Aantal meldingen van seksuele intimidatie in sport fors gedaald

Het telefonisch meldpunt voor seksuele intimidatie heeft vorig jaar 46 klachten in de sport geregistreerd. Dit is ruim dertig procent minder dan in 1998, het jaar waarin het meldpunt is opgericht.

Ondanks de daling denkt het NOC*NSF niet dat seksuele intimidatie in de sport afneemt. Zo werd er afgelopen jaar minder publiciteit aan het meldpunt gegeven.

Opvallend is volgens het NOC*NSF het stijgend aantal verenigingsbestuurders dat melding maakt van seksuele intimidatie. In tegenstelling tot het eerste jaar waren meldingen van bestuurders nu in de meerderheid. Volgens het NOC*NSF zou dat er op kunnen duiden dat er minder zaken in de doofpot worden gestopt.

In vergelijking met het voorgaande jaar gingen ook minder telefoontjes over intimidatie uit het verleden. Het zogeheten inhaaleffect, van mensen die tot voor kort niet over hun ervaringen hadden gesproken, lijkt af te nemen.

Het grootste deel van de meldingen, ongeveer 70 procent, is afkomstig van vrouwen. Ook gaat het hierbij doorgaans om jongeren en kinderen. In de meeste gevallen is de trainer, coach of leider de pleger van seksuele intimidatie. In 10 procent van de gevallen gaat het om een medesporter. Deze laatste cijfers verschillen nauwelijks met het voorgaande jaar.

Het meldpunt verwijst de meeste bellers door naar een sportvertrouwenspersoon of -adviseur. Op de vertrouwenspersoon die is ingesteld voor beschuldigden werd afgelopen jaar zes keer een beroep gedaan. Het ministerie van VWS ondersteunt de campagne financieel.

Met het telefonische meldpunt werd twee jaar geleden begonnen naar aanleiding van de affaire-Ooms. De judoka's Irene de Kok, Monique van der Lee en Anita Staps onthulden in januari 1998 dat zij jarenlang seksueel waren misbruikt door hun judotrainer Peter Ooms. Hij werd in 1997 veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk wegens ontucht. De rechtbank achtte bewezen dat hij twee van zijn pupillen, de judoka's Irene de Kok en Monique van der Lee, had aangerand.