Eén van hen was Anne Frank

Waarom ga ik naar Bergen-Belsen? Wat denk ik er te vinden? Ga ik er heen omdat ik nog nooit een concentratiekamp heb gezien? Een paar keer per jaar rijd ik op de Autobahn Hannover-West richting Hamburg. Vanuit m'n ooghoeken zie ik altijd een soort betonnen grafsteen met daarop de woorden `Gedenkstätte Bergen-Belsen'. Bergen-Belsen dacht ik de eerste keer heel primitief, Bergen-Belsen was toch een concentratiekamp en concentratiekampen lagen in Polen, niet in Duitsland vlak boven Hannover.

Nadat ik er verschillende keren langs was gekomen, besloot ik er onlangs eens niet met 150 kilometer per uur voorbij te racen, maar nam ik de afslag naar het kamp. Een half uur eerder was ik een Raststätte opgereden, een tiental kilometers ten westen van Hannover. Veel BMW's, Mercedessen, Opels. Ik had er een kopje koffie gedronken en me voor de zoveelste keer verwonderd over de hoeveelheid Bratwurst, Kartoffelnsalat en bier die er in deze korte tijd over de toonbank was gegaan. Nee, aan Bergen-Belsen dacht ik op dat moment nog niet. Dat kwam pas een half uur later. En pas toen ook vroeg ik me verbijsterd af hoe beide realiteiten te combineren zijn: Bratwurst, bier en Bergen-Belsen? Nergens een Imbiss of souvenirshop te zien, denk ik cynisch als ik het parkeerterrein bij het voormalige kamp opdraai, zo fijngevoelig zijn ze in ieder geval wel. Ik zie tussen de buitenlandse nummerborden gelukkig veel Duitse. In een gebouwtje is een overzicht gemaakt van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en Bergen-Belsen in het bijzonder. De barakken van Bergen-Belsen zijn eind mei 1945 verbrand om verdere verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen, lees ik. Daarna is er een stenen gedenkteken neergezet, in 1947 gevolgd door een obelisk met een wand met inscripties. Hoe moet een concentratiekamp er uitzien als er niks meer van over is? Een grote geasfalteerde vlakte? Een plek vol stenen en puin? Een terrein bedekt met een roetzwarte aslaag? Doods en dor, kaal en onvruchtbaar moet het er zijn. In plaats daarvan hoor ik vogels kwetteren en zie ik tot aan de verre bosrand, heide met hier en daar een witte berk en aan het eind de obelisk met inscriptiewand. Het is bijna een mooi park. Dat kan en dat mag het niet zijn. En toch is het goed. Er lopen brede paden met grote zwarte en grijze tegels waar mosjes op groeien door het oude kamp. Hier en daar staat een grafsteen, maar die hebben slechts een symbolische betekenis. Over het hele terrein liggen afgeplatte heuvels van zo'n meter hoog. ,,Hier ruhen 2500 Tote.'' 800, 5000, 2000, 1500. Bij elkaar zijn hier tussen de tachtig- en honderdduizend mensen vermoord. Een gigantisch stadion vol. Alleen al op deze plek. Eén van hen was Anne Frank.

Op deze sombere vrijdag zijn er maar weinig mensen. Twee Duitse jongetjes lopen luidkeels buiten de paden langs de graven. Een joodse vrouw ligt voor een grafsteen op de grond en bidt geluidloos. Dan staat ze op, slaat een doek om zich heen, heft haar handen ten hemel en schreeuwt in het Nederlands. ,,O God van Israel, Isaac en Jakob, Gij zijt een genadig God. Herdenk o Heer, de zes miljoen doden. Here verzamel ons voordat een nieuwe holocaust losbreekt. Breng ons terug Here, opdat we uw tempel mogen herbouwen. Breng ons terug naar Jeruzalem. Here kom haastiglijk. Breng ons terug naar Jeruzalem.''

Een poosje later zie ik de twee Duitse jongetjes en de joodse vrouw met elkaar praten. Ik ben te ver weg om te horen waar ze over spreken, maar zie aan hun gezichten dat het goed is. Moest ik daarom naar Bergen-Belsen? Om een joodse vrouw met twee Duitse kinderen te zien praten?