Meer werk bij duur ontslag en lage WW-premie

Door personeel ontslaan duurder te maken en tegelijk de loonkosten te verlagen kan de werkgelegenheid fors stijgen. Als de uitkering voor ontslagen werknemers aan het betrokken bedrijf wordt doorberekend, leidt dat tot 6 procent meer werkgelegenheid.

Dat blijkt uit twee studies voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze zijn gedaan met het oog op een wijziging van een financieringssysteem van de werkloosheidswet (WW). Het kabinet beslist er dit voorjaar over.

Net als bij de WAO overweegt het kabinet voor de WW een systeem van premiedifferentiatie. Dat betekent dat de WW-premie die werkgevers moeten betalen afhankelijk wordt van de WW-lasten die het bedrijf genereert via het ontslag van werknemers. Dit komt erop neer dat ontslaan van werknemers duurder wordt, en de loonkosten lager.

In het geval van volledige premiedifferentiatie stijgt de werkgelegenheid voor ouderen bovengemiddeld: met 9,1 procent. Bij gedeeltelijke premiedifferentiatie zijn de effecten minder groot. Het gebruikte model veronderstelt overigens dat dat een werkgever alleen effecten op lange termijn laat meewegen. Bovendien kunnen kleine bedrijven in de problemen komen als ze voor hoge ontslagkosten worden geplaatst, aldus de onderzoekers.

Een van de doelstellingen van het werkgelegenheidsbeleid van het kabinet is ouderen aan het werk te houden. Premiedifferentiatie heeft daarvoor het meeste effect. Het is de vraag of het kabinet hiervoor kiest, omdat het voor bedrijven dan heel moeilijk wordt mensen te ontslaan. Een systeem van gedeeltelijke premiedifferentiatie is waarschijnlijker, zoals dat ook bestaat voor de arbeidsongeschiktheid. Werkgevers betalen voor de WAO een basispremie van 6,3 procent over maximaal 48.000 gulden, naast gedifferentieerde premies van 1,54 tot 5,56 procent over hetzelfde bedrag.