Koeien met vachten als ouwe jassen

Er is iets goed mis op boerderij de Slangenburgh. Volgens het bucolische cliché zou dit normaal gesproken het seizoen moeten zijn van kalveren, dartelend in de malse weilanden rond de hoeve. Maar het gras, de paarde- pinkster- en boterbloemen liggen onaangeroerd in de voorjaarszon. Boer Bennie Roozegaarde wil geen trammelant met de buren dus hij houdt zijn vee binnen. En daar in zijn stallen wordt weinig gedarteld. De kalveren in de fokkerij van Roozegaarde staan krom en schichtig achter het voederhek. Hun vachten zijn vlokkerig en soms met korsten overdekt.

Roozegaarde wijst mistroostig op z'n vee. ,,Moet je dat kalf zien daar, dat hoort twee keer zo vet te zijn.'' Pas nog is er weer een van de kalveren doodgegaan en afgevoerd voor onderzoek. Want wat er precies aan de hand is op deze grote hoeve bij Zelhem, dat helemaal in het uiterste oosten van Nederland tegen de Duitse grens ligt, is onduidelijk. Maar inmiddels zijn er wel tachtig beesten dood.

Niet alleen het jonge vee maakt een armetierige indruk. In de grote ligstal staan koeien met abcessen aan de poten, gezwellen op de ruggengraat, schuim op de bek. Koeien met vachten als ouwe jassen. Gratenpakhuizen die niet recht kunnen staan omdat ze pijn hebben aan gewrichten, aan ontstoken klauwen en uiers. Wat hier op de mestroosters staat, heeft weinig te maken met de vrolijke, antropomorfe koeien uit de Melkunie-reclames. Dit is de nachtmerrie van de Nederlandse melkveesector.

Roozegaarde's boerderij is wat in het landbouwjargon een `slijtersbedrijf' heet. Dat betekent dat meer dan twintig procent van zijn dieren bestaat uit zogenaamde `slijters'. De term `slijter' is een verzamelbegrip voor versleten rundvee: opgebrand, ziek, zwak, misselijk. Het woord wordt nu echter in de melkveehouderij voornamelijk gebruikt om niet te hoeven benoemen wat er werkelijk mis is met de beesten. Want de sector kan na de gekkekoeienziekte en het dioxineschandaal niet nog meer slechte publiciteit gebruiken. Het productschap voor vee, vlees en eieren becijferde in augustus vorig jaar dat de vleessector door teruglopende exporten, dalende binnenlandse prijzen en kosten van teruggehaalde en vernietigde producten toen al een half miljard gulden schade had geleden.

,,Vroeger noemden we koeien die er zo uitzagen worstkoeien'', zegt Roozegaarde. En daarmee werd gedoeld op de eindbestemming van dit wrakke vee. Hijzelf heeft er ook nog verkocht die er zo bijliepen, zegt hij. Tot het ministerie van Volksgezondheid vorig jaar november zijn bedrijf op slot deed. Dat was een beslissing waar hij in principe mee kan leven. ,,Als er iets niet deugt aan het vee mag het niet worden verkocht aan slachterijen.'' Maar Roozegaarde is razend omdat het ministerie van Volksgezondheid in de vijf maanden die zijn verstreken sinds zijn bedrijf werd `geblokkeerd', volgens hem niets heeft gedaan om te onderzoeken wat er scheelt aan zijn koeien. ,,Niets hebben ze onderzocht!'', zegt de veehouder terwijl hij met zijn vlakke hand op de houten picknicktafel slaat die op het met klinkers bestrate erf staat. ,,Ze hebben geweigerd uit te zoeken of hier gekkekoeienziekte heerst. Alleen al onderzoek laten doen naar die ziekten zou te grote risico's voor de export betekenen.''

Er werd wel onderzoek ingesteld, zo blijkt, alleen gebeurde dat nogal selectief. De misère op boerderij de Slangenburgh begon al eind 1997, vlak nadat Roozegaarde zijn vee had gevaccineerd tegen infectueuze bovine rhinotracheïtis, dat is veterinair potjeslatijn voor de koeiengriep. Na de enting kregen koeien spontane abortussen en dodelijke diarree-aanvallen, en het werd niet meer beter.

In 1998 werd bepaald dat alle Nederlandse melkkoeien zouden moeten worden geënt tegen koeiengriep. Tot vorig jaar zesduizend veehouders soortgelijke problemen meldden als Roozegaarde had. Er was sprake van dat sommige batches van het nieuwe vaccin tegen de koeiengriep van de Duitse farmaceutische multinational Bayer besmet waren met een actief diarreevirus, het Bovine Virus Diarree. Bayer keerde in maart vorig jaar aan een handvol boeren een bedrag van 4,5 miljoen gulden schadevergoeding uit. Later ontkende het bedrijf echter verantwoordelijk te zijn voor de infectie.

Sinds vorig jaar loopt er onderzoek naar de mogelijke relatie tussen de slijtersproblematiek en het Bayer-geneesmiddel. Dat doet het Instituut voor dierhouderij en diergezondheid (ID-DLO) in Lelystad. Het opvallende is daarbij dat dit formeel `onafhankelijke' instituut ook de oorspronkelijke ontwerper is van het Bayervaccin. Ook opvallend is een ander onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren in opdracht van de zuivelkoepel de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO): van de 6.000 boeren die vorig jaar kampten met wrak vee bleven er volgens de recente onderzoeksresultaten zegge en schrijven twee bedrijven over waar het `slijtersprobleem' manifest is.

Er zijn berichten geweest over dierenartsen die boeren hebben geadviseerd hun zieke koeien snel te laten slachten. Het lijkt erop dat de melkveesector om imago-technische redenen het slijtersprobleem via het slachthuis heeft laten verdwijnen. Maar die vervelende boerderij Slangenburgh is er nog steeds.

,,Ze hebben mijn bedrijf kapotgemaakt'', gromt Roozegaarde onheilspellend, ,,dat hadden ze nooit moeten doen. Nu zal de onderste steen boven komen.'' Gisteren werd zijn bedrijf bezocht door de veterinaire inspectie van de Europese Commissie.

    • Frank Vermeulen