Punten scoren

In het Haagse Museon is de grootste sporttentoonstelling te zien die ooit in de wereld gehouden is. Op 1.200 vierkante meter kun je hardlopen, tennissen, voetballen, bobsleeën en volleyballen. Kantoorklerken kunnen er hun polsslag opnemen, hun ogen testen en, meer iets voor denksporters, vragen over sport beantwoorden. Ook wie geen enkele punt scoort, mag door naar de volgende ronde.

Op uw plaatsen? Klaar'', waarschuwt een computerstem. Puffend en zwetend hol ik naar de eindstreep die gelukkig niet ver van de beginstreep ligt. Naast de atletiekbaan snelt een donkere, vrouwelijke atlete mij voorbij op een digitale lichtbalk. Geen kunst: zij is goed getraind, ik ben een kantoorklerk en tevreden met mijn tijd van 2.3 seconden.

Naast de atletiekbaan ligt een brochure met alle bijzonderheden over de voet. ,,Wist je dat een atleet drie keer zijn lichaamsgewicht op zijn voeten drukt?'' Nee, dat wist ik niet. Naast de atletiekbaan staat een dwarsdoorsnede van een voet. Het model telt botten, banden en pezen. Tekst en uitleg over witte vezels voor de sprinters en rode vezels voor de duurlopers. Een atleet blijkt 's middags sneller te lopen dan 's avonds. Dan zijn de spieren minder warm en is het lichaamsritme minder optimaal.

In de programmagids van de interactieve tentoonstelling `Sport in beweging', tot 2 oktober te zien in het Museon in Den Haag, houdt tennisser Richard Krajicek, ambassadeur van sponsor Zilveren Kruis, een pleidooi voor de technologische ontwikkelingen in de topsport. Hij noemt het verbeterde materiaal en de verbeterde trainingsmethoden als voorbeelden van vooruitgang. Windtunnels, hartslagmeters en lagedrukkamers zijn belangrijke hulpmiddelen voor topprestaties. De geest moet ook meewerken, zo meldt de gids. Wilskracht en concentratie zijn de pijlers van succes. Maar als het lichaam weigert, zoals ik deze ochtend moet vaststellen, voert de geest een kansloze strijd.

Op de expositie kunnen bezoekers hun polsslag opnemen, hun ogen testen en hun reactievermogen meten. Rode stipjes dansen heen en weer op een beeldscherm. Het resultaat van de metingen valt meteen af te lezen op een computer. Zelfs een minder geoefende dertiger kan op bovengenoemde onderdelen redelijk scoren. Al blijft een polsslag van 70 aan de hoge kant, vergeleken met de polsslag van 35 die de Spaanse wielrenner Miguel Indurain tijdens zijn sportieve hoogtepunten liet noteren.

Gesterkt door de meevallende score loop ik een tikje overmoedig naar een vitrine met een verzameling zonnebrillen. In een boekje staan de verschillende functies van een gezichtsbeschermer. Hij beschermt tegen vuil, muggen of zonlicht. Op een beeldscherm moet ik zes beschermers van zes sporters binnen 45 seconden foutloos benoemen. Lastig. De zonnebril van een skiër lijkt verdacht veel op de zonnebril van een wielrenner. Na vier goede antwoorden klinkt de gong. Gezakt.

Op hoop van zegen begeef ik me naar het volgende spectaculaire onderdeel. Een bobslee is nagebootst door een simulator. De machine ter waarde van anderhalve ton blijkt uitermate blessuregevoelig. Bij de minste of geringste afwijking moet een Engelse monteur worden ingevlogen om herstelwerkzaamheden te verrichten. De bobslee is het visitekaartje van de tentoonstelling. De bezoeker moet extra geld betalen om in de cabine plaats te mogen nemen. Met duizelingwekkende snelheid glijdt hij vervolgens over een virtuele ijslaag. Uit vrees voor een defect ligt de bobslee deze ochtend nog onder een dikke beschermhoes. Opgelucht wandel ik verder en stort mij op een quiz, altijd populair bij bezoekers die hun overgewicht hopen te compenseren door feitenkennis. Maar de vragen zijn lastig te beantwoorden. Hoe hoog springt een rode kangoeroe? Drie meter en tien centimeter. Wanneer werd het watervallen uitgevonden? In 1901. Wanneer en door wie werd op Hawaii de eerste surfplank gesignaleerd? In 1778, door kapitein James Cook. De theorie blijkt even moeilijk als de praktijk. Met een nul-punt-score mag ik door naar de volgende ronde.

Sport in beweging' is, met een oppervlakte van 1.200 vierkante meter, de grootste tentoonstelling over sport die ooit ter wereld is gehouden. De organisatoren hebben rekening gehouden met jong en oud. Voor volwassenen biedt de expositie leerzame anatomielessen en nuttige lichaamsbeweging. En de jeugd wordt helemaal op haar wenken bediend, menen de samenstellers. De meeste jongeren vervelen zich in een museum. Ze vinden een expositie vaak saai en ouderwets. Ze willen speurtochten, videofilms en computerspelletjes. Zo weinig mogelijk lezen en zo veel mogelijk vermaak. Fun is het sleutelwoord van de jonge museumbezoeker.

Het Museon slaat de komende vijf maanden drie vliegen in één klap. Ontspanning, educatie en gezondheid zijn op een aantrekkelijke manier door elkaar gehusseld. Geen vuistdikke brochures, maar handzame en helder geformuleerde folders. Geen statische schilderijen, maar digitaal gestuurde oefeningen. Onder het motto `meten is weten' leren we het menselijk lichaam beter begrijpen.

`Sport in beweging' is de Nederlandse versie van een Amerikaans bedenksel dat in het Londense Science Museum volle zalen heeft getrokken. In een tijdsbestek van 17 maanden kwamen ongeveer 800.000 bezoekers op de tentoonstelling af. Conservator Cor Montagne van het Museon was ,,meteen enthousiast'' toen hij twee jaar geleden een kijkje ging nemen in Londen. De expositie is ook een succes in Manchester, Lissabon en Valencia. In de laatste stad is zelfs een permanente tentoonstelling ingericht. Wenen staat op de wachtlijst.

De huurprijs van de expositie bedraagt acht ton, een recordbedrag voor het Museon. Kosten voor transport, vertalingen en marketing verhogen het totale budget tot een miljoen gulden. De gemeente Den Haag zorgt voor een financiële buffer. Instellingen zoals het Zilveren Kruis en de Nederlandse Hartstichting leveren een geldelijke bijdrage. Montagne erkent dat het Museon bepaalde risico's loopt met de kostbare tentoonstelling. Hij rekent op 100.000 bezoekers.

Drie Haagse topsporters zijn bij het project betrokken. Krajicek heeft de tentoonstelling geopend, wielrenner Michael Boogerd heeft, als toonbeeld van de technologische vooruitgang, zijn fiets ter beschikking gesteld en schaatser Bart Veldkamp heeft zich een paar dagen voor de opening de rol van proefkonijn aangemeten. Hij scoorde vooral hoog op de weegschaal, naar eigen zeggen een gevolg van te veel junkfood in de schaatsloze periode. Tijdens zijn rondgang door het Museon benadrukte Veldkamp dat technologie niet zaligmakend is. ,,Je moet oppassen dat je het gevoel niet kwijtraakt'', zei hij voor de microfoon van Radio 1.

Gevoel komt mij goed van pas op de onderdelen voetbal, tennis en volleybal. Overgewicht en een gebrek aan zuurstof zijn niet langer van doorslaggevende betekenis. Hoewel de volleybal op een scherm wordt geprojecteerd, is een redelijk lange slagenwisseling mogelijk. In een hok ter grootte van een squashveld mogen de bezoekers een voetbal tegen een blinde muur schoppen. Op de muur staan zes vakken getekend die als schietschijf dienen. Bij een rake schop klinkt gejuich uit een luidspreker. Mijn traptechniek blijkt nog steeds in orde.

Ook in het tennishok sla ik een paar ballen in de vakken die daarvoor bestemd zijn. Wat jammer dat de elektronische waarneming nou net niet werkt.