Vlieglawaai tot op huis bepaald

De geluidsnormen voor Schiphol zijn te grof, vindt de milieubeweging. Een groot aantal meetpunten moet de burger behoeden voor onverwacht lawaai.

De milieubeweging heeft de plaats van de 389 meetpunten die de gemiddelde jaarlijkse geluidsbelasting rondom Schiphol moeten vaststellen met zorg uitgekozen. Speciaal voor minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) is er een meetpunt vastgesteld in het centrum van Hoofddorp, vlakbij de woning van de minister. ,,Dat leek ons wel leuk'', zegt Jan Fransen, luchtvaartdeskundige van Stichting Natuur en Milieu en bedenker van het voorstel.

Als het aan de milieubeschermers ligt, zal de minister vanaf 2003 net als alle andere bewoners van de regio rondom Schiphol precies weten hoeveel decibellen zij per jaar aan vliegtuiglawaai te horen krijgt. ,,Rechtsbescherming voor iedereen'', benadrukt Fransen. ,,Niemand kan bij het betrekken van een woning nog voor verrassingen komen te staan, de makelaars kunnen de geluidsnormen in hun brochures opnemen.''

Waar het kabinet voor de periode na 2003 een weinig gedetailleerde berekening van het vliegtuiglawaai voorstelt, maakt het plan van de milieubeweging duidelijk op welke plaats welk vliegtuig de toegestane geluidbelasting met hoeveel decibel heeft overschreden. Fransen: ,,Je kunt niet volstaan met tien of twintig meetpunten. Alleen al in een gemeente als Amstelveen heb je gigantische verschillen in geluidsbelasting.''

Ook is er volgens de milieubeweging al jaren sprake van onderschatting van de overlast die ook minder lawaaiige toestellen veroorzaken. In de huidige berekening van de geluidsbelasting wordt namelijk al het lawaai onder de 65 decibel niet meegerekend omdat dit geluid niet altijd rechtstreeks tot vliegtuigen kan worden herleid. In de nieuwe systematiek worden ook de minder lawaaiige vliegtuigen meegerekend.

Fransen meent dat het kabinet op de verkeerde weg zit met haar voorstel om de normen te handhaven door strikt vast te willen houden aan gefixeerde vliegroutes. ,,Wij geloven niet in die nauwkeurig gefixeerde vliegroutes.'' In de praktijk kun je nooit precies voorspellen hoe de vliegtuigen precies zullen indraaien bij de landing, legt Fransen uit, er zal altijd wel behoefte blijven bestaan om routes te wijzigen. Bovendien is het onmogelijk om voor alle typen vliegtuigen met steeds een andere beladingsgraad exacte ,,vliegpaden'' vast te stellen. Van dat vaststellen zal dan ook niet veel terechtkomen, vermoedt Fransen. Hij voegt eraan toe dat bij het toewijzen van deze vliegroutes wordt uitgegaan van lawaaigegevens van de vliegtuigfabrikanten zelf, zonder dat deze gegevens daadwerkelijk gemeten zijn.

De geluidsbelasting wordt vanaf 2003 niet langer uitgedrukt in de geluidmaat Ke (Kosten-eenheden), genoemd naar de hoogleraar Kosten die in de jaren zestig een commissie voorzat die onderzoek deed naar de relatie tussen geluid en ondervonden hinder, maar in Lden-decibellen, een geluidmaat die voor alle EU-landen wordt ingevoerd. Lden staat voor Level, day, evening, night. Het NLR heeft de geluidsbelasting nu berekend en uitgedrukt in deze nieuwe maat.

Om de handhaving van de geluidsnormen te vergemakkelijken wil Natuur en Milieu dat gegevens die de luchthaven Schiphol sinds vijf jaar verzamelt in het eigen meetpuntennetwerk Nomos ter beschikking stelt van derden. Volgens Fransen gebruikt Schiphol de gegevens uit dat meetpuntennetwerk nu vooral om lawaaiige vliegtuigtypen op te sporen, maar kan het ook een ,,heel aardig beeld'' geven op welke plaatsen in de omgeving van Schiphol de normen de laatste vijf jaar overschreden zijn. Het opzetten en beheren van een uitgebreid meetpuntennetwerk, bij voorkeur eigendom van de overheid zodat de resultaten altijd beschikbaar zijn en beheerd door Schiphol, kost volgens Fransen slechts een paar miljoen gulden. ,,Dat is de discussie niet.'' De controle op de naleving van de geluidsnormen moet wat Natuur en Milieu betreft niet in handen komen van de nieuwe handhavingsdienst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, maar worden ondergebracht bij het ministerie van VROM, wellicht de landelijke milieu-inspectie.

De luchthaven Schiphol en de luchtvaartmaatschappijen hoeven zich volgens Fransen geen zorgen te maken over mogelijke nadelige bedrijfseconomische effecten van het uitgebreide meetpuntennetwerk, dat een strikte naleving van de regels mogelijk maakt. Volgens Fransen kan de luchthaven Schiphol na 2003, als de vijfde baan in gebruik zal zijn genomen, zelfs nog enkele procenten groeien. Fransen noemt de toegestane geluidsruimte voor het vijfbanenstelsel, door het kabinet al in 1996 vastgesteld, ,,een ruime jas''. Het kabinet ging in 1996 uit van 460.000 vliegbewegingen in 2003, Fransen denkt dat met 500.000 vliegbewegingen de geluidsnormen nog zullen worden gehaald, door stillere vliegtuigen en gewijzigde vliegroutes. Franssen: ,,Met dit voorstel prikkelen we de creativiteit van de luchtvaartsector.''

    • Arjen Schreuder