EERGEVOEL

Rinus Vos (60)

Woonplaats: Den Haag

,,Ik was nog een kleuter toen de oorlog uitbrak, maar bepaalde gebeurtenissen kan ik mij nog goed herinneren. Zo plukte ik geregeld de insignes van dode Duitsers langs de kant van de weg. En dan die Nederlandse politieagenten die ons aangaven bij de vijand – ze kregen er 3,50 gulden per zigeuner voor.

,,Dankzij de boeren heeft ons gezin de oorlog overleefd. Mijn drie zussen, moeder en ik – mijn vader ging er al vroeg vandoor – zaten maandenlang ondergedoken in een schuur op een erf in Epe en Vaassen. Door een gat in de grond bereikten we onze schuilplaats; alleen voor de zondagse mis mochten wij er even uit. Als de Duitsers met hun NSB-hoertjes langskwamen, moesten wij kinderen ons muisstil houden; één verkeerde beweging en het liefdesspel zou ruw worden verstoord.

,,Soms kwam er een waarschuwing, dan moesten we tijdelijk verkassen. Naar een andere boer. Of het bos, daar hebben wij ook een tijdje geleefd. Jaren na de oorlog – ik was twintig – heb ik al die onderduikadressen nog eens bezocht. Om onze reddende engelen te bedanken. En: te reconstrueren wat er precies was gebeurd.

,,Zo'n tweehonderd van mijn familieleden zijn tijdens de oorlog op transport gesteld. Ons gezin overleefde, zij het zonder geld of bezittingen. Veel was het misschien niet, maar je eergevoel wordt met die roof wel aangetast. Zoeken jullie zigeuners het zelf maar uit – dat was de houding van de Nederlandse overheid na de oorlog. Dat de huidige regering een ommezwaai heeft gemaakt juich ik toe. Niet zozeer vanwege het geld, maar meer nog om de erkenning: jullie zigeuners hadden en hebben ook bestaansrecht. Jullie is ook onrecht aangedaan.''

    • Danielle Pinedo