Terroristen Filippijnen jong en hard

Abu Sayyaf, de moslimgroepering die op de Filippijnen 21 buitenlanders in gijzeling houdt, heeft een grote reputatie op het gebied van terreur.

Ze noemen zich `dragers van het zwaard', maar ze hanteren het ook: de rebellen van Abu Sayyaf, de kleine maar uiterst gewelddadige moslimgroepering in het zuiden van de Filippijnen die streeft naar een onafhankelijke, streng-islamitische staat op het eiland Mindanao. Volgens sommige waarnemers is dat tenminste het ideologische ideaal dat hen bezielt. Anderen, onder wie de regering in Manila, beschouwen hen slechts als `misdadigers' die met ontvoering en afpersing hun terroristische activiteiten financieren. Hun staat van dienst is in ieder geval imposant genoeg voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken om Abu Sayyaf op de zwarte lijst te plaatsen van erkende internationale terroristische organisaties, wier aanhangers de VS niet binnen mogen.

Abu Sayyaf, die nog steeds 21 buitenlanders in gijzeling houdt op het eiland Jolo, is in zeker opzicht een koloniaal produkt. Driehonderd jaar Spaanse overheersing van de Filippijnen en nog eens vijftig jaar modern Amerikaans kolonialisme hebben van de Filippijnen een overwegend katholiek land gemaakt - maar niet in het zuiden. Grote delen van Mindanao en de omliggende eilanden zijn ook de gebieden waar de levensomstandigheden nog steeds het slechts zijn en armoede en analfabetisme het grootst. Van oudsher zijn dat sociaal-economische factoren geweest die hebben bijgedragen aan (islamitisch) verzet tegen het (christelijke) machtscentrum in Manila.

Vier jaar geleden leek er een doorbraak te zijn bereikt in de burgeroorlog op Mindanao - dodental sinds begin jaren zeventig: ruim 120.000 - toen de grootste verzetsorganisatie, het Moro Nationaal Bevrijdingsfront (MNLF), een vredesakkoord sloot met de regering. Dat verdrag heeft geleid tot de oprichting van een (door het MNLF gedomineerd) overgangsbestuur voor een autonome, islamitische regio in wording, bestaande uit 14 provincies en negen steden. Maar tegen het akkoord rees groot verzet: van de christelijke minderheid in het zuiden én, belangrijker, van het Moro Islamitische Bevrijdingsfront (MILF), de grote concurrent van het MNLF die geen genoegen neemt met een beetje autonomie maar streeft naar volledige onafhankelijkheid. Toch besloot ook het MILF vorig jaar tot een staakt-het-vuren in afwachting van vredesonderhandelingen. De afgelopen weken zijn de vijandelijkheden tussen het MILF en het regeringsleger echter weer opgelaaid en inmiddels lijkt de optie van een nieuwe burgeroorlog dichterbij dan de kans op duurzame vrede.

Volgens Westerse schattingen beschikt het MILF over een legermacht van tussen de 20.000 en 40.000 guerrillastrijders, maar betrouwbaar zijn de cijfers niet. In ieder geval heeft het MILF genoeg aanhang in grote delen van het zuiden - ook veel gefrustreerde MNLF-soldaten zouden de afgelopen jaren naar de beweging zijn overgelopen – om een machtsfactor van betekenis te zijn. Enkele honderden soldaten hebben oorlogservaring opgedaan toen zij in het begin van de jaren tachtig hun Afghaanse `moslimbroeders' hielpen in hun strijd tegen de Sovjet-bezetters. Oprichter en leider van het MILF, Hashim Salamat, die in de jaren zestig studeerde in Egypte en Pakistan, en wiens preken regelmatig te horen zijn op lokale radiostations op Mindanao, heeft er nooit een geheim van gemaakt te streven naar een fundamentalistisch islamitische staat, waarbij voorbeeld het islamitische recht geldt.

In vergelijking met het MILF is Abu Sayyaf slechts een kleine maar radicale groep – bestaande uit enkele honderden, vooral jongere strijders. Volgens sommige bronnen wordt of werd Aby Sayyaf gesteund door onder andere Iran en Libië. Ook zou de financier van internationaal terrorisme, Osama bin Laden, betrokken zijn bij het moslim-extremisme in het zuiden van de Filippijnen. De oprichter van Abu Sayyaf, Abdurajak Abubakar Janjalani, kreeg een opleiding in Libië. Ook vocht hij in de Afghaanse oorlog. In december 1998 kwam Janjalani om het leven in een vuurgevecht met de politie in het dorp Lamitan op het eiland Basilan. Na zijn dood ontspon zich korte tijd een opvolgingsstrijd binnen de organisatie, die werd gewonnen door Janjalani's broer Khadafy.

Abu Sayyaf heeft sinds begin jaren jaren negentig een reeks bomsaanslagen. ontvoeringen, afspersingen en moorden op haar conduitestaat. De grootste aanslag totdusver pleegde de groep in april 1995 toen zwaarbewapende rebellen in het overwegend christelijke dorp Ipil op Mindanao 53 mensen doodschoten.

Ontvoeringen zijn een beproefde methode van Abu Sayyaf om geld te innen. Tientallen buitenlanders, zakenlieden en geestelijken, hebben dat al ervaren. Meestal, maar niet altijd, loopt het goed af. Vorig jaar zomer werd de Belgische journalist Erik Bracke van De Morgen zes dagen gegijzeld. Vandaag schrijft hij in zijn krant dat zijn ontvoerders als professionals te werk gingen, maar dat zijn bewakers in feite van niets wisten. ,,Door hen zijn wij erg vriendelijk behandeld. Het afscheid was zelfs hartelijk: een van mijn bewakers vroeg mijn adres voor het geval hij ooit in België zou zijn.''

    • Wim Brummelman