Een kostbare waaier van de shogun

Hoe vat je ruim twee eeuwen diplomatiek verkeer tussen twee landen samen in één tentoonstelling? Het Marinemuseum in Den Helder doet een poging met Bijzondere Betrekkingen, een in het kader van 400 jaar Nederland-Japan georganiseerde expositie over de jaren 1600-1868. In 1600 bereikte het eerste Nederlandse schip de Japanse kust, en kon een exclusief handelscontact met het vrijwel afgesloten land worden opgebouwd. In 1868 liep dit ten einde, toen de shogun werd vervangen door de keizer en Japan zich voor het hele Westen begon open te stellen.

In twee overvolle zaaltjes toont het Marinemuseum uit het Algemeen Rijksarchief opgediepte archiefstuken als de pas uit 1609 waarmee Nederland zijn exclusieve handelsrechten verwierf, en een landkaart die Japan-kenner Franz Von Siebold in 1828 stiekem tekende, voordat hij het land werd uitgezet. Helaas hebben de samenstellers van Bijzondere Betrekkingen zich niet tot de belangrijkste stukken beperkt: behalve traktaten en landkaarten zijn er veel onderling uitgewisselde cadeaus (een waaier van de shogun, zwaarden, kamerschermen), en onbenullige documenten als het menu van een diner dat een Japans gezantschap in 1862 kreeg voorgeschoteld in Den Haag. Een lijn in de gebeurtenissen valt zo niet te ontwaren.

Het voorwoord dat H. de Bles – directeur van het Marinemuseum en kapitein-luitenant ter zee – in de kleine catalogus schreef, maakt duidelijk hoe deze vorm kon ontstaan. De bedoeling van het visualiseren van de vroegere contacten tussen Nederland en Japan was mede om zo een decor te creëren voor het sluiten van `bijzondere betrekkingen' voor de toekomst, schrijft hij. Hij nodigt `ondernemers en autoriteiten' uit beide landen hartelijk uit om ter plaatse in conclaaf te gaan. Het museum als een met gezellige gedenktekens opgesierde onderhandelkamer dus – dat lijkt me een nogal dubieuze functie.

In het Scheepvaartmuseum komt het verleden wel tot leven. De tentoonstelling Venster op het Oosten. Een Nederlands gezant ziet Japan in verandering, 1850-1870 is opgebouwd rond het dagboek en de fotoverzameling van Dirk de Graeff van Polsbroek, een koopman en diplomaat die 12 jaar in Japan verbleef. De Graeff begon in 1857 als assistent op het handelseiland Deshima, schopte het vervolgens tot consul, consul-generaal en Minister Resident, en keek al die tijd goed om zich heen. De foto's die hij verzamelde zijn fascinerende tijdsdocumenten, die door het museum als een soort historische reportage achter elkaar zijn geplaatst. `Toneelspelende Europeanen' is een hilarisch beeld van weldoorvoede, besnorde westerlingen die zich, gehuld in witte toga's, ernstig inleven op een podium in de buitenlucht. Op de `Paardenrenbaan te Yokohama' gaan de aanwezige Japanners als westerlingen gekleed, met hoeden en pakken, maar de foto van fotograaf Ueno Hikoma toont juist een Japanner in al zijn glorie, in traditioneel gewaad en omringd door moeder, vrouw en een rij kinderen.

De Graeff kreeg ook met de Japanse vreemdelingenhaat te maken. In 1863 werd het Nederlands oorlogsschip waarop hij zat beschoten, en hij verloor persoonlijke vrienden als Henry Heusken, secretaris van de Amerikanen, door aanslagen. Toch bleef zijn liefde voor het land intact. Toen de minister hem in 1869 een post in Peking aanbood, weigerde hij en trok hij zich terug uit de diplomatieke dienst. ,,Gaarne was ik naar Japan teruggekeerd...'', noteerde hij bedroefd in zijn dagboek.

Het Rijksmuseum ten slotte toont in de kleine schilderzaal van zijn Zuidvleugel achttien Japanse schilderingen uit het bezit van de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst, een in 1918 opgericht collectief van privé-verzamelaars. Het zijn stuk voor stuk schitterende exemplaren – verfijnd en verstild, met landschappen en dieren in de hoofdrollen.

Er laten zich binnen de getoonde werken met enige moeite twee stromingen ontwaren: die van de Nanga, een groep door China geïnspireerde geleerden voor wie de schilderkunst net als de kalligrafie en de poëzie een mogelijkheid was om persoonlijke impressies mee uit te drukken, en die van de Shijo, waarvan de leden streefden naar een zo realistisch mogelijke weergave van de natuur. Maar voor een Westers oog is het verschil soms moeilijk te ontdekken, en de teksten op de muur werken daarbij verwarrend – dan weer wordt een schilder duidelijk bij één school ingedeeld, dan weer wordt het in het midden gelaten, of blijkt hij onder nog een andere stroming te vallen. De uitputtende beschrijvingen van wat er op de werken te zien is doen daarbij soms onnozel aan (`De zittende tijger kijkt enigszins nors met zijn groene ogen naar boven'). Niet lezen maar kijken, luidt hier het devies – naar bergen en beesten, naar een prachtige geisha en courtisane (`Twee schonen', 19de eeuw), en naar de eenzame `Dame in de avondkoelte', die met een paar simpele penseelstreken in al haar melancholie voor je opdoemt.

Tentoonstellingen: Bijzondere betrekkingen. Nederland en Japan 1600-1868. T/m 3/9 in: Marinemuseum, Hoofdgracht 3, Den Helder. Inl.: (0223) 657534. Ma-vrij 10-17 u, zo 12-17 u.

Japanse schilderkunst. Uit bezit van de Vereniging van Vrienden der Aziatishe Kunst. T/m 16/7 in: Zuidvleugel Rijksmuseum, Amsterdam. Inl.: (020) 6747001. Dagelijks, 10-17 uur.

Venster op het Oosten. Een Nederlands gezant ziet Japan in verandering, 1850-1870. T/m 29-10 in: Scheepvaartmuseum, Kattenburgerplein 1, Amsterdam. Inl.: (020) 5232222. Di-zo 10-17 u.

    • Sandra Heerma van Voss