Trojan

,,ONAANGENAAM VERRAST'' is Den Haag door de onverwachte overplaatsing van Neêrlands ambtelijke trofee naar het verbanningsoord Genève. Carlo Trojan, secretaris-generaal van de Europese Commissie, een man achter de troon wie grote invloed werd toegekend, is buiten medeweten van de vaderlandse diplomatie en politiek gedegradeerd tot vertegenwoordiger van de Europese Unie bij de Wereldhandelsorganisatie.

De vraag is of de getoonde verontwaardiging wel gerechtvaardigd is. Trojan resteerde nog uit de tijd van de Commissie-Santer die vorig jaar smadelijk het hazenpad koos na felle kritiek in het Europees Parlement. Als hoogste ambtenaar werd hij door sommige Europese parlementariërs verantwoordelijk geacht voor het falen van de reorganisatie van het Europese ambtelijke apparaat en daarmee voor de misstanden waarop, onder anderen, de inmiddels gelauwerde klokkenluider Van Buitenen de aandacht vestigde. De schorsing van Van Buitenen werd Trojan persoonlijk aangerekend.

Tegen deze achtergrond zouden weinigen verbaasd zijn geweest als de secretaris-generaal, zoals anderen, met het aantreden van de nieuwe Commissie onder leiding van de voormalige Italiaanse premier Prodi het veld had moeten ruimen. Toen dit al maar niet gebeurde, concludeerde de Nederlandse diplomatie dat haar steun aan Trojan vorig jaar had gewerkt en dat de bui was overgedreven. Het tegendeel is het geval gebleken.

DAT AAN DE exclusieve positie van Trojan in het tijdperk-Prodi een eind was gekomen, was overigens al veel eerder duidelijk. In de eerste plaats aan de secretaris-generaal zelf. Het was nog slechts een kwestie van tijd en van het bedenken van een aanvaardbare overplaatsing. Maar opnieuw bleek de verregaande nonchalance van Prodi. De post die Prodi op diens verlangen Trojan had toegezegd, directeur-generaal voor buitenlandse handel, bleek al vergeven. De overplaatsing naar een post in Genève die inderhaast werd gevonden, moet als een degradatie worden opgevat.

De Nederlandse diplomatie heeft al die tijd zitten slapen. Dat Trojan nog steeds in de gevarenzone verbleef, was haar ontgaan, wat verklaart waarom niet is ingegrepen om de blamage van Genève te voorkomen. In eerste aanleg is de positie van Europese ambtenaren een zaak van Europese autoriteiten. Maar gezien Trojans langdurige en eminente staat van dienst had blijvende oplettendheid van Haagse kant niet misstaan. De vaderlandse verontwaardiging lijkt nu vooral een oprisping van gekrenkte nationale trots. Een gemoedstoestand die gewoonlijk weinig goeds voortbrengt.