TRAP NA

Alex J. van Bemmel (76)

Woonplaats: Arnhem

,,Ik ben een ontzettende bofkees geweest en heb het niet slecht gehad in Duitsland. Natuurlijk, ze hebben een deel van mijn tienertijd weggenomen, maar er zijn jongens die het écht bar en boos hebben gehad. Ik was 18 toen ik me in mijn toenmalige woonplaats Delft moest melden bij het arbeidsbureau. Op 8 juni 1943 werd ik in Luckenwalde te werk gesteld bij de fabriek voor Luftwaffe-boordkannonnen. Ik had het geluk Duits te hebben geleerd op school en ik werd er onder meer tolk. Dat was een omstreden positie. Ik kreeg een vergoeding, maar de leefomstandigheden waren slecht. Van september '43 tot februari '45 had ik een aanstelling in een laboratorium in Silezië. Ik heb aan de tijd in Duitsland geen lichamelijke of geestelijke problemen overgehouden, dus eigenlijk vind ik het een beetje onzin om een schadeloosstelling te ontvangen. Die is wel belangrijk voor jongens die tijdens razzia's uit hun huizen waren gesleept. Ze werkten dagelijks twaalf uur achtereen, kregen slecht te eten en sliepen tussen het ongedierte. Dat zijn de échte dwangarbeiders, de échte oorlogslachtoffers. Ik heb in Duitsland meer verzetswerk kunnen doen dan me ooit in Nederland was gelukt. Ik drukte in het lab alcohol achterover waarmee suikerpatiënten hun naalden konden reinigen. Ook hebben mijn Duitse chef en ik de sluiting van onze afdeling kunnen voorkomen en zo een aantal werknemers kunnen behoeden voor overplaatsing naar een werkkamp in de oorlogsindustrie. Zolang er aanvoer van grondstoffen was, mocht onze afdeling openblijven. Dus vervalsten we de papieren en bleef de aanvoer zogenaamd op peil. Op 12 februari 1945 wist ik met de hulp van een aantal Duitsers terug naar Nederland te keren. Dwangarbeiders die ná de bevrijding thuiskwamen, werden als landverraders gezien. Ik kwam voor de bevrijding thuis, en was dus een zogenaamde held omdat ik `ontsnapt' was. De grootste slachtoffers kregen in Nederland nog een trap na. Het leed is dus niet alléén door de Duitsers berokkend.''