Vredestijd in paleis van justitie

Een werkgroep van rechters, officieren van justitie en advocaten heeft een reeks aanbevelingen opgesteld om een einde te maken aan het toenemend geruzie in de rechtszaal. Pas op voor journalisten!

In het Haagse Paleis van Justitie was het afgelopen maandag weer goed raak. Justitie en advocaten vlogen elkaar in de beslotenheid van het kabinet van de rechter-commissaris bij voortduring in de haren. Daardoor ging praktisch de hele ochtend heen met de vraag of een getuige in de strafzaak-Bouterse nu wel of niet onder ede moest worden gehoord. ,,Het was heel onaangenaam', zegt een van de aanwezige ruziemakers.

Aan dit soort onverkwikkelijk, onmagistratelijk geredetwist moet een einde komen, vinden de juridische beroepsgroepen. ,,In het kader van het depolariseringsstreven', zoals men het zelf noemt, heeft een werkgroep van vooraanstaande magistraten en advocaten een rapport opgesteld met aanbevelingen om de groeiende fricties tussen OM en strafpleiters te beteugelen. Het is het praktische vervolg op een besloten vredesconferentie die vorig jaar januari werd gehouden over hetzelfde onderwerp.

Vooral in de grote strafzaken maken de juristen elkaar steeds vaker voor rotte vis uit. Met ,,pittig antagonisme tussen OM en raadsman' is niets mis. ,,De tijden van de paternalistische hoofse omgangsvormen zijn voorbij.' Maar nu is de wederzijdse bejegening vaak te onzakelijk, irritant en sfeerverpestend, concludeert de werkgroep onder voorzitterschap van de Rotterdamse rechter en binnenkort plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Den Haag, Henk Korvinus.

Hij is het jongere broertje van Cees Korvinus, een van die gezichtsbepalende leden van het mediagenieke groepje strafpleiters dat volgens het openbaar ministerie voor een belangrijk deel schuldig is aan de verslechterde verhoudingen. Door lekken naar de pers en het publiekelijk uitventen van schampere opmerkingen over het werk van justitie is een loopgravenoorlog ontstaan, vindt justitie. Onder de advocaten hoor je hetzelfde gemopper over de nieuwe cowboys bij het OM die geen middel onbenut zouden laten om hun argeloze cliënten te pakken te nemen. Het liefst via een-tweetjes met diezelfde pers.

Pas daarom heel goed op voor de media, is een van de belangrijkste waarschuwingen in het rapport. Rechters, OM en advocaten ,,hebben de journalisten die over hen schrijven niet voor het uitkiezen'. En journalisten begrijpen vaak ,,de taal van juristen' niet, hebben ,,vooroordelen' en ,,zijn er soms nadrukkelijk op uit een quote in het keurslijf van hun vooropgezette mening te wringen'.

Vooral officieren van justitie worden opgeroepen niet steeds in het openbaar te antwoorden op ,,elke oprisping' van een advocaat. Het OM mag in ieder geval ,,nooit op dezelfde toonhoogte reageren. Menselijkerwijs gesproken zal dat wel eens moeilijk zijn, maar het is wel een eis van professionaliteit. Het openbaar ministerie moet dus niet meegaan in een publicitaire escalatiespiraal die vaak een artefact van de media zelf is'.

De werkgroep bepleit ook het instellen van een time out als partijen elkaar tijdens een zitting met bebloede koppen naar het leven blijven staan. Een rechter moet ,,verdediging en openbaar ministerie in de raadkamer (achter gesloten deuren, red.) kunnen uitnodigen in situaties waarin de gemoederen dusdanig verhit zijn geraakt dat deze weer tot bedaren moeten worden gebracht'.

Een dergelijk afkoelen-in-beslotenheid past binnen het Nederlandse systeem van rechtspreken. In het rapport wordt verwezen naar de behandeling in hoger beroep van de drugszaak tegen Bouterse. De advocaat van de Surinaamse hoofdverdachte, A. Moszkowicz, en de advocaat-generaal J. van Atteveld – nota bene klasgenoten op de middelbare school in Maastricht – krijgen tijdens het proces voortdurend hooglopende ruzie. De president van het hof, E. von Brucken Fock, heeft beide heren al een keer mee naar achteren genomen om ze een standje te geven.

De werkgroep doet nog een voorstel dat in de strafzaak-Bouterse reeds is toegepast. In grote strafzaken, die langer dan een dag duren, zouden alle partijen een zogeheten regiezitting moeten houden. In zo'n bijeenkomst zouden voorafgaande aan het proces afspraken kunnen worden gemaakt over de praktische inrichting van het onderzoek ter terechtzitting.

De aanbevelingen hebben een vrijblijvend karakter. De werkgroep acht het ,,niet zinvol' om de gewenste omgangsvormen vast te leggen in nieuwe gedragscodes. Aanklagers en verdedigers dienen eenvoudigweg ,,beter begrip en respect voor elkaars taak' te hebben.

Officieren van justitie zullen moeten accepteren dat de advocaat nu eenmaal ,,eenzijdige belangenbehartiger' is van zijn cliënt. Het is aan de president te zorgen dat hij via ,,een onbevangen houding sfeerverbetering bewerkstelligt'. De werkgroep pleit ervoor dat advocaten weer, net zoals lang geleden gebruikelijk was, in dezelfde kantine kunnen lunchen als rechters en officieren.

Het rapport van de werkgroep-Korvinus is inmiddels aangeboden aan het OM, advocatuur en de vereniging van rechters. Alle partijen zijn reuzeblij met de aanbevelingen, zo laten ze weten in een – uniek – gezamenlijk opgesteld persbericht. Het is een begin.

    • Marcel Haenen