Het nieuws van 4 mei 2000

Roependen in de woestijn

,,Er waren mensen die het trieste nieuws van de vernietiging naar buiten brachten. Deze koeriers werden niet per se door iemand om een boodschap gestuurd, noch hadden ze altijd een adres waar ze zich konden melden. Hoe effectief hun boodschap was, hing dan ook voor een groot deel af van wie zij waren en wat voor indruk ze maakten, maar nog meer van de bereidheid van de ontvangers om de informatie inhoudelijk op te nemen en te accepteren'', schrijft Raul Hilberg in zijn boek Daders slachtoffers omstanders. De joodse catastrofe 1933-1945. Jaap van Duijn, gedurende de Tweede Wereldoorlog tuinman in de buurt van Auschwitz, was zo iemand die het trieste nieuws naar buiten bracht, maar niet werd geloofd. De Groene Amsterdammer verhaalt over zijn verlof naar Nederland, eind 1942, waar hij de joden die bij zijn ouders zaten ondergedoken, waarschuwde. Zij adviseerden Van Duijn naar de Joodsche Raad in Amsterdam te gaan en daar te vertellen wat in Auschwitz gebeurde. ,,Ze schrokken, ze waren ondersteboven'', staat te lezen bij L. de Jong. ,,Maar hij werd niet doorgestuurd naar de voorzitters van de Joodsche Raad (...). Er was twijfel geweest of hij misschien een provocateur was.'' Lang na zijn dood las zijn zoon de dagboeken die zijn vader gedurende de oorlog had bijgehouden. ,,Ik las over de verschrikkelijke bombardementen op de omgeving van Auschwitz, waarbij alleen de vernietigingskampen werden gespaard (...)'', vertelt hij in De Groene Amsterdammer. Hij vraagt zich af waarom zijn vader tijdens zijn leven met geen woord gerept heeft over zijn oorlogservaringen. ,,Nu, in het jaar 2000, heeft hij mijn ogen geopend en ben ik ontzettend trots op hem. Hij heeft tenminste iets geprobeerd.''