TE BESCHEIDEN

Jo Dahler-Lefèvre (85)

Woonplaats: Blerick

,,Tijdens de oorlog, we hadden toen al twee jongens, werd mijn man krijgsgevangen genomen. Snel daarna ben ik met de jongens naar Surabaya gevlucht. De Indonesiërs moesten niks meer van ons hebben. We waren wel donker, maar in hun ogen waren we toch Nederlanders. Dat we de oorlog overleefden, is dankzij een paar trouwe baboes en huisjongens. Albert, mijn man, is al in 1943 overleden, al hoorde ik dat pas vele jaren later, toen ik bij de marine ging informeren.

,,We zijn gevlucht toen een Nederlandse militair bij ons in de buurt in stukken werd gehakt. Ik was het bangst van de hele familie en zei: `We vertrekken nú!' Ons huis, met alles erin, heb ik achtergelaten: auto, piano, meubels, al het familiezilver, het linnengoed...

,,Ooggetuigen hebben me later verteld dat de jappen het huis volledig hebben leeggeroofd. Dat is de reden dat ik wel een claim zou willen indienen.

Wie wil dat nou niet? Lang geleden heb ik het al een keertje geprobeerd, maar toen kreeg ik nul op het rekest. Ik had zelfs tekeningen gemaakt van al onze bezittingen en die bij mijn brief gestopt.

,,Ik ben geen klager en ik heb me goed weten aan te passen toen ik in '56 naar Nederland repatrieërde. Maar het moet me van het hart dat we alles hier zelf moesten doen. Als je dat vergelijkt met de asielzoekers en vluchtelingen van nu...

,,Ik gun het ze wel, hoor, maar de regering had ons destijds wel beter kunnen behandelen. Ik kreeg geen rooie cent, omdat ik in Indië een baan had gehad. Alsof ik, toen ik hier kwam, nog geld had. We zijn te bescheiden geweest om op onze achterste benen te gaan staan.

,,Voor mezelf heb ik nu, vijftig jaar na dato, geen herstelbetaling of smartengeld meer nodig, maar ik wil het geld aan mijn kinderen en kleinkinderen geven. Dat ik na alle ellende weer gelukkig kon worden, is aan hen te danken.''

    • Rentsje de Gruyter