaims zijn toen gehonoreerd, dat kostte 193 miljoen Duitse mark. Nog eens 125 miljoen mark is verdeeld onder 51.000 mensen die invalide waren geworden, gesteriliseerd waren of een ster hadden moeten dragen.

Soms zijn de claims onvolledig of is niet meer na te gaan wie de eigenaar was of wat er verdwenen is. Leeuwin: ,,Soms sturen mensen een foto op met een briefje erbij: dit was mijn vader, hij had vast een bankrekening.'' Of ze schrijven: ,,Mijn ouders hadden effecten.'' Op de bureaus van de meldpuntmedewerkers ligt het boek In memoriam, waarin ze namen en bijbehorende geboorte- en sterfdata van alle gedeporteerde joden kunnen opzoeken. Ook ligt er een twintig centimeter dik adresboek van Amsterdam uit 1940. Gekregen van een Amsterdammer. ,,Zijn vader had het in de oorlog van de gemeente gestolen.''

Verzekeringspolissen worden nog regelmatig teruggevonden. Zeker nu de verzekeraars al hun oude polissen in de computer hebben gezet. Verzekeraar Amev bijvoorbeeld heeft er net 3 miljoen ingevoerd. Ook de banken roepen niet langer: `We hebben niks.' Zij gaan op zoek, en soms vinden ze een openstaande rekening terug. Om veel geld gaat het bijna nooit, zegt Leeuwin. Er is twee keer een bedrag van 50.000 gulden uitgekeerd, veel vaker gaat het om 1.200 gulden of 500.

Van huisraad en inboedels wordt vrijwel nooit iets teruggevonden. Het merendeel ging tijdens de oorlog naar Duitsland, of naar de niet-joodse buren. Kunstvoorwerpen heeft het meldpunt nog nooit kunnen traceren. ,,Daar komt nooit iets van terecht'', zegt meldpunttelefoniste Bettina Sanders. Laatst belde een man, zegt Sanders. Hij had een schilderij van zijn ouders zien hangen op een tentoonstelling. Dat wilde hij terug. Maar zei hij, het was heel gek, op het schilderij van mijn ouders liep het paard van links naar rechts. En op de tentoonstelling liep het van rechts naar links. Sanders: ,,Ik zeg tegen hem: als u een claim wilt indienen, moet u dat zeker weten.''

Veel verwarring is er over de verdeling van de 400 miljoen, het bedrag dat het Rijk als restitutie zal betalen aan joodse slachtoffers.

Twee bellers op dinsdagochtend hebben gehoord dat iedereen die voor 8 mei 1945 is geboren een uitkering krijgt. Betinna Sanders, aan de telefoon: ,,Of dat doorgaat is nog onduidelijk.'' ,,De uitkering is eenmalig.'' ,,Nee, het maakt niet uit of je 20 of 30 familieleden hebt verloren.'' ,,Over de hoogte van de uitkering is nog niets bekend.'' ,,Ja, het is eenmalig.'' ,,Meneer, u mag alles met dat geld doen. Al wilt u het op de Dam uitdelen.''

    • Rinskje Koelewijn