Ontsnapping uit Westerbork

Sam Schrijver wilde zijn eigen hachje redden in Westerbork, maar redde het hele kamp. Vijfenvijftig jaar later herinnert de joodse oud-verzetsman zich zijn ontsnapping en terugkeer, en zijn vriendschap met een Canadese generaal.

Samuel Schrijver vertelt over zijn opmerkelijke ontsnapping uit het kamp Westerbork alsof het gisteren was. In de verte konden de jonge Amsterdammer en zijn bijna negenhonderd medegevangenen de vuurgevechten tussen de Duitsers en de geallieerden horen. Op de middag van 11 april 1945 haalden de kampbewakers plotseling iedereen van zijn werk. Alle gevangenen moesten de barakken in; wie een verkeerde beweging zou maken zou worden beschoten vanaf de wachttoren.

De toen 22-jarige Schrijver, een atletische jongen die in de eerste drie jaar van de oorlog actief was geweest in het joods verzet en vervolgens voor achttien maanden ondergedoken had gezeten, voorzag onheil. ,,Ik zei tegen een kampmaat: `dit is niet veilig, ik vertrouw het niet''', herinnert hij zich. ,,`De bewakers gaan er op elk moment vandoor. Voordat ze gaan, komen ze met machinegeweren de barakken in'.'' Schrijver wilde daar niet op wachten en stelde voor een ontsnappingspoging te wagen. Maar de kampmaat wilde dat risico niet nemen, dus, zei Schrijver: ,,dan ga ik alleen.''

Het was een beslissing met verstrekkende gevolgen – het begin van de bevrijding van Westerbork. Schrijver besefte het toen nog niet, maar zijn ontsnapping zou een geallieerd bombardement van het Drentse doorgangskamp afwenden en 875 levens redden. Afgelopen weekeinde kreeg Schrijver voor zijn heldendaad een lintje uit handen van de Nederlandse consul in zijn woonplaats, het Canadese Montréal. Schrijver, nu 77, was er ,,zeer ontdaan van''.

Terug naar 11 april 1945. De jonge Schrijver kroop, toen de duisternis viel, vanuit de barak naar een vuilstortplaats. Hij hield zich verborgen totdat het donker was en wist via een hoek van het kamp te ontkomen. ,,Of de Duitsers niet goed opgelet hebben, ik weet het niet'', verklaart hij de ontsnapping. Lopend en zich schuil houdend in struikgewas legde hij enkele kilometers af, totdat hij bij het Oranjekanaal kwam. Hij zwom naar de overkant, en voelde direct na aankomst een vuurwapen tegen zijn hoofd. Schrijver hoorde Engels spreken en dacht: ,,Ik ben vrij!''

De Canadese patrouille die Schrijver onderschepte, vermoedde echter dat hij een collaborateur was. ,,Ik zei: `waar heb je het over, ik ben uit het kamp Westerbork ontsnapt, een paar kilometer verderop','' vertelt Schrijver. De Canadezen geloofden hem niet. Ze hadden militaire bewegingen waargenomen rond het kamp en veronderstelden dat het om een Duitse legerbasis ging. ,,We gaan het bombarderen met vliegtuigen vanuit Engeland'', kreeg Schrijver te horen.

Schrijver hield vol dat er honderden onschuldige burgers in het kamp zaten en ging akkoord met een plan van de Canadese brigadegeneraal Jean-Victor Allard om met een verkenningspatrouille terug te keren naar Westerbork. Onder vuur van de SS bereikten zij het kamp op 12 april. De bewakers waren vertrokken, maar de gevangenen zaten er nog. ,,Een Canadees met een veldradio seinde terug dat mijn verhaal klopte'', zegt Schrijver. ,,Het bombardement werd afgelast. Anderhalf uur later kwamen de Canadese troepen en was het kamp bevrijd.''

Schrijver emigreerde in 1954 naar Canada en kreeg drie kinderen en zes kleinkinderen. Zijn oorlogservaringen hield hij tientallen jaren voor zich. Hoe hij zich schuilhield tijdens razzia's in Amsterdam. ,,Je was zo bang'', zegt hij. Hoe hij valse persoonsbewijzen en bonkaarten bemachtigde voor joden en onderduikers. Hoe hij tweemaal bijna werd gearresteerd en uiteindelijk onderdook in Den Haag, alvorens te zijn verraden in januari 1945. En hoe hij zijn ouders en een groot aantal andere familieleden verloor. ,,Ik kon het niet aan om echt in mijn verleden te kijken'', aldus Schrijver. ,,Als ik dat zou doen, dan zou ik dingen kort en klein willen slaan. Want wat zijn we beroofd.''

Een tweetal ontmoetingen bewoog Schrijver ertoe zijn lange stilzwijgen te doorbreken. Bij een oorlogsherdenking in Montréal zag hij jaren later een hoge Canadese militair, ,,een man zo groot als een gebouw, beladen met medailles. Ik dacht: verdraaid, dat is de brigadegeneraal! Ik ben op hem afgestapt en heb hem gevraagd of hij me herkende.'' Oud-generaal Allard moest even nadenken, maar antwoordde toen: ,,Jij bent de jongen die het kanaal overzwom!''

Allard en Schrijver begonnen een vriendschap die duurde totdat Allard in 1996 overleed. Allard, van 1964 tot 1969 opperbevelhebber van het Canadese leger, bevestigde Schrijvers relaas. In een brief aan de Stichting '40-'45 schreef de gepensioneerde generaal in 1990: ,,Dankzij de interventie van Schrijver is de vernietiging van het kamp Westerbork en zijn ongeveer duizend gevangen voorkomen''. Ook het herinneringscentrum Westerbork en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie onderschrijven het verhaal.

De tweede ontmoeting was met de directeur van het Holocaustmuseum in St. Petersburg in de Amerikaanse staat Florida, nabij Schrijvers overwinteringsadres. Sinds 1992 leidt hij daar als vrijwilliger schoolkinderen rond en vertelt hij over zijn ervaringen. Zelf relativeert Schrijver zijn verdiensten. ,,Ik ben uit Westerbork ontsnapt om mijn eigen leven te redden'', verklaart hij. ,,Door dat te doen, heb ik toevallig ook de levens van 875 anderen gered.''