Republikeins Genootschap 2

Ben Knapen schreef Pierre Vinken op 10 mei 1996, zo lees ik in de door Martin van Amerongen gepubliceerde correspondentie van het Republikeins Genootschap, dat het hem `vooralsnog niet zo'n goed idee' leek mij als lid voor dat gezelschap te vragen. `Hij' (van Wijnen) werkt aan de goede relatie met de Oranjes vanwege allerlei boekenplannen'. De bezorgdheid die daaruit spreekt vind ik roerend, maar het motief dat mij in die volzin wordt toegeschreven bevalt me minder. Het suggereert dat het lidmaatschap van Vinkens genootschap mij op dat ogenblik niet uitkwam, omdat ik een boek schreef (niet over de Oranjes, maar over de staatsinstellingen, waaronder het koningschap). Het is een geheel door Knapen bedacht motief.

Knapens goede raad aan Vinken is ook niet goed te rijmen met de uitnodiging voor de oprichtingsbijeenkomst van het Republikeins Genootschap die ik begin juni 1996 ontving. Onder zijn briefhoofd boven die op 2 mei 1996 gedateerde convocatie schreef Vinken mij in handschrift: `Op advies van Ben Knapen stuur ik deze brief ook aan u. Ik hoop dat u dit ook aardig vindt!' Aardig vond ik het wel, maar ik ben er als principieel clubonthouder niet op ingegaan.

Overigens was de toon van de oprichtingsbrief van het Republikeins Genootschap niet zo studentikoos als Ben Knapen beweert. De tekst spreekt voor zichzelf:

`Een van ons heeft het afgelopen jaar met u gesproken over het Republikeins Genootschap en daarbij hebt u kenbaar gemaakt dat u lid wilt worden. Wij hebben nu voldoende geïnteresseerden om tot een eerste bijeenkomst over te kunnen gaan, bij voorkeur op een avond in de tweede helft van juni, in De Wittenburg te Wassenaar of, zo mogelijk, in een (voormalig) koninklijk paleis. Wij zoeken dat nog uit.

Het lidmaatschap van het RG is het doel ervan. Het genootschap heeft geen statuten, doelstellingen of plannen; contributie wordt niet geheven. In ieder geval willen wij tenminste een keer per jaar samen eten, en als dat goed bevalt misschien twee keer.

Hoe komt men er toe een RG op te richten? Het plan daartoe ontstond aan een lunch waarbij wij toevallig naast elkaar zaten. Een erfelijk koningschap bij de gratie Gods konden wij niet zien als behorend bij een parlementaire democratie.

Wij waren van mening dat de republikeinse staatsvorm, voor zover wij weten, het enige massaal voorkomende Nederlandse taboe is; het thema komt in onze hedendaagse samenleving vrijwel niet voor. Politici, van rechts tot links, ongeacht de historische wortels van hun programma's, zijn vrijwel zonder uitzondering koningsgezind, of durven voor het tegendeel niet uit te komen. Tegen deze achtergrond is het bestaan van het RG noodzakelijk; het bestaan ervan is een zwak maar duidelijk signaal dat wellicht bezinning kan veroorzaken, vooral onder de jongere generaties'. Was getekend (namens Sjeng Kremers en Roelof Nelissen): Pierre Vinken.

Bij een recente verhuizing heb ik een groot deel van mijn archief opgeruimd, maar deze brief angstvallig bewaard.